1Zeker, er is een plaats, waaruit het zilver komt, Een oord, waar het goud wordt gewassen,stylusDeuteronomium 28:7, Deuteronomium 28:7, Psalmen 53:5, Psalmen 53:5, Jesaja 26:32Het ijzer uit de bodem gehaald, De steen tot koper gesmolten;stylusGenesis 45:5, Genesis 45:8, 1 Koningen 16:8, 1 Koningen 16:29, 1 Koningen 15:283Waar men in de uiterste duisternis doordringt, En de diepste plekken doorvorst. In de rotsen, duister en somber.stylusMattheüs 18:28, Mattheüs 18:30, Mattheüs 18:28, Mattheüs 18:304Worden schachten gehakt door een volk, dat er niet hoort, Dat door de wandelaars wordt vergeten, Daar ver van de mensen hangt en zweeft;stylusRomeinen 1:32, Romeinen 1:32, Efeziërs 5:11, Efeziërs 5:11, Mattheüs 14:45En de aarde, waaruit het brood ontspruit, Wordt in haar ingewanden omgewoeld als door vuur.stylus1 Johannes 2:27, 1 Johannes 2:27, Jakobus 1:5, Jakobus 1:5, 1 Johannes 2:206Haar rotsen zijn de plaats van saffier, Haar stof bevat goud;stylusSpreuken 19:1, Spreuken 19:1, Spreuken 28:18, Spreuken 28:18, Lucas 16:197De arend kent er de weg niet heen, Het valkenoog bespeurt hem niet;stylus1 Petrus 4:3, 1 Petrus 4:4, Spreuken 29:3, 1 Petrus 4:3, 1 Petrus 4:48De roofdieren betreden hem niet, De luipaard gaat er niet heen.stylusSpreuken 13:22, Job 27:16, Job 27:17, Spreuken 13:22, Job 27:169De mens slaat zijn hand aan de harde steen, Woelt de bergen om van hun grondslag af,stylusPsalmen 66:18, Psalmen 66:18, 2 Timotheüs 4:3, 2 Timotheüs 4:4, 2 Timotheüs 4:310Breekt gangen in de rotsen uit, Niets kostbaars ontsnapt aan zijn oog;stylusSpreuken 26:27, Spreuken 26:27, Galaten 2:4, Psalmen 37:25, Psalmen 37:2611Hij zoekt de bronnen der stromen af, En brengt wat verborgen lag aan het licht.stylusSpreuken 18:17, Spreuken 18:17, Spreuken 26:16, Romeinen 12:16, Prediker 9:1512Maar de wijsheid, waar is zij te vinden, En waar is het oord van het inzicht?stylusSpreuken 29:2, Spreuken 29:2, Spreuken 11:10, Spreuken 11:10, Spreuken 28:2813De mens kent er de weg niet heen, In het land der levenden bevindt ze zich niet.stylus1 Johannes 1:8, 1 Johannes 1:10, 1 Johannes 1:8, 1 Johannes 1:10, Psalmen 32:314De afgrond roept: In mij is ze niet! De zee herhaalt: Ze is niet bij mij!stylusSpreuken 23:17, Spreuken 23:17, Psalmen 2:11, Psalmen 2:11, Jesaja 66:215Zij wordt niet gekocht voor het fijnste goud, Geen zilver gewogen, om haar te betalen;stylusMattheüs 2:16, Mattheüs 2:16, Spreuken 20:2, 1 Petrus 5:8, Spreuken 19:1216Zij wordt niet geschat tegen goud van Ofir, Tegen kostbare onyx, noch saffier;stylusExodus 18:21, Exodus 18:21, Jeremia 22:15, Jeremia 22:17, 1 Koningen 12:1017Geen goud, geen glaswerk kan haar evenaren, Geen gouden vaas is haar prijs.stylusGenesis 9:6, Genesis 9:6, Exodus 21:14, 1 Koningen 21:19, Exodus 21:1418Paarlen en kristal zijn naast haar niet in tel, Het vinden der wijsheid gaat dat van koralen te boven;stylusSpreuken 10:9, Spreuken 10:9, Spreuken 28:6, Spreuken 28:6, Psalmen 84:1119Topaas van Koesj kan het niet bij haar halen, Het zuiverst goud weegt niet tegen haar op.stylusSpreuken 12:11, Spreuken 12:11, Lucas 15:12, Lucas 15:17, Spreuken 27:2320De wijsheid, waar komt zij vandaan; Het inzicht, waar is zijn plaats?stylusLucas 16:10, Lucas 16:12, Lucas 16:10, Lucas 16:12, Spreuken 13:1121Zij ligt verborgen voor het oog van al wat leeft, Verscholen voor de vogels in de lucht;stylusSpreuken 24:23, Ezechiël 13:19, Spreuken 18:5, Spreuken 24:23, Ezechiël 13:1922De onderwereld en dood roepen uit: Onze oren hebben enkel van haar bij geruchte gehoord.stylus1 Timotheüs 6:9, Spreuken 23:6, 1 Timotheüs 6:9, Spreuken 23:6, Spreuken 28:2023Het is God, die de weg naar haar kent, Hij alleen weet, waar zij toeft.stylusSpreuken 27:5, Spreuken 27:6, Spreuken 27:5, Spreuken 27:6, Psalmen 141:524Want Hij blikte tot aan de grenzen der aarde, Zag al wat onder de hemel bestond:stylusSpreuken 18:9, Spreuken 19:26, Spreuken 18:9, Spreuken 19:26, Mattheüs 15:425Toen Hij het gewicht van de wind bepaalde, De maat voor het water bestemde;stylus1 Timotheüs 6:6, Spreuken 11:25, 1 Timotheüs 6:6, Spreuken 11:25, Spreuken 10:1226Toen Hij de regen zijn wet gaf, En de donder zijn weg.stylusSpreuken 3:5, Spreuken 3:5, Jeremia 17:9, Jeremia 17:9, Job 28:2827Toen aanschouwde Hij haar en verkondigde haar, Kende Hij haar en doorgrondde haar;stylusSpreuken 19:17, Spreuken 19:17, Spreuken 11:24, Spreuken 11:24, Deuteronomium 15:728Maar Hij sprak tot den mens: Zie, de vreze des Heren is wijsheid, En het kwade te mijden is inzicht!stylusSpreuken 29:2, Spreuken 29:2, Job 24:4, Job 24:4, Spreuken 28:12