Sacrilo

enEnglishtrTürkçeesEspañolptPortuguêsfrFrançaisdeDeutschzh中文ruРусскийja日本語ko한국어viTiếng ViệtthไทยplPolskiukУкраїнськаhuMagyarcsČeštinasrСрпскиslSlovenščinasqShqiplvLatviešuetEestinlNederlandschecknbNorskdaDansksvSvenskafiSuomiitItalianoheעבריתhrHrvatskilaLatinaarالعربية

DASHBOARD

dashboardOverzichtmenu_bookLees de BijbelquizDagelijkse Quizevent_noteMijn PlannenbookmarksBladwijzers

STUDIEHULPMIDDELEN

searchZoekencompare_arrowsBijbel Vergelijking
menu_book

Jozua Hoofdstuk 9

NlCanisius1939
arrow_backVorig HoofdstukVolgend Hoofdstukarrow_forward
JOZUA

Jozua 9

1Toen alle koningen aan de overzijde van de Jordaan, in het bergland, in de Sjefela en langs heel de kust van de Grote Zee tot de Libanon toe, dit vernamen, verbonden de Chittieten en Amorieten, de Kanaänieten en Perizzieten, de Chiwwieten en Jeboesieten
Numeri 34:6, Numeri 34:6, Exodus 3:17, Exodus 3:17, Exodus 23:23
2zich met elkander, om met vereende krachten Josuë en Israël te bestrijden.
Psalmen 2:1, Psalmen 2:2, Handelingen 4:26, Handelingen 4:28, Psalmen 83:2
3Maar zodra de inwoners van Gibon hoorden, wat Josuë met Jericho en Ai had gedaan,
Jozua 10:2, Jozua 10:2, Jozua 9:17, Jozua 9:17, 2 Samuël 21:1
4gingen ook zij listig te werk. Ze begaven zich vermomd op weg, namen versleten zakken voor hun ezels, versleten wijnzakken, gescheurd en genaaid,
Marcus 2:22, Lucas 16:8, Mattheüs 10:16, Lucas 5:37, Lucas 5:38
5trokken afgedragen en gelapte sandalen aan hun voeten en versleten kleren aan het lijf, terwijl al het brood voor onderweg al uitgedroogd en verkruimeld was.
Lucas 15:22, Lucas 15:22, Deuteronomium 29:5, Jozua 9:13, Deuteronomium 33:25
6Zo trokken ze naar Josuë in het kamp te Gilgal, en zeiden tot hem en de Israëlieten: Wij zijn uit een ver land gekomen; sluit dus met ons een verbond.
Jozua 5:10, Jozua 5:10, 2 Koningen 20:14, 2 Koningen 20:14, Deuteronomium 20:11
7Maar de Israëlieten zeiden tot de Chiwwieten: Misschien woont ge wel vlak bij ons; hoe kunnen we dan met u een verbond sluiten?
Jozua 11:19, Jozua 11:19, Richteren 2:2, Richteren 2:2, Deuteronomium 7:2
8Toen zeiden ze tot Josuë: We zijn uw dienstknechten. Maar Josuë vroeg hun: Wie zijt ge, en waar komt ge vandaan?
2 Koningen 10:5, Deuteronomium 20:11, 2 Koningen 10:5, Deuteronomium 20:11, Jozua 9:11
9Ze antwoordden hem: Uit een zeer ver land zijn uw dienaren gekomen, om de faam van Jahweh, uw God. Want we hebben van Hem gehoord, en van al wat Hij heeft gedaan in Egypte,
Jozua 9:24, Deuteronomium 20:15, Jozua 9:24, Deuteronomium 20:15, Jozua 2:9
10en aan de beide amorietische koningen over de Jordaan, Sichon, den koning van Chesjbon, en Og, den koning van Basjan, te Asjtarot.
Deuteronomium 2:30, Deuteronomium 3:7, Numeri 21:24, Numeri 21:35, Jozua 12:4
11Daarom zeiden onze oudsten en al onze landgenoten tot ons: Neemt levensmiddelen voor onderweg met u mee, gaat hun tegemoet en zegt hun: "We zijn uw dienaars; sluit dus een verbond met ons."
Jozua 9:8, Esther 8:17, Jozua 9:8, Esther 8:17, Lucas 9:3
12Dit is ons brood; vers namen we het als proviand uit onze huizen mee, toen we naar u op reis gingen; nu is het uitgedroogd en verkruimeld.
Jozua 9:4, Jozua 9:5, Jozua 9:4, Jozua 9:5
13Hier zijn de wijnzakken, die we vulden, toen ze nog nieuw waren; nu zijn ze gescheurd. En hier zijn onze kleren en schoenen; ze zijn versleten van de zeer lange reis.
14Toen namen de mannen van hun proviand, zonder Jahweh te raadplegen.
Spreuken 3:5, Spreuken 3:6, Spreuken 3:5, Spreuken 3:6, Numeri 27:21
15Ook Josuë wenste hun de vrede, en sloot met hen een verbond, dat hij hen zou sparen; en de overheden van het vergaderde volk beloofden het hun onder ede.
