1Heeft de mens niet een krijgsdienst op aarde, Gelijken zijn dagen niet op die van een knecht?stylusSpreuken 1:8, Spreuken 1:8, Openbaring 1:3, Lucas 11:28, Openbaring 1:32Zoals een slaaf, die naar de schaduw verlangt, Zoals een knecht, die op zijn loon staat te wachten:stylusPsalmen 17:8, Psalmen 17:8, Leviticus 18:5, Leviticus 18:5, Johannes 15:143Zo werden maanden van ellende mijn deel, En nachten van lijden mijn lot;stylusDeuteronomium 11:18, Deuteronomium 11:20, Deuteronomium 11:18, Deuteronomium 11:20, Spreuken 3:34Ga ik slapen, dan denk ik: wanneer wordt het dag, Als ik opsta: wanneer wordt het avond? Maar de avond blijft zich eindeloos rekken, En ik blijf vol onrust tot aan de morgen;stylusSpreuken 2:2, Spreuken 2:4, Spreuken 2:2, Spreuken 2:4, Spreuken 4:65Mijn vlees is met maden en korsten bedekt, Mijn huid splijt open en draagt;stylusSpreuken 2:16, Spreuken 2:16, Spreuken 6:24, Spreuken 6:24, Spreuken 5:36Mijn dagen zijn sneller dan een weversspoel, En lopen af, bij gebrek aan draad.stylusRichteren 5:28, Genesis 26:8, Richteren 5:28, Genesis 26:8, 2 Samuël 6:167Bedenk, dat mijn leven een ademtocht is, Dat mijn oog nooit meer het geluk zal aanschouwen;stylusSpreuken 6:32, Spreuken 6:32, Spreuken 1:22, Spreuken 1:22, Spreuken 8:58Dat het oog van hem, die mij ziet, mij niet meer zal speuren, En wanneer gij uw blik op mij richt, ik er niet meer zal zijn.stylusSpreuken 4:14, Spreuken 4:15, Spreuken 5:8, Judas 1:23, 2 Samuël 11:29Zoals een wolk vervliegt en verdwijnt, Zo stijgt, die in het dodenrijk daalt, er niet meer uit op;stylusRomeinen 13:12, Romeinen 13:14, Job 24:13, Job 24:15, Romeinen 13:1210Hij keert naar zijn huis niet meer terug, En zijn eigen woonplaats kent hem niet langer!stylus1 Timotheüs 2:9, 1 Timotheüs 2:9, Jesaja 3:16, Jesaja 3:24, 2 Korintiërs 11:211En daarom zal ik mijn mond niet snoeren, Maar spreken in de benauwdheid van mijn geest, En klagen in de bitterheid van mijn ziel: Gij dwingt mij er toe!stylusSpreuken 9:13, Spreuken 9:13, Titus 2:5, Titus 2:5, Spreuken 31:1012Ik ben toch geen zee, of geen monster der zee Dat gij mij een slot oplegt!stylusSpreuken 23:28, Spreuken 23:28, Spreuken 9:14, Spreuken 9:14, Openbaring 18:313Wanneer ik denk: mijn bed brengt mij troost, Mijn sponde zal mijn zuchten verlichten:stylusNumeri 25:6, Numeri 25:8, Genesis 39:12, Numeri 25:6, Numeri 25:814Dan gaat Gij mij door dromen verschrikken, En jaagt mij door visioenen ontsteltenis aan;stylusSpreuken 21:27, Spreuken 21:27, Leviticus 7:11, Leviticus 7:11, 2 Samuël 15:715Zodat ik nog liever word gewurgd, En de dood boven mijn smarten verkies.stylus16Ik verdwijn, ik blijf niet altijd in leven, Laat mij met rust, want mijn dagen zijn enkel een zucht!stylusJesaja 19:9, Jesaja 19:9, Ezechiël 27:7, Ezechiël 27:7, Openbaring 2:2217Wat is de mens, dat Gij zoveel belang in hem stelt, En hem uw aandacht blijft wijden;stylusPsalmen 45:8, Psalmen 45:8, Hooglied 4:13, Hooglied 4:14, Exodus 30:2318Dat Gij morgen aan morgen hem nagaat, En hem elk ogenblik toetst?stylus19Wanneer wendt Gij eindelijk eens uw oog van mij af, En laat Gij mij tijd, om mijn speeksel te slikken?stylusLucas 12:45, Lucas 12:46, Mattheüs 20:11, Lucas 12:45, Lucas 12:4620Heb ik gezondigd: wat deed ik U, Gij Mensenbewaker! Waarom hebt Gij mij tot uw mikpunt gemaakt, En ben ik U maar tot last;stylus2 Kronieken 2:4, 2 Kronieken 2:421Waarom niet liever mijn zonde vergeven, En mijn misdaad vergeten? Want weldra lig ik neer in het stof: Dan kunt Gij me zoeken, maar ik ben er niet meer!stylusSpreuken 5:3, Spreuken 5:3, Spreuken 7:5, Spreuken 7:5, 2 Koningen 4:8