1Maar thans lachen jongere mensen mij uit, Lieden, wier vaders te min voor mij waren, Om ze bij mijn herdershonden te zetten;stylusSpreuken 31:1, Spreuken 31:1, 2 Petrus 1:19, 2 Petrus 1:21, 2 Petrus 1:192Wier sterke hand mij zelfs niet kan dienen, Daar al hun kracht verloren ging,stylusPsalmen 73:22, Psalmen 73:22, 1 Korintiërs 3:18, 1 Korintiërs 3:18, Jakobus 1:53Door gebrek en honger is uitgeput. Lieden, die de stronken afknagen in de woestijn, In het land der steppe en wildernis;stylusSpreuken 9:10, Romeinen 11:33, Efeziërs 3:18, Efeziërs 3:19, Openbaring 3:74Die zilte kruiden van de struiken plukken, En zich voeden met de wortels der brem;stylusJohannes 3:13, Johannes 3:13, Job 26:8, Efeziërs 4:8, Efeziërs 4:105Die uit de samenleving zijn weggejaagd, En die men naschreeuwt als dieven.stylusPsalmen 18:30, Psalmen 18:30, Psalmen 84:11, Jakobus 3:17, Psalmen 84:116Lieden, die in de krochten van afgronden wonen, In aardholen en rotsen;stylusDeuteronomium 12:32, Deuteronomium 12:32, Deuteronomium 4:2, Deuteronomium 4:2, Openbaring 22:187Die balken tussen de struiken, Samenhokken onder de netels;stylus2 Koningen 2:9, Psalmen 27:4, Lucas 10:42, 2 Koningen 2:9, Psalmen 27:48Die als een dwaas en naamloos broed Weggezweept zijn uit het land.stylus1 Timotheüs 6:6, 1 Timotheüs 6:8, 1 Timotheüs 6:6, 1 Timotheüs 6:8, Psalmen 62:99En thans ben ik hun spotlied geworden, En de stof voor hun praat.stylusHosea 13:6, Hosea 13:6, Deuteronomium 31:20, Deuteronomium 31:20, Ezechiël 16:4910Vol afschuw blijven ze op een afstand staan, En ontzien zich niet, mij in het gezicht te spuwen.stylusRomeinen 14:4, Prediker 7:21, Romeinen 14:4, Prediker 7:21, Spreuken 11:2611Zij mishandelen mij, nu ze hun teugel hebben losgerukt Hun breidel hebben afgeworpen.stylusSpreuken 20:20, Spreuken 20:20, Spreuken 30:17, Spreuken 30:17, Spreuken 30:1212Aan mijn rechterhand verheft zich dat broed, Mijn voeten stoten hen weg; Ze banen tegen mij hun onheilspaden,stylusLucas 18:11, Lucas 18:11, Spreuken 16:2, Spreuken 16:2, 2 Timotheüs 3:513En vernielen mijn weg, om mij te verderven. Ze trekken op, er is niemand, die hen weerhoudt,stylusSpreuken 6:17, Spreuken 6:17, Jesaja 2:11, Jesaja 2:11, Psalmen 131:114Als door een wijde bres rukken ze aan. Onder de puinhopen kwam ze aangeroldstylusPsalmen 57:4, Psalmen 57:4, Psalmen 3:7, Psalmen 3:7, Psalmen 14:415Keerde zich tegen mij de verschrikking; Als een stormwind waaide mijn aanzien weg, Mijn geluk dreef voorbij als een wolk.stylusSpreuken 30:21, Spreuken 30:29, Spreuken 30:21, Spreuken 30:29, Spreuken 6:1616En thans stort zich mijn ziel in mij uit, Grijpen de dagen van rampspoed mij aan!stylusSpreuken 27:20, Spreuken 27:20, Habakuk 2:5, Habakuk 2:5, Genesis 30:117Des nachts wordt mijn gebeente doorboord, En nemen mijn knagende pijnen geen rust;stylusDeuteronomium 21:18, Deuteronomium 21:21, Deuteronomium 21:18, Deuteronomium 21:21, Spreuken 23:2218Door het grote geweld is mijn vlees ontredderd, Het knelt mij als de kraag van mijn kleed.stylusJob 42:3, Job 42:3, Psalmen 139:6, Psalmen 139:619God heeft mij in de modder geworpen, Ik zie er uit als stof en as.stylusJesaja 40:31, Jesaja 40:31, Job 39:27, Job 39:27, Exodus 22:1620Ik roep tot U, maar Gij antwoordt niet; Ik sta overeind, maar Gij let niet op mij.stylusSpreuken 7:13, Spreuken 7:23, Spreuken 5:6, Spreuken 7:13, Spreuken 7:2321Gij zijt wreed tegen mij, Met uw krachtige hand bestookt Gij mij;stylus22Gij heft mij op, jaagt mij voort op de wind, Een noodweer lost mij in water op.stylusSpreuken 19:10, Spreuken 19:10, Prediker 10:7, Prediker 10:7, Jesaja 3:423Ja, ik weet, Gij leidt mij ten dode, Naar de verzamelplaats van al wat leeft.stylusSpreuken 27:15, Spreuken 27:15, Spreuken 29:21, Spreuken 21:19, Spreuken 29:2124Maar steekt een drenkeling de hand niet uit, Roept men in zijn ellende niet om hulp?stylusJob 12:7, Job 12:725Heb ik zelf niet geweend over den zwaar beproefde, Was ik over den arme niet zielsbedroefd?stylusSpreuken 6:6, Spreuken 6:8, Spreuken 6:6, Spreuken 6:826Ja, ik hoopte op geluk, maar het onheil kwam; Ik verwachtte het licht, maar het duister viel in.stylusPsalmen 104:18, Psalmen 104:18, Leviticus 11:5, Leviticus 11:527Mijn binnenste kookt, en komt niet tot rust, Dagen van jammer treden mij tegen.stylusJoël 2:7, Joël 2:11, Psalmen 105:34, Joël 1:6, Joël 1:728Zwart loop ik rond, maar niet van de zon; Sta ik op in de gemeente, ik roep om hulp!stylus29Ik ben een broer van de jakhalzen, Een makker der struisen;stylus30Mijn huid is zwart, en laat van mij los, Mijn beenderen branden van koorts;stylusRichteren 14:18, Richteren 14:18, Numeri 23:24, Numeri 23:2431Mijn citer is voor rouwklacht gestemd, Mijn fluit voor geween!.stylusSpreuken 20:2, Spreuken 16:14, Daniël 3:15, Daniël 3:18, Spreuken 20:2