1De godsspraken van Amos, die tot de schaapherders van Tekóa behoorde, en zijn visioenen over Israël schouwde ten tijde van Ozias, den koning van Juda, en van Jeroboam, den zoon van Joas en koning van Israël, twee jaar voor de aardbeving.stylusNahum 1:1, Nahum 1:1, Jesaja 22:1, Jesaja 22:12Hij sprak: Jahweh buldert uit Sion, Laat uit Jerusalem zijn donder rollen: De weiden der herders treuren ervan, De top van de Karmel verdort!stylusPsalmen 22:1, Psalmen 22:2, Psalmen 22:1, Psalmen 22:2, Jeremia 14:93Zo spreekt Jahweh! Om drie schanddaden van Damascus, Of om vier herroep Ik het niet: Omdat zij met ijzeren sleden Gilad hebben gedorst!stylusPsalmen 55:9, Psalmen 55:11, Psalmen 55:9, Psalmen 55:11, Jeremia 20:84Ik slinger een vuur in Chazaëls huis, Dat de burchten van Ben-Hadad verteert;stylusPsalmen 119:126, Job 21:7, Jesaja 1:21, Jesaja 1:23, Psalmen 119:1265Ik sla de grendel van Damascus aan stukken, Roei de bewoners van het "Dal der Ongerechtigheid", uit, Den scheptervoerder van het "Huis van Geneugte", Arams bevolking zal naar Kir in ballingschap gaan: Spreekt Jahweh!stylusHandelingen 13:40, Handelingen 13:41, Handelingen 13:40, Handelingen 13:41, Klaagliederen 4:126Zo spreekt Jahweh! Om drie schanddaden van Gaza, Of om vier herroep Ik het niet: Omdat zij heel een bevolking hebben weggevoerd, Om ze aan Edom te verkopen!stylus2 Koningen 24:2, 2 Koningen 24:2, Jeremia 5:15, Jeremia 5:15, Jesaja 23:137Ik slinger een vuur binnen de muren van Gaza, Dat zijn burchten verteert;stylusJeremia 39:5, Jeremia 39:9, Jeremia 39:5, Jeremia 39:9, Deuteronomium 5:278Ik roei de bewoners van Asjdod uit, Den scheptervoerder van Asjkelon; Ik strek mijn hand tegen Ekron uit, Wat van de Filistijnen nog rest, gaat te gronde: Spreekt Jahweh, de Heer!stylusJeremia 4:13, Jeremia 4:13, Sefanja 3:3, Sefanja 3:3, Jeremia 5:69Zo spreekt Jahweh! Om drie schanddaden van Tyrus, Of om vier herroep Ik het niet: Omdat zij heel een bevolking aan Edom hebben verkocht, Zich aan het broeder-verbond niet hebben gestoord!stylusGenesis 41:49, Deuteronomium 28:51, Deuteronomium 28:52, Ezechiël 17:10, Habakuk 2:510Ik slinger een vuur binnen de muren van Tyrus, Dat zijn burchten verteert!stylus2 Kronieken 36:6, 2 Kronieken 36:6, Jesaja 14:16, 2 Kronieken 36:10, Jeremia 32:2411Zo spreekt Jahweh! Om drie schanddaden van Edom, Of om vier herroep Ik het niet: Omdat hij zijn broeder met het zwaard heeft vervolgd, En zijn medelijden verstikt, Altijd maar wraak heeft gekoesterd, Zijn gramschap eeuwig liet duren!stylusDaniël 5:20, Daniël 5:3, Daniël 5:4, Jeremia 4:11, Jeremia 4:1212Ik slinger een vuur in Teman, Dat de burchten van Bosra verteert!stylusDeuteronomium 32:4, Deuteronomium 32:4, Deuteronomium 33:27, Psalmen 90:2, Deuteronomium 33:2713Zo spreekt Jahweh! Om drie schanddaden van de zonen van Ammon, Of om vier herroep Ik het niet: Omdat zij Gilads zwangere vrouwen hebben opengereten, Om hun eigen gebied te vergroten!stylusPsalmen 5:4, Psalmen 5:5, Psalmen 5:4, Psalmen 5:5, Psalmen 34:1514Ik ontsteek een vuur binnen de muren van Rabba, Dat zijn burchten verteert: Onder gehuil op de dag van de strijd, Onder geloei op de dag van de storm;stylusSpreuken 6:7, Spreuken 6:715Ook hun koning zal in ballingschap gaan, Tegelijk met zijn vorsten: Spreekt Jahweh!stylusJeremia 16:16, Amos 4:2, Jeremia 16:16, Amos 4:2, Psalmen 10:9