1Eens begon het volk tegen Jahweh te klagen, dat het hun slecht ging. Toen Jahweh dat hoorde, ontstak Hij in gramschap; en het vuur van Jahweh laaide onder hen op, en vernielde een hoek van de legerplaats.stylusNumeri 21:5, Numeri 21:5, Numeri 16:35, 2 Koningen 1:12, Numeri 16:352Nu riep het volk tot Moses om hulp; Moses bad tot Jahweh, en het vuur doofde uit.stylusNumeri 21:7, Numeri 21:7, Jakobus 5:16, Numeri 16:45, Numeri 16:483Hij noemde die plaats Tabera, omdat het vuur van Jahweh onder hen was ontbrand.stylusDeuteronomium 9:22, Deuteronomium 9:224Een andere keer liet het uitvaagsel, dat zich onder hen ophield, zich door zijn begeerlijkheid meeslepen, zodat ook de Israëlieten weer begonnen te klagen, en zeiden: Gaf men ons maar eens vlees te eten!stylus1 Korintiërs 10:6, 1 Korintiërs 10:6, Exodus 12:38, Exodus 12:38, Psalmen 106:145Wij denken nog terug aan de vis, die we in Egypte voor niets konden eten, en aan de augurken, meloenen, prei, uien en knoflook;stylusExodus 16:3, Exodus 16:3, Psalmen 17:14, Filippenzen 3:19, Psalmen 17:146nu drogen we uit, en krijgen we niets dan dat manna te zien.stylusNumeri 21:5, Numeri 21:5, 2 Samuël 13:4, 2 Samuël 13:47Het manna leek op korianderzaad, en zag er uit als geurige hars.stylusExodus 16:31, Exodus 16:31, Genesis 2:12, Genesis 2:12, Exodus 16:148Het volk trok er op uit, om het bijeen te rapen, maalde het met de molen of stampte het fijn in de vijzel, kookte het in een pot, en maakte er koeken van; en het had de smaak van oliegebak.stylusExodus 16:31, Exodus 16:31, Exodus 16:16, Exodus 16:18, Exodus 16:169En wanneer des nachts de dauw op de legerplaats viel, daalde ook het manna erop neer.stylusExodus 16:13, Exodus 16:14, Exodus 16:13, Exodus 16:14, Deuteronomium 32:210Toen Moses het volk hoorde klagen, het ene gezin na het andere, iedereen bij de ingang van zijn tent, ontstak Jahweh in heftige toorn. Maar ook Moses werd boos,stylusPsalmen 78:21, Psalmen 78:21, Deuteronomium 32:22, Psalmen 106:32, Psalmen 106:3311en hij sprak tot Jahweh: Waarom doet Gij uw dienaar dit leed aan, en vind ik zo weinig genade in uw ogen, dat Gij mij de last van heel dit volk maar laat torsen?stylusDeuteronomium 1:12, Deuteronomium 1:12, Exodus 5:22, Exodus 5:22, Numeri 11:1512Heb ik al dat volk soms ontvangen of gebaard, dat Gij tegen mij zegt: Draag het in uw schoot, zoals een verpleegster een zuigeling draagt, naar het land, dat Gij aan hun vaderen onder ede beloofd hebt.stylusJesaja 40:11, Jesaja 49:23, Jesaja 40:11, Jesaja 49:23, Exodus 13:513Waar haal ik het vlees vandaan, om aan al dat volk te geven; want het jammert tegen mij: Geef ons toch vlees te eten!stylusMarcus 8:4, Mattheüs 15:33, Marcus 8:4, Mattheüs 15:33, Marcus 9:2314Ik kan al dat volk niet alleen dragen: het is mij te zwaar.stylusExodus 18:18, Exodus 18:18, Deuteronomium 1:9, Deuteronomium 1:12, Deuteronomium 1:915Wanneer Gij mij zo blijft behandelen, dood mij dan liever, indien ik genade gevonden heb in uw ogen, opdat ik mijn ellende niet langer hoef aan te zien.stylus1 Koningen 19:4, Jeremia 20:18, Jona 4:8, Jona 4:9, Jona 4:316Toen sprak Jahweh tot Moses: Kies Mij zeventig mannen uit onder de oudsten van Israël, van wie ge weet, dat ze de oudsten van het volk en zijn leiders zijn; breng ze bij de openbaringstent en dat zij zich daar met u opstellen.stylusExodus 24:1, Exodus 24:1, Exodus 24:9, Exodus 24:9, Deuteronomium 1:1517Dan zal Ik afdalen, en daar met u spreken; Ik zal een deel van de geest nemen, die op u rust, en die over hen uitstorten, zodat zij te zamen met u de last van het volk kunnen dragen, en gij die niet alleen hoeft te torsen.stylusNumeri 11:25, 1 Samuël 10:6, Numeri 11:25, 1 Samuël 10:6, 1 Korintiërs 12:418En tot het volk moet gij zeggen: Heiligt u voor