1Nog sprak Jahweh tot Moses:stylus2Maak u twee zilveren trompetten van drijfwerk. Zij zullen dienen, om de gemeenschap bijeen te roepen en de kampen te doen opbreken.stylusJesaja 1:13, Joël 1:14, Jesaja 1:13, Joël 1:14, Psalmen 81:33Blaast men op beide, dan moet heel de gemeenschap zich bij u verzamelen aan de ingang van de openbaringstent.stylusJeremia 4:5, Jeremia 4:5, Joël 2:15, Joël 2:16, Joël 2:154Blaast men er één, dan moeten de aanvoerders, de stamhoofden van Israël, zich bij u vervoegen.stylusNumeri 7:2, Exodus 18:21, Numeri 7:2, Exodus 18:21, Numeri 1:45Maar laat ge ze schetteren, dan moeten de kampen opbreken, die ten oosten zijn gelegerd;stylusNumeri 10:14, Numeri 2:3, Numeri 2:9, Numeri 10:14, Numeri 2:36laat ge ze voor de tweede maal schetteren, dan moeten de kampen opbreken, die in het zuiden zijn gelegerd; laat ge ze voor de derde maal schetteren, dan moeten de kampen opbreken, die in het westen zijn gelegerd; en laat ge ze voor de vierde maal schetteren, dan moeten de kampen opbreken, die in het noorden zijn gelegerd. Het schetteren is dus een teken, om op te breken;stylusNumeri 2:10, Numeri 2:16, Numeri 10:18, Numeri 2:10, Numeri 2:167om de gemeente bijeen te roepen, moet ge blazen, maar niet schetteren.stylusJoël 2:1, Joël 2:1, Numeri 10:3, Numeri 10:4, Numeri 10:38De zonen van Aäron, de priesters, moeten op de trompetten blazen; dit is een eeuwige wet van geslacht tot geslacht.stylus1 Kronieken 15:24, Numeri 31:6, 1 Kronieken 15:24, Numeri 31:6, Jozua 6:49En wanneer gij in uw land ten strijde trekt tegen den vijand, die u belaagt, dan moet ge op de trompetten schetteren; zo zult ge bij Jahweh, uw God, in herinnering worden gebracht, en van uw vijanden worden verlost.stylus1 Samuël 10:18, 1 Samuël 10:18, Genesis 8:1, Richteren 2:18, Genesis 8:110Ook op uw vreugdedagen en feesten, en op de eerste dag van uw maanden, moet ge bij uw brand- en uw vredeoffers op de trompetten blazen; zo zullen zij u bij uw God in herinnering brengen. Ik ben Jahweh, uw God!stylusPsalmen 81:3, Psalmen 81:3, Nehemia 12:35, 2 Kronieken 29:26, 1 Tessalonicenzen 4:1611In het tweede jaar, in de tweede maand, op de twintigste dag van de maand verhief zich de wolk boven de verbondstabernakel.stylusNumeri 9:17, Numeri 9:23, Numeri 9:11, Numeri 1:1, Numeri 9:512Toen braken de Israëlieten op, en trokken van halte tot halte uit de woestijn van de Sinaï weg. Eerst in de woestijn Paran bleef de wolk rusten.stylusNumeri 12:16, Genesis 21:21, Numeri 12:16, Genesis 21:21, Exodus 19:113Dit was de eerste keer, dat zij optrokken volgens Jahweh’s bevel, dat hun door Moses was meegedeeld.stylusNumeri 9:23, Deuteronomium 1:6, Numeri 9:23, Deuteronomium 1:614Het eerst trok de banier van het leger der Judeërs op, naar hun afdelingen ingedeeld. Over hun eigen afdeling stond Naässon, de zoon van Amminadab;stylusNumeri 2:3, Numeri 2:9, Numeri 2:3, Numeri 2:9, Numeri 1:715over de afdeling van de stam der Issakarieten stond Netanel, de zoon van Soear;stylusNumeri 1:8, Numeri 7:18, Numeri 1:8, Numeri 7:1816over de afdeling van de stam der Zabulonieten stond Eliab, de zoon van Chelon.stylusNumeri 1:9, Numeri 7:24, Numeri 1:9, Numeri 7:2417Dan werd de tabernakel neergehaald, en braken de zonen van Gersjon en Merari op, die de tabernakel moesten dragen.stylusNumeri 1:51, Numeri 7:6, Numeri 7:8, Numeri 1:51, Numeri 7:618Daarna trok de banier van het leger der Rubenieten op, naar hun afdelingen ingedeeld. Over hun eigen afdeling stond Elisoer, de zoon