1Nadat dan het hele volk over de Jordaan was getrokken, sprak Jahweh tot Josuë:stylusDeuteronomium 27:2, Deuteronomium 27:2, Jozua 3:17, Jozua 3:172Kiest u uit dit volk twaalf mannen, één uit iedere stam,stylusJozua 3:12, Jozua 3:12, Numeri 34:18, Numeri 13:2, 1 Koningen 18:313en beveelt hun: Neemt hier midden uit de Jordaan, waar de voeten van de priesters hebben gestaan, twaalf stenen; draagt ze met u mee naar de plek, waar ge vannacht verblijven zult, en richt ze daar op.stylusJozua 4:19, Jozua 4:20, Jozua 4:19, Jozua 4:20, Jozua 3:134Josuë riep dus twaalf mannen, die hij onder de Israëlieten aanwees, uit elke stam één,stylusJozua 4:2, Marcus 3:14, Marcus 3:19, Jozua 4:2, Marcus 3:145en sprak tot hen: Trekt op tot bij de ark van Jahweh, uw God, in het midden van de Jordaan, en neemt ieder één steen op uw schouders, naar het getal van de stammen van Israëls kinderen,stylus6opdat die onder u ten teken zijn. En wanneer dan later uw zonen vragen: "Wat beduiden die stenen voor u?"stylusExodus 13:14, Exodus 13:14, Jozua 4:21, Jozua 4:21, Psalmen 44:17zult ge hun antwoorden: "Omdat het water van de Jordaan voor de ark van Jahweh’s Verbond verdween, toen de ark de Jordaan overtrok: omdat het water van de Jordaan verdween, daarom zijn deze stenen een altijddurend gedenkteken voor de kinderen Israëls".stylusExodus 12:14, Exodus 12:14, Exodus 28:12, Numeri 16:40, Psalmen 111:48De Israëlieten deden dus, zoals Josuë hun had bevolen; ze namen uit het midden van de Jordaan twaalf stenen op naar het getal der israëlietische stammen, zoals Jahweh het Josuë bevolen had, droegen ze mee naar het nachtkwartier en richtten ze daar op.stylusJozua 4:20, Jozua 4:2, Jozua 4:5, Jozua 1:16, Jozua 1:189Tevens plaatste Josuë twaalf stenen midden in de Jordaan op de plaats, waar de voeten van de priesters, die de ark des Verbonds droegen, hadden gerust; ze zijn daar nog tot op de dag van heden.stylus1 Samuël 7:12, 1 Samuël 7:12, Exodus 24:12, Richteren 1:26, 2 Kronieken 5:910Intussen waren de priesters, die de ark droegen, midden in de Jordaan blijven staan, totdat alles geschied was, wat Jahweh Josuë had opgedragen, aan het volk te bevelen. In aller ijl trok het volk naar de andere kant;stylusJozua 3:13, Jozua 3:13, Prediker 9:10, Jesaja 28:16, 2 Korintiërs 6:211en toen het hele volk over was, trok ook de ark van Jahweh over, en gingen de priesters weer aan de spits van het volk.stylusJozua 3:8, Jozua 3:8, Jozua 3:17, Jozua 4:18, Jozua 3:1712Ook de Rubenieten, de Gadieten en de halve stam van Manasse trokken over, en gingen gewapend voor Israël uit, zoals Moses het hun had bevolen;stylusNumeri 32:20, Numeri 32:32, Jozua 1:14, Numeri 32:20, Numeri 32:3213ze telden veertigduizend man ongeveer, die voor Jahweh ten strijde uittrokken naar de vlakte van Jericho.stylusEfeziërs 6:11, Jeremia 39:5, 2 Koningen 25:5, Jeremia 52:8, Efeziërs 6:1114Die dag verheerlijkte Jahweh Josuë in de ogen van heel Israël, zodat ze hem heel zijn leven vreesden, zoals ze Moses hadden gevreesd.stylusJozua 3:7, Jozua 3:7, 2 Kronieken 30:12, 2 Kronieken 30:12, Jozua 1:1615Nu sprak Jahweh tot Josuë:stylus16Beveel de priesters, die de ark des Verbonds dragen, dat ze uit de Jordaan komen.stylusJozua 3:3, Jozua 3:6, Exodus 25:16, Exodus 25:22, Openbaring 11:1917En Josuë beval de priesters: Komt de Jordaan uit.stylusGenesis 8:16, Genesis 8:18, Genesis 8:16, Genesis 8:18, Handelingen 16:2318Zodra nu de priesters, die de ark van Jahweh’s Verbond droegen, uit het midden van de Jordaan waren gekomen, en de voetzolen der priesters het droge hadden bereikt, hernam het water van de Jordaan zijn loop, en trad weer buiten zijn oevers als vroeger.stylusJozua 3:15, Jozua 3:15, Exodus 14:26, Exodus 14:28, 1 Kronieken 12:1519Op de tiende dag van de eerste maand trok het volk van de Jordaan weg, en sloeg zijn legerplaats te Gilgal op, aan de oostelijke grens van Jericho.stylusJozua 5:9, Jozua 5:9, Micha 6:5, Micha 6:5, 1 Samuël 15:3320De twaalf stenen, die men uit de Jordaan had meegenomen, liet Josuë nu te Gilgal oprichten,stylusJozua 4:3, Jozua 4:8, Jozua 4:3, Jozua 4:821terwijl hij tot de Israëlieten sprak: Als later uw zonen aan hun vaders vragen: "Wat hebben deze stenen te beduiden?"stylusJozua 4:6, Jozua 4:6, Psalmen 145:4, Psalmen 145:7, Psalmen 145:422moet ge uw zonen vertellen: "Droogvoets trok Israël hier over de Jordaan!"stylusJozua 3:17, Jozua 3:17, Jesaja 51:10, Jesaja 51:10, Exodus 15:1923Want Jahweh, uw God, heeft het water van de Jordaan voor u doen opdrogen, totdat ge er over waart, zoals Jahweh, uw God, met de Rode Zee heeft gedaan, die Hij voor ons heeft drooggelegd, totdat wij er over waren:stylusExodus 14:21, Exodus 14:21, Jesaja 63:12, Jesaja 63:14, Jesaja 43:1624opdat alle volken der aarde zouden weten, dat de hand van Jahweh machtig is, en gij Jahweh, uw God, voor altijd zoudt vrezen!stylusPsalmen 106:8, Psalmen 106:8, Psalmen 89:13, 1 Koningen 8:42, 1 Koningen 8:4325stylus