1‘s Morgens braken Josuë en al de zonen van Israël op, trokken uit Sjittim weg, en bereikten de Jordaan, waar ze overnachtten, alvorens over te trekken.stylusJozua 2:1, Jozua 2:1, Marcus 1:35, Marcus 1:35, Jeremia 25:32Toen de drie dagen ten einde waren, trokken de leiders het kamp door,stylusJozua 1:10, Jozua 1:11, Jozua 1:10, Jozua 1:113en bevalen het volk: Zodra gij ziet, dat de ark des Verbonds van Jahweh, uw God, door de levietische priesters wordt opgenomen, moet ook gij van uw plaats opbreken en haar volgen.stylusDeuteronomium 31:9, Deuteronomium 31:9, 2 Samuël 6:13, 2 Samuël 6:13, Exodus 13:214Er moet echter tussen u en haar een afstand blijven van ongeveer twee duizend el; komt er dus niet dichter bij! Dan zult ge de weg leren kennen, die ge moet gaan; want nog nooit zijt ge langs zo’n weg getrokken.stylusPsalmen 89:7, Psalmen 89:7, Exodus 3:5, Hebreeën 12:28, Hebreeën 12:295En Josuë sprak tot het volk: Heiligt u; want morgen zal Jahweh wonderbare dingen onder u doen.stylusJozua 7:13, Jozua 7:13, Leviticus 20:7, Leviticus 20:7, Joël 2:166En tot de priesters sprak Josuë: Neemt de ark des Verbonds, en trekt over aan de spits van het volk. En de priesters namen de ark des Verbonds op, en gingen vóór het volk uit.stylusMicha 2:13, Numeri 14:15, Jozua 3:3, Numeri 10:33, Johannes 14:27Toen sprak Jahweh tot Josuë: Vandaag zal Ik beginnen, u groot te maken in het oog van heel Israël, opdat ze weten, dat Ik met u zal zijn, zoals Ik met Moses geweest ben.stylusJozua 4:14, Jozua 4:14, Jozua 1:5, Jozua 1:5, 1 Kronieken 29:258Beveel aan de priesters, die de ark des Verbonds dragen: Als gij de oever van de Jordaan hebt bereikt, moet ge in de Jordaan gaan staan.stylusJozua 3:3, Jozua 3:17, Jozua 3:3, Jozua 3:17, 2 Kronieken 17:89Nu sprak Josuë tot de kinderen van Israël: Komt naderbij en hoort, wat Jahweh, uw God, u zegt!stylusDeuteronomium 4:1, Deuteronomium 4:1, Deuteronomium 12:8, Deuteronomium 12:810En Josuë vervolgde: Hieraan zult ge erkennen, dat er een levende God in uw midden is, die de Kanaänieten, Chittieten, Chiwwieten, Perizzieten, Girgasjieten, Amorieten en Jeboesieten voor u uit zal jagen!stylusDeuteronomium 7:1, Deuteronomium 7:1, Exodus 33:2, Exodus 33:2, Psalmen 44:211Zie, de ark des Verbonds van den Heer der gehele aarde trekt voor u uit de Jordaan in.stylusZacharia 6:5, Zacharia 6:5, Psalmen 24:1, Zacharia 4:14, Psalmen 24:112—stylusJozua 4:2, Jozua 4:2, Jozua 4:4, Jozua 4:9, Jozua 4:413Zodra de voetzolen der priesters, die de ark van Jahweh, den Heer der gehele aarde, dragen, het water van de Jordaan zullen aanraken, zal het water van de Jordaan, het water namelijk dat van boven komt, worden afgesneden en als een dam blijven staan.stylusExodus 15:8, Exodus 15:8, Psalmen 78:13, Psalmen 78:13, Jozua 3:1514Toen dus het volk uit zijn tenten opbrak, om de Jordaan over te trekken, droegen de priesters de ark des Verbonds voor het volk uit.stylusHandelingen 7:44, Handelingen 7:45, Handelingen 7:44, Handelingen 7:45, 1 Korintiërs 1:2415En ofschoon de Jordaan gedurende heel de zomertijd buiten zijn oevers staat, hadden de dragers van de ark nauwelijks de Jordaan bereikt, en waren de voeten der priesters, die de ark droegen, in de rand van het water gedompeld,stylus1 Kronieken 12:15, 1 Kronieken 12:15, Jozua 3:13, Jeremia 12:5, Jozua 4:1816of het water, dat van boven kwam, bleef staan, en rees heel in de verte omhoog als een dam, bij de stad Adam, die bij Saretan ligt; terwijl het water, dat naar de Araba-zee, de Zoutzee, vloeit, geheel verdween. Zo stak het volk tegenover Jericho over.stylusJozua 3:13, Jozua 3:13, Genesis 14:3, 1 Koningen 4:12, 1 Koningen 7:4617En terwijl heel Israël over het droge trok, bleven de priesters, die de ark van Jahweh’s Verbond droegen, midden in de Jordaan op het droge staan, totdat het hele volk de overtocht van de Jordaan had beëindigd.stylusExodus 14:29, Exodus 14:29, Exodus 14:22, Exodus 14:22, Psalmen 66:6