Sacrilo

enEnglishtrTürkçeesEspañolptPortuguêsfrFrançaisdeDeutschzh中文ruРусскийja日本語ko한국어viTiếng ViệtthไทยplPolskiukУкраїнськаhuMagyarcsČeštinasrСрпскиslSlovenščinasqShqiplvLatviešuetEestinlNederlandschecknbNorskdaDansksvSvenskafiSuomiitItalianoheעבריתhrHrvatskilaLatinaarالعربية

DASHBOARD

dashboardOverzichtmenu_bookLees de BijbelquizDagelijkse Quizevent_noteMijn PlannenbookmarksBladwijzers

STUDIEHULPMIDDELEN

searchZoekencompare_arrowsBijbel Vergelijking
menu_book

Hosea Hoofdstuk 2

NlCanisius1939
arrow_backVorig HoofdstukVolgend Hoofdstukarrow_forward
HOSEA

Hosea 2

1Uw broeder zal men noemen: "Mijn volk"; Uw zuster: "Ontferming"!
Psalmen 36:4, Psalmen 36:4, Jesaja 32:7, Jesaja 32:7, Nahum 1:11
2Klaagt uw moeder aan, Klaagt haar aan, Omdat zij mijn vrouw niet meer is, Ik haar man niet meer ben. Laat ze haar ontucht weg doen van haar gelaat, En haar overspel tussen haar borsten.
Jesaja 5:8, Jesaja 5:8, Amos 8:4, Jeremia 22:17, Amos 8:4
3Anders kleed Ik haar uit, helemaal naakt, En laat haar, zoals ze geboren werd; Ik maak van haar een woestijn, een uitgedroogd land, En laat ze sterven van dorst.
Amos 5:13, Jeremia 8:3, Jesaja 2:11, Jesaja 2:12, Amos 5:13
4Ook over haar kinderen ontferm Ik Mij niet; Want het zijn kinderen uit ontucht.
Habakuk 2:6, Habakuk 2:6, Jeremia 9:17, Jeremia 9:21, Micha 1:15
5Want hun moeder heeft ontucht bedreven, Die hen baarde, heeft zich met schande bedekt; Ze sprak: Ik loop mijn minnaars achterna, Die mij brood en water verschaffen, Mijn wol en mijn vlas, Mijn olie en dranken.
Jozua 18:4, Deuteronomium 32:8, Jozua 18:4, Deuteronomium 32:8, Jozua 18:10
6Daarom zal Ik haar paden met doornen omheinen, Met muren versperren, zodat ze haar weg niet meer vindt.
Amos 2:12, Amos 2:12, Jesaja 30:10, Jesaja 30:10, Handelingen 5:40
7Loopt ze haar minnaars nog na, dan bereikt zij ze niet, Zoekt zij ze nog, dan vindt zij ze niet. Dan zal ze zeggen: Ik keer terug naar mijn vroegeren man Want toen had ik het beter dan nu.
Psalmen 84:11, Psalmen 84:11, Psalmen 15:2, Jeremia 15:16, Psalmen 15:2
8Zij heeft niet willen erkennen, dat Ik het was, Die haar koren, wijn en olie verschafte, Dat Ik haar zilver in overvloed schonk, En goud, waar zij Báals van maakte;
Psalmen 120:6, Psalmen 120:7, Psalmen 120:6, Psalmen 120:7, 2 Kronieken 28:5
9Daarom zal Ik haar bij de oogst mijn koren ontnemen, De wijn als de tijd ervoor aanbreekt.
Ezechiël 39:21, Habakuk 2:14, Ezechiël 39:21, Habakuk 2:14, 2 Korintiërs 3:18
10Ik zal haar mijn wol en mijn vlas onthouden, Die haar naaktheid moeten bedekken; Voor haar minnaars haar schaamte ontbloten, Niemand zal ze uit mijn hand kunnen redden.
Deuteronomium 12:9, Deuteronomium 12:9, Psalmen 106:38, Psalmen 106:38, Hebreeën 4:1
11Dan maak Ik een einde aan al haar vreugd, Haar hoogtij, nieuwemaan, haar sabbat en feesten!
Jeremia 5:31, Jeremia 5:31, Jesaja 30:10, Jesaja 30:11, Jesaja 30:10
12Ik zal haar wijnstok vernielen, En haar vijg, waarvan ze gezegd heeft: Dit zijn de geschenken, Die mijn minnaars mij gaven; Ik zal er woeste struiken van maken, En de wilde dieren vreten ze kaal.
Micha 4:6, Micha 4:7, Micha 4:6, Micha 4:7, Jeremia 31:7
13Ik zal haar de dagen der Báals doen boeten, Waarop zij offers aan hen heeft gebracht, En zich tooide met ringen en snoeren; Waarop zij haar minnaars achterna is gelopen, Maar Mij heeft vergeten: Is de godsspraak van Jahweh!
Jesaja 52:12, Jesaja 52:12, Jesaja 45:1, Jesaja 45:2, Zacharia 9:14
14Zie, daarom zal ook Ik haar lokken, Haar brengen in de woestijn, en spreken tot haar hart.
15Dan geef Ik ze haar wijngaarden terug, Het Akordal als poort der hoop.
16Dan zal ze weer jubelen als op de dag van haar jeugd, Toen ze optrok uit het land van Egypte. Op die dag zal het zijn, Is de godsspraak van Jahweh, Dat ze Mij zal noemen: "mijn man", En niet meer "mijn báal"!
17Want Ik zal de namen der Báals uit haar mond doen verdwijnen, Zodat ze nooit meer worden genoemd.
18Op die dag sluit Ik voor haar een verbond Met de beesten op het veld, Met de vogels in de lucht, En met de kruipende dieren op aarde. Boog, zwaard en krijgsmacht zal Ik uit het land verwijderen, En zorgen, dat men er veilig kan rusten.
19Ik zal Mij verloven met u, Verloven voor eeuwig: Naar recht en naar wet, In goedheid en liefde;
20Mij verloven met u in onwrikbare trouw, En gij zult Jahweh leren kennen!
21Op die dag zal Ik mijn gunsten verlenen, Is de godsspraak van Jahweh! Ik zal goedgunstig zijn voor de hemel En die zal het zijn voor de aarde;
22De aarde weer voor het koren, de wijn en de olie, En zij weer goedgunstig voor Jizreël!
23Ik zal haar weer zaaien in het land: Mij weer ontfermen Over "Zonder ontferming"; Spreken tot "Niet langer mijn volk": Ge zijt weer mijn volk; En hij zal zeggen: Mijn God!
24

Andere Boeken

HoseaJoëlAmos+

Andere Boeken

HoseaHfst. 2
JoëlAmosObadjaJonaMicha
Alle Boekenarrow_forward
auto_storiesSacrilo

Het Woord dichterbij brengen, vers voor vers. Ontworpen voor dagelijkse bezinning en geestelijke groei.

Sacrilo

Over onsContactBijbel App

Verbinden

© 2026 Sacrilo.

PrivacybeleidGebruiksvoorwaardenCookies
auto_stories

Latest Answers

What Is the Kingdom of God?
read_more

What Is the Kingdom of God?

What Is the Final Judgment?
read_more

What Is the Final Judgment?

What Is the Bible’s View of Love?
read_more

What Is the Bible’s View of Love?

What Is Teleology in Theology?
read_more

What Is Teleology in Theology?

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?
read_more

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?

What Is the Lord’s Supper / Communion?
read_more

What Is the Lord’s Supper / Communion?

View Allarrow_forward