1Toen Adoni-Sédek, de koning van Jerusalem, hoorde, dat Josuë Ai genomen en met de ban had geslagen, dat hij met Ai en zijn koning gedaan had, zoals hij met Jericho en zijn koning had gedaan, en dat de inwoners van Gibon vrede met Israël hadden gemaakt en zich bij hen hadden aangesloten,stylusGenesis 14:18, Jozua 8:2, Jozua 6:21, Jozua 11:19, Jozua 11:202werd men zeer bevreesd. Want Gibon was een grote stad, als een van de steden, die een koning hadden; het was groter nog dan Ai, en al zijn mannen waren helden.stylusDeuteronomium 11:25, Deuteronomium 11:25, Jozua 2:24, Exodus 15:14, Exodus 15:163Daarom zond Adoni-Sédek, Jerusalems koning, aan Hoham, den koning van Hebron, aan Piram, den koning van Jarmoet, aan Jafia, den koning van Lakisj en aan Debir, den koning van Eglon, deze boodschap:stylus2 Kronieken 11:9, Micha 1:13, 2 Kronieken 11:9, Micha 1:13, Numeri 13:224Komt mij helpen, om Gibon te verslaan, daar het met Josuë en de Israëlieten vrede heeft gesloten.stylusJozua 9:15, Jozua 9:15, Jozua 10:1, Jozua 10:1, Openbaring 20:85Hierop rukten de vijf amorietische koningen, de koning van Jerusalem, de koning van Hebron, de koning van Jarmoet, de koning van Lakisj en de koning van Eglon, gezamenlijk met heel hun legermacht uit, legerden zich voor Gibon en vielen het aan.stylusGenesis 15:16, Jozua 9:1, Jozua 9:2, Jesaja 8:9, Jesaja 8:106Toen lieten de Gibonieten aan Josuë in het kamp van Gilgal vragen: Laat uw dienaren toch niet in de steek, maar kom hier naar toe, om ons te redden en te helpen; want alle amorietische koningen uit het bergland zijn tezamen tegen ons opgerukt.stylusJozua 9:6, Jozua 5:10, Jozua 9:6, Jozua 5:10, Deuteronomium 1:157Josuë trok dus van Gilgal op met al het krijgsvolk en met alle dappere helden.stylusJozua 8:1, Jozua 8:1, Jesaja 8:12, Jesaja 8:14, Jesaja 8:128En Jahweh sprak tot Josuë: Wees niet bang voor hen, want Ik lever ze aan u over; niemand van hen zal tegen u stand kunnen houden.stylusRomeinen 8:31, Romeinen 8:31, Psalmen 27:1, Psalmen 27:2, Jesaja 41:109Toen Josuë, die de hele nacht van Gilgal uit was voortgetrokken, hen dan ook plotseling overviel,stylusSpreuken 24:11, Spreuken 24:12, Spreuken 22:29, Prediker 9:10, 2 Timotheüs 2:310bracht Jahweh ze voor Israël in verwarring. Men bracht hun te Gibon een grote nederlaag toe, achtervolgde ze langs de bergpas van Bet-Choron, en bleef op hen inslaan tot Azeka en Makkeda toe.stylusPsalmen 18:14, Psalmen 18:14, Jozua 16:3, Jozua 16:5, Jozua 16:311En terwijl ze op de helling van Bet-Choron voor de Israëlieten wegvluchtten, wierp Jahweh tot Azeka toe uit de hemel grote stenen op hen neer, waardoor ze gedood werden. Er stierven er meer door de hagelstenen, dan de Israëlieten met het zwaard konden doden.stylusJesaja 28:2, Jesaja 28:2, Exodus 9:22, Exodus 9:26, Richteren 5:2012Op die dag, toen Jahweh de Amorieten aan de Israëlieten prijs gaf, riep Josuë Jahweh aan, en sprak in het bijzijn van Israël: Zon, sta stil boven Gibon, Maan boven Ajjalons dal.stylusHabakuk 3:11, Habakuk 3:11, Jesaja 38:8, Jesaja 38:8, Jesaja 60:2013En de zon stond stil, De maan bleef staan, Tot het volk zich op zijn vijanden had gewroken. (Staat dit niet beschreven in het boek van den Rechtvaardige?) En ongeveer een hele dag lang