1Job antwoordde, en sprak:stylusSpreuken 17:18, Spreuken 22:26, Spreuken 17:18, Spreuken 22:26, Spreuken 11:152Ach, mocht mijn wrevel worden gewogen, Maar tegelijk met mijn leed op de weegschaal gelegd:stylusSpreuken 18:7, Spreuken 18:7, Spreuken 12:13, Spreuken 12:133Want omdat het zwaarder is dan het zand aan de zee, Daarom gingen ook mijn woorden de perken te buiten.stylusJakobus 4:10, Jakobus 4:10, Psalmen 31:8, Psalmen 31:8, 2 Kronieken 36:124Ja, de pijlen van den Almachtige blijven in mij steken, Mijn geest zuigt er het gif van op; De verschrikkingen Gods Stellen zich tegen mij in slagorde op!stylusPsalmen 132:4, Psalmen 132:4, Spreuken 6:10, Spreuken 6:11, Spreuken 6:105Balkt soms de woudezel bij het gras Of loeit het rund bij zijn kribbe?stylusPsalmen 91:3, Psalmen 91:3, Psalmen 124:7, Psalmen 124:7, Spreuken 1:176Kan het laffe zonder zout worden gegeten, Of is er smaak aan het wit van een ei?stylusSpreuken 20:4, Spreuken 20:4, Spreuken 18:9, Spreuken 18:9, Spreuken 6:97Neen, ik weiger, het aan te raken, Ze zijn voor mij een walgelijke spijs!stylusJob 38:39, Job 39:12, Job 38:39, Job 39:12, Spreuken 30:278Ach, dat mijn bede werd verhoord, En dat God mijn wens mocht vervullen;stylusSpreuken 10:5, Spreuken 10:5, Spreuken 30:25, 1 Timotheüs 6:19, Spreuken 30:259Dat het God behaagde, mij te verpletteren, Zijn hand zich bewoog, om mij weg te maaien.stylusSpreuken 24:33, Spreuken 24:34, Spreuken 24:33, Spreuken 24:34, Jeremia 4:1410Dat zou een troost voor mij zijn, En ik danste ondanks mijn leed: "Hij spaart mij niet, Omdat ik den Heilige mijn wens niet verzweeg!".stylusSpreuken 24:33, Spreuken 24:34, Spreuken 24:33, Spreuken 24:34, Spreuken 6:611Want wat is mijn kracht, dat ik nu nog zou wachten, Wat mijn uitzicht, dat ik langer zou leven?stylusSpreuken 13:4, Spreuken 13:4, Spreuken 10:4, Spreuken 20:4, Spreuken 24:3412Is mijn kracht soms als die van een steen, Is mijn vlees soms van brons?stylusMattheüs 12:34, Spreuken 16:27, Spreuken 4:24, Mattheüs 12:34, Spreuken 16:2713Ben ik niet geheel van redding verstoken, Is iedere hulp mij niet ontzegd?stylusPsalmen 35:19, Psalmen 35:19, Job 15:12, Spreuken 10:10, Job 15:1214Maar wie zijn vriend barmhartigheid weigert, Verzaakt de vrees voor den Almachtige!stylusMicha 2:1, Micha 2:1, Romeinen 16:17, Hosea 8:7, Spreuken 6:1815Toch zijn mijn broeders als een beek onbetrouwbaar, Als een stortbeek, die wegstroomt:stylusJeremia 19:11, Jeremia 19:11, 2 Kronieken 36:16, 2 Kronieken 36:16, 1 Tessalonicenzen 5:316Die bedekt zijn met ijs, Of bedolven onder sneeuw;stylusPsalmen 11:5, Psalmen 11:5, Spreuken 8:13, Spreuken 8:13, Spreuken 11:2017Zodra de hitte komt, drogen zij uit, Zodra het warm wordt, zijn ze verdwenen.stylusPsalmen 120:2, Psalmen 120:3, Psalmen 120:2, Psalmen 120:3, Spreuken 12:2218Ze buigen af van de weg, die ze gaan, En verliezen zich in de woestijn;stylusGenesis 6:5, Genesis 6:5, Spreuken 1:16, Spreuken 1:16, Jeremia 4:1419De karavanen van Tema zien er naar uit, De convooien van Sjeba hebben er hun hoop op gevestigd:stylusSpreuken 6:14, Spreuken 19:5, Spreuken 6:14, Spreuken 19:5, Spreuken 19:920Maar ze worden in hun verwachting beschaamd, Staan bij hun aankomst te schande.stylusEfeziërs 6:1, Efeziërs 6:1, Deuteronomium 27:16, Deuteronomium 27:16, Spreuken 7:121Zo zijt gij voor mij nu geworden: Gij aanschouwt mijn ellende, en beangst deinst gij terug!stylusSpreuken 3:3, Spreuken 3:3, Spreuken 7:3, Spreuken 7:4, Spreuken 7:322Heb ik gevraagd: Geeft mij iets ten geschenke, Of staat mij van uw vermogen iets af;stylusSpreuken 2:11, Spreuken 2:11, Psalmen 119:11, Spreuken 3:23, Spreuken 3:2423Of redt mij uit de hand van den vijand, Bevrijdt mij uit de greep der tyrannen?stylusPsalmen 119:105, Psalmen 119:105, Psalmen 19:8, 2 Petrus 1:19, Psalmen 19:824Neen, onderricht mij, en dan zal ik zwijgen; Laat mij inzien, waarin ik heb gedwaald!stylusSpreuken 2:16, Spreuken 2:16, Spreuken 5:3, Spreuken 7:5, Spreuken 5:325Hoe zoet zijn woorden, die oprecht zijn gemeend, Maar hoe grievend de berisping van u!stylusMattheüs 5:28, Jakobus 1:14, Jakobus 1:15, Mattheüs 5:28, Jakobus 1:1426Meent gij, mijn woorden te moeten berispen: Woorden van een wanhopige, die in de wind zijn gesproken?stylusLucas 15:30, Spreuken 29:3, Lucas 15:30, Spreuken 29:3, 1 Samuël 2:3627Wilt gij het lot over een onschuldige werpen, En de staf breken over uw vriend?stylusJob 31:9, Job 31:12, Job 31:9, Job 31:12, Hosea 7:428Welnu dan, wilt mij aanhoren:Ik lieg u toch niet in het gezicht.stylus29Bezint u, en laat er geen onrecht geschieden; Bezint u, mijn onschuld zal blijken!stylus1 Korintiërs 7:1, 1 Korintiërs 7:1, Maleachi 3:5, 2 Samuël 16:21, 2 Samuël 11:330Is er soms onrecht op mijn tong, Of kan mijn gehemelte de rampen niet proeven;stylusJob 38:39, Job 38:39