1Maar de Israëlieten hadden zich toch aan de ban vergrepen. Want Akan, de zoon van Karmi, zoon van Zabdi, zoon van Zara, uit de stam Juda, had iets genomen wat met de ban was geslagen, zodat de toorn van Jahweh tegen de Israëlieten ontbrand was.stylusJozua 22:20, Jozua 22:20, 1 Kronieken 2:6, 1 Kronieken 2:7, Prediker 9:182Nu zond Josuë uit Jericho mannen naar Ai, dat bij Bet-Awen ligt ten oosten van Betel, met de opdracht: Gaat het land verkennen! De mannen trokken dus uit, om Ai te verspieden.stylusJozua 18:12, Jozua 18:12, Hosea 4:15, 1 Samuël 13:5, 1 Samuël 14:233Bij hun terugkeer zeiden ze tot Josuë: Laat niet het hele volk optrekken; als er twee of drie duizend man gaan, nemen ze Ai wel in. Ge behoeft niet het hele volk te vermoeien; want ze zijn daarginds niet talrijk.stylusHebreeën 6:11, Hebreeën 6:12, Hebreeën 6:11, Hebreeën 6:12, Lucas 13:244Zo trokken ongeveer drie duizend man van het volk er op af. Maar ze moesten vluchten voor de bewoners van Ai,stylusDeuteronomium 28:25, Deuteronomium 28:25, Leviticus 26:17, Leviticus 26:17, Deuteronomium 32:305en dezen sloegen er zes en dertig van hen neer, achtervolgden hen buiten de poort tot bij de steengroeven, en versloegen hen op de helling. Toen versmolt het hart van het volk als water.stylusJozua 2:11, Jozua 2:9, Jozua 2:11, Jozua 2:9, Leviticus 26:366Nu scheurde Josuë zijn kleren, en wierp zich met de oudsten van Israël plat ter aarde voor de ark van Jahweh tot de avond toe. Ze strooiden zich stof op het hoofd,stylusGenesis 37:29, Genesis 37:29, Genesis 37:34, Genesis 37:34, 2 Samuël 13:317en Josuë sprak: Ach Jahweh, mijn Heer; waarom hebt Gij dit volk dan over de Jordaan gebracht? Om ons aan de Amorieten over te leveren, om ons in het verderf te storten? Hadden we toch maar besloten, om in het Overjordaanse te blijven!stylus2 Koningen 3:10, Hebreeën 12:5, 2 Koningen 3:10, Hebreeën 12:5, Jozua 1:28Ach Heer, wat zal ik zeggen, nu Israël zijn vijanden de rug heeft toegekeerd?stylusRomeinen 3:5, Romeinen 3:6, Romeinen 3:5, Romeinen 3:6, Ezra 9:109Als de Kanaänieten en alle bewoners van het land het vernemen, zullen ze ons omsingelen en onze naam van de aarde uitroeien. En hoe wilt Gij dan zorgen voor uw grote Naam?stylusExodus 32:12, Exodus 32:12, Ezechiël 36:22, Ezechiël 36:23, Psalmen 83:410Jahweh gaf Josuë ten antwoord: Sta op! Wat ligt ge hier op uw aangezicht neer?stylusExodus 14:15, 1 Samuël 16:1, 1 Samuël 15:22, Exodus 14:15, 1 Samuël 16:111Israël heeft gezondigd: ze hebben het verbond geschonden, dat Ik ze had opgelegd: ze hebben iets weggenomen wat met de ban was geslagen, het gestolen en stil bij hun huisraad verborgen.stylusHandelingen 5:1, Handelingen 5:2, Handelingen 5:1, Handelingen 5:2, Jozua 6:1712Daarom zijn de Israëlieten niet opgewassen tegen hun vijanden, daarom slaan ze voor hen op de vlucht; want ze zijn onder de ban gekomen, en Ik zal niet langer met u zijn, tenzij ge de ban uit uw midden verwijdert.stylusPsalmen 5:4, Psalmen 5:5, Psalmen 5:4, Psalmen 5:5, Jesaja 59:213Sta op, heilig het volk en beveel: Heiligt u voor morgen! Want aldus spreekt Jahweh, Israëls God: "Israël, er is iets onder u, dat door de ban is getroffen. Ge zult