1Daarna sprak Jahweh tot mij: Ga nu opnieuw de vrouw beminnen, die zich door een ander het hof laat maken en overspel doet; juist zoals Jahweh de kinderen van Israël blijft beminnen, ofschoon ze zich tot vreemde goden hebben gewend, en op druiven-koeken verzot zijn.stylusJesaja 1:10, Hosea 5:1, Psalmen 82:1, Psalmen 82:5, Jeremia 5:42Ik won ze dus terug voor vijftien zilverlingen en anderhalve maat gerst.stylusEzechiël 22:27, Ezechiël 22:27, Spreuken 28:4, Psalmen 53:4, Spreuken 28:43Toen sprak ik tot haar: Blijf nu lange tijd rustig bij mij, zonder ontucht te doen, of aan een man te behoren; ook ik blijf u getrouw.stylusPsalmen 14:4, Psalmen 14:4, Ezechiël 11:6, Ezechiël 11:7, Ezechiël 11:34Want lange tijd zullen de kinderen van Israël zonder koning of vorst blijven zitten, zonder offer en wijsteen, zonder orakel en goden.stylusSpreuken 1:28, Jesaja 1:15, Spreuken 1:28, Jesaja 1:15, Ezechiël 8:185Maar dan zullen de kinderen van Israël zich bekeren, Jahweh, hun God, weer zoeken, en David hun koning; op het einde der dagen keren zij vol ontzag tot Jahweh en zijn weldaden terug!stylusJeremia 14:14, Jeremia 14:15, Jeremia 6:14, Jeremia 14:14, Jeremia 14:15