1Zodra Jabin, de koning van Chasor, hiervan hoorde, zond hij boden naar Jobab, den koning van Madon, naar den koning van Sjimron, naar den koning van Aksjaf,stylusJozua 11:10, Jozua 11:10, Jozua 10:3, Jozua 10:4, Psalmen 2:12en naar de koningen van het noordelijk bergland, van de Araba ten zuiden van Gennezaret, van de Sjefela en van het heuvelachtig gebied van Dor in het westen.stylusRichteren 1:27, Jozua 12:3, Richteren 1:27, Jozua 12:3, Jozua 17:113Dat waren de Kanaänieten in het oosten en het westen, de Amorieten, Chittieten en Perizzieten, de Jeboesieten in het gebergte, en de Chiwwieten aan de voet van de Hermon in het land van Mispa.stylusRichteren 3:3, Richteren 3:3, Genesis 31:49, Jozua 18:26, Genesis 31:494Met heel hun legermacht, met drommen, talrijk als het zand aan het strand van de zee, en met een groot aantal paarden en strijdwagens rukten zij uit.stylusRichteren 7:12, Richteren 7:12, 1 Samuël 13:5, 1 Samuël 13:5, Genesis 32:125En toen al die koningen zich hadden verenigd, gingen ze gezamenlijk hun tenten opslaan bij de wateren van Merom, om Israël te bestrijden.stylusJesaja 8:9, Psalmen 3:1, Openbaring 16:14, Psalmen 118:10, Psalmen 118:126Maar Jahweh sprak tot Josuë: Wees niet bang voor hen; want morgen om deze tijd leg Ik ze allen verslagen voor Israël neer; dan moet ge de pezen van de poten hunner paarden doorsnijden, en hun strijdwagens verbranden.stylusJozua 10:8, Jozua 10:8, 2 Samuël 8:4, 2 Samuël 8:4, Richteren 20:287Toen Josuë dan ook met al zijn krijgsvolk plotseling bij de wateren van Merom verscheen en op hen aanviel,stylusJozua 10:9, Jozua 10:9, 1 Tessalonicenzen 5:2, 1 Tessalonicenzen 5:3, 1 Tessalonicenzen 5:28leverde Jahweh ze aan Israël over. Zij versloegen ze en achtervolgden ze tot Groot-Sidon en Misrefot in het westen, en tot de vallei van Mispe in het oosten: zij versloegen ze, tot er niemand meer overbleef.stylusJozua 13:6, Jozua 13:6, Jozua 19:28, Jozua 19:28, Genesis 10:159Josuë deed met hen, zoals Jahweh hem had gezegd; hun paarden sneed hij de pezen door, en hun strijdwagens verbrandde hij.stylusJozua 11:6, Jozua 11:6, Ezechiël 39:9, Ezechiël 39:10, Ezechiël 39:910Bij zijn terugkeer veroverde Josuë toen Chasor, en joeg zijn koning over de kling; Chasor stond eertijds aan het hoofd van al die koninkrijken.stylusRichteren 4:2, Jozua 11:1, Richteren 4:2, Jozua 11:111Zij sloegen alle levende wezens, die erin waren, met de ban, en joegen ze over de kling, zodat geen levend wezen ontkwam; Chasor zelf stak hij in brand.stylusJozua 10:40, Jozua 10:40, Deuteronomium 20:16, Deuteronomium 20:1612Verder maakte Josuë zich meester van alle steden dier koningen en van die koningen zelf; hij sloeg ze met de ban, en joeg ze over de kling, zoals Moses, de dienaar van Jahweh, bevolen had.stylusDeuteronomium 7:2, Deuteronomium 20:16, Deuteronomium 20:17, Deuteronomium 7:2, Deuteronomium 20:1613Doch de steden, die op de heuvels lagen, staken de Israëlieten niet in brand, behalve dan Chasor, dat Josuë had laten verbranden.stylusJeremia 30:18, Jeremia 30:1814Maar heel de have en het vee van die steden maakten de Israëlieten buit; alle mensen echter, tot den laatsten man toe, joegen ze over de kling, en geen levend wezen lieten ze achter.stylusNumeri 31:9, Jozua 11:11, Deuteronomium 6:10, Deuteronomium 6:11, Jozua 10:4015Wat Jahweh aan zijn dienaar Moses had bevolen, heeft Moses aan Josuë gelast, en Josuë bracht het ten uitvoer; hij deed stipt, wat Jahweh aan Moses had voorgeschreven.stylusJozua 1:7, Jozua 1:7, Deuteronomium 7:2, Exodus 34:11, Exodus 34:1316Zo veroverde Josuë heel dit land: het gebergte, heel de Négeb, de gehele landstreek Gósjen, de Sjefela, de Araba, en het israëlietisch bergland met zijn laagten,stylusJozua 10:41, Jozua 10:41, Jozua 11:21, Jozua 12:8, Jozua 11:2117van het Chalakgebergte af, dat naar Seïr oploopt, tot Báal-Gad in de Libanonvlakte aan de voet van het Hermongebergte. Al hun koningen nam hij gevangen en sloeg ze dood.stylusDeuteronomium 7:24, Deuteronomium 7:24, Jozua 11:3, Jozua 13:5, Jozua 11:318Lange tijd heeft Josuë tegen al die koningen moeten strijden.stylusJozua 11:23, Jozua 14:7, Jozua 14:10, Jozua 11:23, Jozua 14:719Er was geen stad, die met de Israëlieten vrede sloot, behalve die der Chiwwieten, die in Gibon woonden; alles hebben ze gewapenderhand moeten veroveren.stylusJozua 9:3, Jozua 9:27, Jozua 9:3, Jozua 9:2720Want Jahweh had het beschikt, dat ze hun hart zouden verstokken, en vijandelijk tegen de Israëlieten zouden optreden, opdat men hen met de banvloek zou slaan, en er geen genade voor hen zou wezen, maar opdat men hen zou kunnen verdelgen, zoals Jahweh het Moses bevolen had.stylusRomeinen 9:18, Romeinen 9:18, Deuteronomium 20:16, Deuteronomium 20:17, Deuteronomium 20:1621In die tijd ging Josuë ook nog de Anakieten uitroeien uit het bergland, uit Hebron, Debir, Anab, en uit het gehele gebergte van Juda en Israël. Met hun steden sloeg Josuë hen met de ban,stylusDeuteronomium 9:2, Deuteronomium 9:2, Jozua 15:13, Jozua 15:14, Numeri 13:2222zodat er geen Anakieten meer in het land der Israëlieten overbleven, behalve in Gaza, Gat en Asjdod.stylus1 Samuël 17:4, 1 Samuël 17:4, Jozua 15:46, Jozua 15:46, 1 Samuël 5:123Josuë veroverde dus het gehele land, juist zoals Jahweh het Moses gezegd had. Hij gaf het aan Israël ten erfdeel, zoals het elk van zijn stammen toekwam. En het land rustte uit van de strijd.stylusJozua 21:44, Jozua 21:45, Jozua 21:44, Jozua 21:45, Numeri 26:52