bleef de zon midden aan de hemel staan, en repte zich niet ten ondergang.stylusHabakuk 3:11, Habakuk 3:11, Jesaja 38:8, Jesaja 38:8, Jozua 10:1414Nooit is er vroeger of later een dag geweest, waarop Jahweh zó de bede van een mens heeft verhoord. Waarachtig, het was Jahweh, die voor Israël streed.stylusDeuteronomium 1:30, Deuteronomium 1:30, Exodus 14:14, Exodus 14:14, Jozua 10:4215—stylusJozua 10:43, Jozua 10:43, Jozua 10:6, Jozua 10:616De vijf genoemde koningen, die op de vlucht waren geslagen, hadden een schuilplaats gezocht in de grot van Makkeda.stylusMicha 7:17, 1 Samuël 13:6, Openbaring 6:15, Jesaja 2:10, Jesaja 2:1217Men berichtte het Josuë: De vijf koningen zijn gevonden, ze houden zich schuil in de grot van Makkeda.stylus18Hij zei: Rolt grote stenen voor de ingang van de grot, en plaatst er mannen voor, om hen te bewaken.stylusMattheüs 27:66, Mattheüs 27:66, Job 21:30, Amos 9:1, Amos 5:1919Maar ge moogt uzelf niet ophouden; zet uw vijanden achterna, hakt op hun achterhoede in, en zorgt er voor, dat ze hun steden niet bereiken; Jahweh, uw God, heeft ze u overgeleverd.stylusPsalmen 18:37, Psalmen 18:41, Psalmen 18:37, Psalmen 18:41, Jeremia 48:1020Toen Josuë en de Israëlieten hen geheel verslagen hadden, en hen een geweldige en volkomen nederlaag hadden doen lijden, zodat slechts enkelen hunner waren ontsnapt, en de versterkte steden konden bereiken,stylusJozua 8:24, Jozua 8:24, Jeremia 8:14, 2 Samuël 20:6, Deuteronomium 20:1621keerde het hele volk behouden naar Josuë in het kamp van Makkeda terug. Niemand had tegen de Israëlieten ook maar zijn tong durven roeren.stylusExodus 11:7, Exodus 11:7, Jesaja 57:4, Jesaja 54:17, Jesaja 57:422Nu sprak Josuë: Maakt de ingang van de grot vrij, haalt die vijf koningen er uit, en brengt ze bij me.stylus1 Samuël 15:32, 1 Samuël 15:3223Dit deed men; men haalde de vijf koningen, den koning van Jerusalem, den koning van Hebron, den koning van Jarmoet, den koning van Lakisj en den koning van Eglon uit de grot, en bracht ze bij hem.stylusJozua 10:3, Jozua 10:5, Jozua 10:1, Jozua 10:3, Jozua 10:524En toen men die koningen bij Josuë had gebracht, riep deze alle Israëlieten tezamen, en sprak tot de aanvoerders van het krijgsvolk, die met hem meegetrokken waren: Komt hier, en zet uw voet op de nek van deze koningen. Ze traden nader, en zetten hun voet op hun nek.stylusOpenbaring 2:26, Openbaring 2:27, Maleachi 4:3, Romeinen 16:20, Openbaring 2:2625En Josuë sprak: Weest dus niet bang en moedeloos, maar sterk en flink! Want zo zal Jahweh met al uw vijanden doen, tegen wie ge zult strijden.stylusJozua 1:9, 2 Korintiërs 1:10, Jozua 1:9, 2 Korintiërs 1:10, Efeziërs 6:1026Hierop sloeg Josuë ze dood, en liet ze opknopen aan vijf palen, waaraan ze tot de avond bleven hangen.stylusJozua 8:29, Jozua 8:29, Numeri 25:4, 2 Samuël 21:9, Esther 2:2327Bij zonsondergang beval Josuë, ze van de palen af te halen en ze in de grot te smijten, waar ze zich hadden verborgen. Voor de ingang stapelde men grote stenen op, die er nu nog liggen.stylusJozua 8:29, Jozua 8:29, Jozua 7:26, 2 Samuël 18:17, Deuteronomium 21:2228In die tijd nam Josuë ook Makkeda in, en joeg het met zijn koning over de kling. Hij sloeg de stad en alle levende wezens, die erin waren, met de