niet opgewassen zijn tegen uw vijanden, tot gij die ban uit uw midden hebt verwijderd."stylusKlaagliederen 3:40, Klaagliederen 3:41, Klaagliederen 3:40, Klaagliederen 3:41, Jozua 3:514Ge moet daarom morgen stam voor stam aantreden; daarna de stam, die Jahweh zal aanwijzen, geslacht voor geslacht; vervolgens het geslacht, dat Jahweh zal aanwijzen, familie voor familie; dan de familie, die Jahweh zal aanwijzen, man voor man.stylusSpreuken 16:33, Spreuken 16:33, Jozua 7:17, Jozua 7:18, Jona 1:715Wie dan wordt aangewezen als schuldig aan de ban, moet met al, wat hem toebehoort, worden verbrand, omdat hij het verbond met Jahweh heeft geschonden en een zonde in Israël begaan.stylusGenesis 34:7, Genesis 34:7, Richteren 20:6, 1 Samuël 14:38, 1 Samuël 14:3916Vroeg in de morgen liet Josuë dus de Israëlieten stam voor stam aantreden; aangewezen werd de stam Juda.stylusPrediker 9:10, Jozua 3:1, Psalmen 119:60, Genesis 22:3, Prediker 9:1017Daarna de geslachten van Juda; en het geslacht Zara werd aangewezen. Vervolgens het geslacht van Zara naar zijn families; en aangewezen werd de familie Zabdi.stylusNumeri 26:20, Numeri 26:20, 1 Kronieken 2:4, 1 Kronieken 2:7, Genesis 38:3018Ten slotte die familie man voor man; en aangewezen werd Akan, de zoon van Karmi, zoon van Zabdi, zoon van Zara, uit de stam Juda.stylusNumeri 32:23, Numeri 32:23, Handelingen 5:1, Handelingen 5:10, Handelingen 5:119Nu sprak Josuë tot Akan: Mijn zoon, geef eer aan Jahweh, Israëls God, en breng Hem hulde, door mij te bekennen, wat ge gedaan hebt, zonder mij iets te verzwijgen.stylus1 Samuël 6:5, 1 Samuël 6:5, Jeremia 13:16, Jeremia 13:16, Johannes 9:2420En Akan antwoordde Josuë: Ja, ik heb gezondigd tegen Jahweh, Israëls God. Dit heb ik gedaan.stylusPsalmen 38:18, Psalmen 38:18, 1 Samuël 15:30, Mattheüs 27:4, Exodus 10:1621Toen ik onder de buit een mooie babylonische mantel, twee honderd zilveren sikkels en een gouden staaf ter waarde van vijftig sikkels bemerkte, wilde ik die graag hebben, en nam ze mee. Alles is in de grond verstopt midden in mijn tent, het zilver onderop.stylusJakobus 1:15, Jakobus 1:15, Psalmen 119:37, 1 Johannes 2:15, 1 Johannes 2:1622Nu liet Josuë een paar mannen vlug naar de tent gaan; het was inderdaad in de tent verstopt, en het zilver lag onderop.stylus23Ze haalden het uit de tent weg, brachten het bij Josuë, en heel Israël legde het voor Jahweh neer.stylus24Toen nam Josuë, en heel Israël met hem, Akan, den zoon van Zara, met het zilver, de mantel en de gouden staaf, met zijn zonen en dochters, zijn runderen, ezels en schapen, met zijn tent en heel zijn bezit, en bracht ze naar de vallei van Akor.stylusSpreuken 15:27, Spreuken 15:27, 1 Timotheüs 6:9, 1 Timotheüs 6:10, 1 Timotheüs 6:925En Josuë sprak: Hoe hebt gij ons in het ongeluk gestort! Daarom stort Jahweh thans u in het ongeluk! Heel Israël stenigde hem,stylusJozua 6:18, Jozua 6:18, 1 Kronieken 2:7, 1 Kronieken 2:7, Deuteronomium 17:526en stapelde een grote steenhoop boven hem op, die er nu nog is. Toen bedaarde Jahweh’s ziedende toorn. Daarom heet die plaats tot op de huidige dag: Vallei van Akor.stylusHosea 2:15, Jesaja 65:10, Hosea 2:15, Jesaja 65:10, Deuteronomium 13:17