1Hoort het woord van Jahweh, Israëls kinderen: Jahweh heeft een aanklacht Tegen de bewoners van het land! Want er is geen trouw meer, geen liefde, Geen kennis van God in het land;stylusJesaja 2:1, Jesaja 2:4, Jesaja 2:1, Jesaja 2:4, Jeremia 3:172Zweren en liegen, moorden, stelen en echtbreuk plegen, Het éne bloedbad volgt op het andere.stylusJesaja 2:3, Jesaja 2:3, Jeremia 31:6, Jeremia 31:6, Handelingen 1:83Daarom is het land in rouw gedompeld, En kwijnen al zijn bewoners; Zelfs de beesten in het wild, de vogels in de lucht, En de vissen in de zee komen om.stylusJesaja 2:4, Jesaja 2:4, Mattheüs 25:31, Mattheüs 25:32, Joël 3:94Toch is er niemand, die zich verzet, of berispt; Priesters, ook tegen u is mijn aanklacht gericht!stylusZacharia 3:10, Zacharia 3:10, 1 Koningen 4:25, 1 Koningen 4:25, Jesaja 1:205Gij zijt gestruikeld op klaarlichte dag, De profeet met u in de nacht.stylusZacharia 10:12, Zacharia 10:12, Kolossenzen 3:17, Jozua 24:15, Kolossenzen 3:176Ik zal u verdelgen, zoals mijn volk wordt verdelgd, Daar het geen kennis van God meer bezit; Omdat ook gij die kennis hebt verworpen, Zal Ik u uit mijn priesterschap werpen. Omdat gij de wet van uw God hebt vergeten, Zal Ik ook uw zonen vergeten;stylusSefanja 3:19, Sefanja 3:19, Ezechiël 34:12, Ezechiël 34:17, Ezechiël 34:127Hoe talrijker ze werden, hoe meer ze tegen Mij misdeden, En hun glorie in schande verkeerden.stylusMicha 7:18, Jesaja 24:23, Daniël 7:14, Micha 5:7, Micha 5:88Ze leven van de zonde van mijn volk, En zitten te vlassen op zijn schuld;stylusJesaja 1:26, Jesaja 1:26, Zacharia 9:10, Zacharia 9:10, Zacharia 9:129Daarom zal het den priester gaan als het volk: Ik zal zijn gedrag op hem wreken, zijn werken vergelden.stylusJeremia 8:19, Jeremia 8:19, Jesaja 3:1, Jesaja 3:7, Jesaja 3:110Ze zullen eten, maar niet worden verzadigd, Ontucht bedrijven, geen genot er in vinden. Want ze hebben Jahweh verlaten, om ontucht te doen,stylusJesaja 48:20, Jesaja 48:20, 2 Koningen 20:18, Jesaja 45:13, Hosea 2:1411Wijn en most namen hun hart in beslag.stylusObadja 1:12, Obadja 1:12, Micha 7:10, Jesaja 5:25, Jesaja 5:3012Mijn volk ondervraagt zijn stuk hout, En zijn stok moet hem de toekomst voorspellen; Want hun wulpse geest heeft ze op een dwaalspoor gebracht, Door hun ontucht hebben ze hun God verlaten.stylusJesaja 55:8, Jesaja 55:8, Jeremia 29:11, Jeremia 29:11, Lucas 3:1713Ze offeren op de toppen der bergen, En branden wierook op de heuvels, Onder eik, wilg en terebint, Omdat daar de schaduw zo goed is. Neen, als uw dochters ontucht bedrijven, En uw schoondochters overspel doen,stylusJesaja 41:15, Jesaja 41:16, Jesaja 41:15, Jesaja 41:16, Zacharia 9:1314Zal Ik uw dochters niet straffen, omdat ze ontucht bedrijven, Uw schoondochters niet, omdat ze overspel doen. Want zelf zonderen zij zich met deernen af, En offeren met tempelhoeren; Zo is het onverstandige volk Geheel te gronde gegaan!stylus15Israël, wilt gij ontucht bedrijven, Laat Juda zich niet schuldig maken! Gaat niet naar Gilgal, niet naar Bet-Awen, Zweert niet: "Zo waar als Jahweh leeft!"stylus16Want Israël heeft zich verzet als een koppige koe, Nu zal Jahweh ze weiden als een losbandig lam;stylus17Efraïm heeft zich aan afgodsbeelden gekoppeld, Laat het begaan!stylus18Ze slempen wijn, zijn op ontucht verzot, En verkiezen de schande boven hun glorie!stylus19Maar de storm pakt ze weg op zijn vleugels, Van hun altaren oogsten ze schande!stylus