van Sjedeoer;stylusNumeri 2:10, Numeri 2:16, Numeri 2:10, Numeri 2:16, Numeri 1:519over de afdeling van de stam der Simeonieten stond Sjeloemiël, de zoon van Soerisjaddai;stylusNumeri 1:6, Numeri 1:6, Numeri 7:36, Numeri 7:3620over de afdeling van de stam der Gadieten stond Eljasaf, de zoon van Deoeël.stylusNumeri 1:14, Numeri 2:14, Numeri 1:14, Numeri 2:14, Numeri 7:4221Dan braken de zonen van Kehat op, die de heilige zaken moesten dragen. Als zij ergens aankwamen, had men de tabernakel weer opgericht.stylusNumeri 10:17, Numeri 10:17, Numeri 4:4, Numeri 4:16, Numeri 7:922Vervolgens trok de banier van het leger der Efraïmieten op, naar hun afdelingen ingedeeld. Over hun eigen afdeling stond Elisjama, de zoon van Ammihoed;stylusNumeri 2:18, Numeri 2:24, Numeri 2:18, Numeri 2:24, Numeri 1:1023over de afdeling van de stam der Manassieten stond Gamliël, de zoon van Pedasoer;stylusNumeri 7:54, Numeri 1:10, Numeri 7:54, Numeri 1:1024over de afdeling van de stam der Benjamieten stond Abidan, de zoon van Gidoni.stylusNumeri 1:11, Numeri 1:11, Numeri 7:60, Numeri 7:6025Als achterhoede van alle legers trok de banier van het leger der Danieten op, naar hun afdelingen ingedeeld. Over hun eigen afdeling stond Achiézer, de zoon van Ammisjaddai.stylusJozua 6:9, Jozua 6:9, Numeri 1:12, Numeri 1:12, Numeri 7:6626Over de afdeling van de stam der Aserieten stond Pagiël, de zoon van Okran;stylusNumeri 1:13, Numeri 1:13, Numeri 7:72, Numeri 7:7227over de afdeling van de stam der Neftalieten stond Achira, de zoon van Enan.stylusNumeri 1:15, Numeri 1:15, Numeri 7:78, Numeri 7:7828Dit was de rangschikking der Israëlieten, ingedeeld naar hun afdelingen. Toen zij vertrokken,stylusNumeri 2:34, Numeri 2:34, Numeri 24:4, Numeri 24:5, Kolossenzen 2:529sprak Moses tot zijn schoonvader Chobab, den zoon van Reoeël, den Midjaniet: Wij vertrekken naar de plaats, die Jahweh ons beloofd heeft te geven. Ga met ons mee, en wij zullen goed voor u zijn; want Jahweh heeft geluk beloofd aan Israël.stylusGenesis 12:7, Genesis 12:7, Exodus 2:18, Richteren 4:11, Exodus 3:130Maar hij gaf hem ten antwoord: Ik ga niet met u mee, maar ik vertrek naar mijn land en mijn geboortegrond.stylus2 Korintiërs 5:16, Lucas 14:26, Hebreeën 11:13, Genesis 12:1, Ruth 1:1531Hij sprak: Verlaat ons toch niet; want gij kent de geschikte legerplaatsen voor ons in de woestijn, en gij kunt onze gids zijn.stylusJob 29:15, Job 29:15, Galaten 6:2, 1 Korintiërs 12:14, 1 Korintiërs 12:2132Wanneer gij met ons meegaat, dan zullen wij ook u in de voorspoed doen delen, die Jahweh ons zal schenken.stylusRichteren 4:11, Richteren 1:16, Richteren 4:11, Richteren 1:16, 1 Johannes 1:333Zo trokken zij weg van de berg van Jahweh drie dagreizen ver. Want de ark van Jahweh’s Verbond ging drie dagen lang voor hen uit, om voor hen een rustplaats te zoeken;stylusDeuteronomium 1:33, Deuteronomium 1:33, Exodus 3:1, Exodus 3:1, Jesaja 28:1234ook toen zij uit de legerplaats waren opgetrokken, bleef de wolk van Jahweh overdag boven hen.stylusNehemia 9:19, Nehemia 9:12, Psalmen 105:39, Nehemia 9:19, Nehemia 9:1235Als de ark dan optrok, sprak Moses: Rijs op, Jahweh, en uw vijanden stuiven uiteen, Die U haten vluchten weg voor uw aanschijn!stylusPsalmen 68:1, Psalmen 68:2, Psalmen 68:1, Psalmen 68:2, Deuteronomium 7:1036En als zij stil hield, sprak hij: Zet U neder, o Jahweh Bij de duizend maal tienduizenden van Israël!stylusDeuteronomium 1:10, Deuteronomium 1:10, Genesis 24:60, Psalmen 90:13, Psalmen 90:17