1Job vervolgde zijn rede, en sprakstylusSpreuken 6:15, Spreuken 6:15, 1 Samuël 2:25, 1 Samuël 2:25, Spreuken 28:182Ach, was ik als in vroeger maanden, In de tijd, toen God mij behoedde,stylusSpreuken 28:12, Spreuken 28:12, Spreuken 11:10, Spreuken 11:10, Spreuken 28:283Toen Hij zijn lamp boven mijn hoofd liet stralen, En ik bij zijn licht door de duisternis ging;stylusSpreuken 27:11, Spreuken 27:11, Spreuken 15:20, Spreuken 10:1, Lucas 15:304Zoals ik was in mijn beste dagen Toen God mijn tent nog beschutte!stylusSpreuken 29:14, Spreuken 29:14, Spreuken 20:8, Micha 7:3, Daniël 11:205Toen de Almachtige nog met mij was, Mijn kinderen mij nog omringden;stylusPsalmen 5:9, Job 17:5, Psalmen 12:2, Hosea 5:1, Psalmen 5:96Toen mijn voeten zich baadden in boter, De rots, waar ik stond, beken olie liet stromen;stylus2 Timotheüs 2:26, Prediker 9:12, 2 Timotheüs 2:26, Prediker 9:12, Exodus 15:17Als ik uitging naar de poort van de stad, En op het plein mijn zetel liet zetten:stylusJob 29:16, Job 29:16, Psalmen 41:1, Psalmen 41:1, Spreuken 21:138Trokken de jongemannen zich terug, zodra ze mij zagen, Rezen de grijsaards op en bleven staan,stylusSpreuken 11:11, Spreuken 11:11, Jeremia 15:1, Jeremia 15:1, Jakobus 3:59Staakten de edelen hun gesprek En legden de hand op hun mond.stylusSpreuken 26:4, Prediker 10:13, Spreuken 26:4, Prediker 10:13, Mattheüs 7:610De stem der leiders verstomde, Hun tong kleefde aan hun gehemelte vast;stylusJohannes 15:18, Johannes 15:19, Johannes 15:18, Johannes 15:19, Genesis 4:511Toen het oor, dat het hoorde, mij gelukkig prees En het oog, dat het zag, mij bijval schonk!stylusSpreuken 19:11, Spreuken 19:11, Spreuken 12:16, Spreuken 12:16, Micha 7:512Want ik hielp den arme, die om bijstand riep, Den wees, die geen helper meer had;stylusSpreuken 20:8, Spreuken 20:8, 2 Koningen 10:6, 2 Koningen 10:7, 1 Samuël 22:813Dien de ondergang dreigde, zegende mij, Het hart der weduwe vrolijkte ik op;stylusMattheüs 5:45, Mattheüs 5:45, Spreuken 22:2, Spreuken 22:2, Psalmen 13:314Rechtschapenheid trok ik aan als een kleed, Mijn gerechtigheid als een mantel en kroon.stylusSpreuken 16:12, Spreuken 16:12, Spreuken 20:28, Spreuken 29:4, Jesaja 11:415Ik was de ogen voor blinden, De voeten voor kreupelen;stylusSpreuken 17:25, Spreuken 17:25, Spreuken 29:17, Spreuken 29:17, Spreuken 10:116Voor armen was ik een vader, Voor onbekenden onderzocht ik het pleit.stylusPsalmen 58:10, Psalmen 92:11, Psalmen 91:8, Psalmen 37:36, Psalmen 37:3417Maar den boosdoener brak ik de tanden, En rukte hem de prooi uit zijn kaken.stylusSpreuken 29:15, Spreuken 29:15, Spreuken 10:1, Spreuken 13:24, Spreuken 10:118Ik dacht bij mijzelf: Oud zal ik sterven Mijn dagen zullen talrijk zijn als het zand;stylusLucas 11:28, Lucas 11:28, Jakobus 1:25, Jakobus 1:25, Hosea 4:619Mijn wortel zal openstaan voor het water, De dauw op mijn takken vernachten;stylusJob 19:16, Spreuken 26:3, Job 19:16, Spreuken 26:3, Spreuken 30:2220Mijn eer blijft steeds nieuw, Mijn boog wint aan jeugdige kracht in mijn hand!stylusJakobus 1:19, Jakobus 1:19, Spreuken 26:12, Spreuken 26:12, Spreuken 14:2921Ze luisterden zwijgend naar mij En wachtten mijn beslissing af;stylus22Had ik uitgesproken, dan nam niemand het woord, Maar mijn rede druppelde op hen neer.stylusSpreuken 15:18, Spreuken 15:18, Spreuken 17:19, Spreuken 17:19, Spreuken 26:2123Ze verlangden naar mij als naar regen, Met open mond als naar een late bui.stylusMattheüs 23:12, Mattheüs 23:12, Lucas 14:11, Lucas 14:11, Spreuken 11:224Lachte ik hun toe, ze durfden het niet geloven, En vingen het stralen van mijn aangezicht op.stylusLeviticus 5:1, Leviticus 5:1, Spreuken 8:36, Spreuken 8:36, Psalmen 50:1825Bezocht ik hen, ik zat bovenaan, Troonde als een vorst bij zijn troepen, als een die treurenden troost.stylusPsalmen 118:8, Psalmen 118:8, Lucas 12:4, Lucas 12:4, Spreuken 18:10