2 Samuël 21:2, 2 Samuël 21:2, Deuteronomium 20:10, Deuteronomium 20:11, Jozua 11:19
16Drie dagen, nadat ze met hen het verbond hadden gesloten, hoorden ze echter, dat ze hun naaste buren waren, en vlak bij hen woonden.
Spreuken 12:19, Spreuken 12:19
17Toen braken de Israëlieten op, en kwamen de derde dag bij hun steden; het waren Gibon, Kefira, Beërot en Kirjat-Jearim.
Jozua 18:25, Jozua 18:28, Ezra 2:25, Jozua 18:25, Jozua 18:28
18Toch sloegen de zonen Israëls hen niet neer, daar de overheden van het vergaderde volk het hun bij Jahweh, Israëls God, hadden gezworen. Wel begon het hele volk tegen de overheden te morren,
Psalmen 15:4, Psalmen 15:4, Prediker 5:2, Prediker 9:2, Prediker 5:6
19maar al de overheden gaven heel de gemeenschap ten antwoord: We hebben het hun zelf bij Jahweh, Israëls God, onder ede beloofd, en kunnen hun dus geen kwaad doen.
Prediker 8:2, Prediker 8:2, Jeremia 4:2, Prediker 9:2, Jozua 9:20
20Dit moeten we doen: We moeten ze sparen, opdat de toorn niet over ons losbreekt om de eed, die we hun hebben gezworen.
Spreuken 20:25, Maleachi 3:5, Spreuken 20:25, Maleachi 3:5, 2 Kronieken 36:13
21Daarom bepaalden de overheden te hunnen opzichte, dat ze gespaard zouden blijven, maar dat ze volgens het voorschrift der overheden hout moesten hakken en water putten voor het hele volk.
Deuteronomium 29:11, Deuteronomium 29:11, Jozua 9:27, Jozua 9:23, Jozua 9:27
22Josuë ontbood hen dus, en sprak tot hen: Waarom hebt ge ons bedrogen door te zeggen: "We wonen heel ver van u af," terwijl ge toch vlak bij ons woont?
Jozua 9:6, Jozua 9:6, Jozua 9:16, Jozua 9:16, Genesis 27:35
23Weest daarom vervloekt! Steeds zullen er van u als slaven hout moeten hakken en water putten voor het huis van mijn God.
Jozua 9:21, Jozua 9:21, Leviticus 27:28, Leviticus 27:29, Genesis 9:25
24Ze gaven Josuë ten antwoord: Het was aan uw dienaren heel goed bekend, dat Jahweh, uw God, aan zijn dienaar Moses gezegd had, dat Hij u het hele land geven zou, en al zijn bewoners voor u zou verdelgen. Daarom werden we zeer bevreesd, dat ge ons het leven zoudt nemen, en hebben we aldus gehandeld.
Deuteronomium 20:15, Deuteronomium 20:17, Deuteronomium 7:1, Deuteronomium 7:2, Deuteronomium 20:15
25We staan nu te uwer beschikking; doe met ons wat u goed en recht lijkt.
Genesis 16:6, Genesis 16:6, Jeremia 26:14, Richteren 10:15, Jeremia 26:14
26Zo deed Josuë. Hij redde hen uit de handen der Israëlieten, zodat ze hen niet doodden;
27maar Josuë gaf hun die dag tot taak, hout te hakken en water te putten voor heel het volk en voor Jahweh’s altaar op de plaats, welke hij zou uitkiezen. En dat doen ze nu nog.
Deuteronomium 12:5, Deuteronomium 12:5

Andere Boeken

JozuaRichterenRuth+

Andere Boeken

JozuaHfst. 9
RichterenRuth1 Samuël2 Samuël1 Koningen
Alle Boekenarrow_forward
auto_storiesSacrilo

Het Woord dichterbij brengen, vers voor vers. Ontworpen voor dagelijkse bezinning en geestelijke groei.

Sacrilo

Over onsContactBijbel App

Verbinden

© 2026 Sacrilo.

PrivacybeleidGebruiksvoorwaardenCookies
auto_stories

Latest Answers

What Is the Kingdom of God?
read_more

What Is the Kingdom of God?

What Is the Final Judgment?
read_more

What Is the Final Judgment?

What Is the Bible’s View of Love?
read_more

What Is the Bible’s View of Love?

What Is Teleology in Theology?
read_more

What Is Teleology in Theology?

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?
read_more

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?

What Is the Lord’s Supper / Communion?
read_more

What Is the Lord’s Supper / Communion?

View Allarrow_forward