morgen; dan zult gij vlees eten. Want Jahweh heeft u horen klagen: "Gaf men ons maar eens vlees te eten; wat hadden we het in Egypte toch goed!" Ja, Jahweh zal u vlees te eten geven!stylusExodus 19:10, Exodus 19:10, Handelingen 7:39, Numeri 11:1, Exodus 16:319En ge zult het eten, niet enkel één dag, niet twee, vijf, tien of twintig dagen,stylus20maar een hele maand lang, totdat het uw neus uitkomt en gij ervan walgt; want gij hebt Jahweh veracht, die in uw midden woont, en tegen Hem durven klagen: "Waarom zijn wij uit Egypte getrokken?"stylusPsalmen 106:15, Psalmen 106:15, Psalmen 78:27, Psalmen 78:30, Numeri 21:521En Moses zei: Het volk waaronder ik toef, is zeshonderd duizend man sterk, en Gij zegt: "Ik zal het een maand lang vlees laten eten!"stylusExodus 12:37, Exodus 12:37, Numeri 1:46, Numeri 1:46, Genesis 12:222Kunnen er voor hen genoeg schapen en runderen worden geslacht; of als men alle vissen uit de zee voor hen ving, zou dat genoeg voor hen zijn?stylusMattheüs 15:33, 2 Koningen 7:2, Mattheüs 15:33, 2 Koningen 7:2, Lucas 1:1823Jahweh gaf Moses ten antwoord: Is Jahweh’s hand soms te kort? Nu zult ge zien, of mijn woord uitkomt, of niet!stylusJesaja 59:1, Jesaja 50:2, Jesaja 59:1, Jesaja 50:2, Numeri 23:1924Toen trad Moses naar buiten, en deelde het volk mee, wat Jahweh gezegd had. Hij koos zeventig mannen uit onder de oudsten van het volk, en stelde ze op rond de Tent.stylusNumeri 11:16, Numeri 11:16, Numeri 11:26, Numeri 11:2625Nu daalde Jahweh neer in de wolk, en sprak tot hem; en Hij nam een deel van de geest, die op Moses rustte, en stortte die over de zeventig oudsten uit. Zodra de geest op hen rustte, profeteerden zij en hielden niet op.stylusNumeri 11:17, Numeri 11:17, Joël 2:28, Joël 2:29, 1 Samuël 10:1026Nu waren er twee van die mannen in de legerplaats achtergebleven; de een heette Eldad, de ander Medad. Daar ze waren opgetekend, rustte de geest ook op hen. En ofschoon ze niet naar de Tent waren gegaan, profeteerden ze toch in de legerplaats.stylusJeremia 36:5, Jeremia 36:5, 1 Samuël 20:26, Exodus 3:11, Exodus 4:1327Een knaap ging het ijlings aan Moses berichten, en zeide: Eldad en Medad zijn in de legerplaats aan het profeteren.stylus28En Josuë, de zoon van Noen, die Moses van zijn jeugd af gediend had, drong aan: Moses, mijn meester, belet het hun.stylusLucas 9:49, Lucas 9:50, Marcus 9:38, Marcus 9:40, Lucas 9:4929Maar Moses gaf hem ten antwoord: Zijt gij afgunstig om mijnentwille? O, mocht heel het volk van Jahweh profeet zijn, omdat Jahweh zijn geest op hen had gelegd!stylus1 Korintiërs 14:5, 1 Korintiërs 14:5, Lucas 10:2, Jakobus 5:9, Jakobus 4:530Daarna trok Moses zich met de oudsten van Israël in het legerkamp terug.stylus31Daarop zond Jahweh een wind, die uit de zee kwartels aanvoerde, en ze twee ellen boven de grond over de legerplaats joeg, en rondom de legerplaats een dagreis ver naar alle kanten.stylusExodus 16:13, Exodus 16:13, Psalmen 105:40, Psalmen 105:40, Psalmen 78:2632En het volk bleef heel die dag en die nacht, en nog heel de volgende dag in de weer, om de kwartels te vangen; die het minst ving had nog tien chómer. Zij spreidden ze wijd rond de legerplaats uit.stylusEzechiël 45:11, Ezechiël 45:11, Exodus 16:36, Exodus 16:3633Maar nog was het vlees onverteerd tussen hun tanden of daar barstte Jahweh’s gramschap los tegen het volk, en richtte Jahweh een grote slachting onder hen aan.stylusPsalmen 78:30, Psalmen 78:31, Psalmen 78:30, Psalmen 78:31, Psalmen 106:1434Daarom noemde men die plaats Kibrot-Hattaäwa; want men begroef daar het volk, dat gulzig was geweest. Van Kibrot-Hattaäwa trok het volk naar Chaserot op, en het bleef te Chaserot.stylusDeuteronomium 9:22, Deuteronomium 9:22, 1 Korintiërs 10:6, 1 Korintiërs 10:6, Numeri 33:16