ban, en spaarde niemand; met den koning van Makkeda deed hij, zoals hij met dien van Jericho had gedaan.stylusJozua 6:21, Jozua 6:21, Deuteronomium 7:2, Psalmen 21:8, Psalmen 21:929Van Makkeda rukte Josuë met heel Israël verder tegen Libna op, en viel het aan.stylusJozua 21:13, Jozua 21:13, Jozua 15:42, Jozua 15:42, Jozua 6:2130En Jahweh leverde ook deze stad met haar koning aan Israël over. Hij joeg haar met alle levende wezens, die erin waren, over de kling, en spaarde er niemand; met haar koning deed hij, zoals hij ook met dien van Jericho had gedaan.stylus31Van Libna rukte Josuë met heel Israël tegen Lakisj op, belegerde het en viel het aan.stylusJozua 10:3, Jozua 10:3, 2 Koningen 19:8, 2 Kronieken 11:9, Jozua 15:3932En Jahweh leverde Lakisj aan Israël over. Reeds de tweede dag nam hij het in, en joeg de stad met alle levende wezens, die erin waren, over de kling, juist zoals hij met Libna gedaan had.stylus33En Horam, den koning van Gézer, die Lakisj toen nog te hulp kwam, versloeg Josuë, hem en zijn volk, zonder iemand te sparen.stylusJozua 16:10, Richteren 1:29, Jozua 16:10, Richteren 1:29, Jozua 16:334Van Lakisj rukte Josuë met heel Israël naar Eglon op, belegerde het, en viel het aan.stylusJozua 10:3, Jozua 10:3, Jozua 15:39, Jozua 12:12, Jozua 15:3935Nog dezelfde dag nam men het in, en joeg hij de stad met alle levende wezens, die erin waren, over de kling. Hij sloeg het met de ban, juist zoals hij met Lakisj gedaan had.stylusLeviticus 26:44, Jozua 10:37, Job 19:10, Leviticus 26:44, Jozua 10:3736Van Eglon rukte Josuë met heel Israël tegen Hebron op, en viel het aan.stylusRichteren 1:10, Richteren 1:10, Jozua 15:13, Jozua 15:13, Jozua 14:1337Ze namen het in, en joegen de stad met haar koning, en alle bijbehorende stadjes, met alle levende wezens, die erin waren, over de kling. Hij spaarde niemand, juist zoals hij met Eglon had gedaan, maar sloeg de stad en alle levende wezens, die erin waren, met de ban.stylus38Vervolgens keerde Josuë zich met heel Israël tegen Debir, en viel het aan.stylusJozua 15:15, Jozua 15:15, Jozua 21:15, Richteren 1:11, Richteren 1:1539Hij nam het in, joeg de stad met haar koning, en alle bijbehorende stadjes, over de kling, en sloeg alle levende wezens, die erin waren, met de ban, zonder iemand te sparen. Zoals hij met Hebron had gedaan, deed hij ook met Debir en zijn koning.stylusJozua 10:37, Deuteronomium 3:3, Jozua 11:8, 2 Koningen 10:11, Obadja 1:1840Zo trof Josuë het hele land: het bergland en de Négeb, de Sjefela en de streek der hellingen, met al hun koningen; niemand spaarde hij, maar al wat adem had, sloeg hij met de ban, zoals Jahweh, Israëls God, het bevolen had.stylusDeuteronomium 7:2, Deuteronomium 7:16, Deuteronomium 7:2, Deuteronomium 7:16, Jozua 9:2441Josuë sloeg hen van Kadesj-Barnéa tot Gaza, met het hele land Gósjen tot Gibon toe.stylusJozua 11:16, Jozua 11:16, Jozua 15:51, Jozua 15:51, Genesis 10:1942In één slag maakte Josuë zich van al die koningen met hun land meester; want Jahweh, Israëls God, streed voor Israël.stylusJozua 10:14, Jozua 10:14, Psalmen 46:7, Psalmen 46:7, Psalmen 80:343Toen keerde Josuë met heel Israël naar het kamp in Gilgal terug.stylusJozua 10:15, Jozua 10:15, 1 Samuël 11:14, Jozua 4:19, 1 Samuël 11:14