1Het woord van Jahweh, dat tot Mikeas van Moresjet werd gericht ten tijde van Jotam, Achaz en Ezekias, koningen van Juda, en wat hij over Samaria en Jerusalem schouwde.stylusNehemia 12:4, Nehemia 12:4, Lucas 11:51, Ezra 4:24, Ezra 5:12Hoort allen, gij volken, Luister aarde met wat ze bevat: Jahweh, de Heer, komt tegen u getuigen, De Heer uit zijn heilige tempel!stylusJeremia 44:6, Jeremia 44:6, Psalmen 79:5, Psalmen 79:6, Klaagliederen 5:73Want zie, Jahweh verlaat reeds zijn woning, Daalt neer, en betreedt de toppen der aarde;stylusMaleachi 3:7, Maleachi 3:7, Jeremia 3:22, Jeremia 3:22, Joël 2:124De bergen smelten onder Hem weg, de dalen splijten vaneen Als was voor het vuur, als water dat van de helling gutst.stylusPsalmen 78:8, Psalmen 78:8, Ezechiël 33:11, Psalmen 106:6, Psalmen 106:75Dat alles om de misdaad van Jakob, Om de zonden van Israëls huis! Wat is de misdaad van Jakob: Is het niet Samaria? Wat de zonde van het huis van Juda: Is het niet Jerusalem?stylusPrediker 12:5, Prediker 12:5, Prediker 12:7, Job 14:10, Job 14:126Van Samaria heb Ik een puinhoop gemaakt, Een veld, om er een wijngaard te planten; Zijn stenen in het dal doen rollen, Zijn fundamenten ontbloot.stylusKlaagliederen 2:17, Klaagliederen 2:17, Ezechiël 12:25, Ezechiël 12:28, Deuteronomium 28:157Al zijn beelden vernield, al zijn schatten verbrand, Al zijn goden heb Ik aan gruizel geslagen; Want van hoerenloon zijn ze bijeen gebracht, Tot hoerenloon keren ze terug.stylusZacharia 1:1, Zacharia 1:18Daarom wil ik klagen en jammeren, Barrevoets lopen en naakt; Als jakhalzen huilen, En kermen als struisen!stylusOpenbaring 6:4, Openbaring 6:4, Jesaja 41:19, Zacharia 13:7, Openbaring 2:19Ja, zijn ramp is ongeneeslijk; Maar zij zal ook Juda treffen, Tot de poort van mijn volk, Tot Jerusalem komen!stylusZacharia 4:4, Zacharia 4:5, Zacharia 4:4, Zacharia 4:5, Zacharia 1:1910Verkondigt het niet in Gat, Weent niet in Bokim; Wentelt in Bet-Ofra U niet in het stof.stylusZacharia 1:11, Zacharia 1:11, Zacharia 6:5, Zacharia 6:8, Zacharia 6:511Het volk van Sjafir heeft u verraden, De steden der schande zijn niet ten strijde getrokken; Het volk van Saänan is afgevallen, Bet-Haésel heeft u zijn bijstand onttrokken.stylusZacharia 1:10, Zacharia 1:10, Zacharia 1:8, Zacharia 1:15, Psalmen 103:2012Ja, het hoopt nog op voordeel Het volk van Marot, Als de rampspoed door Jahweh gezonden, Aan de poort van Jerusalem daalt.stylusDaniël 9:2, Psalmen 102:13, Zacharia 7:5, Jeremia 29:10, Daniël 9:213Span de paarden voor de wagen, Bevolking van Lakisj: Dit is het begin van uw straf, dochter van Sion, Want ook bij u worden de zonden van Israël gevonden.stylusJeremia 29:10, Jesaja 40:1, Jesaja 40:2, Jeremia 29:10, Jesaja 40:114Daarom zult ge Morésjet-Gat Een bruidsgeschenk moeten geven, En zullen de huizen van Akzib Een ontgoocheling voor de koningen van Israël zijn.stylusJoël 2:18, Joël 2:18, Zacharia 1:9, Zacharia 1:17, Jesaja 40:115Ook u zal Ik een veroveraar zenden, Volk van Maresja; Tot Elam zal de glorie van Israël De wijk moeten nemen.stylusEzechiël 25:12, Ezechiël 25:17, Ezechiël 25:12, Ezechiël 25:17, Jeremia 51:2416Scheer u helemaal kaal Om uw lieve kinderen; Maak u kaal als een gier, Want ze gaan in ballingschap van u heen!stylusZacharia 8:3, Zacharia 8:3, Zacharia 2:10, Zacharia 2:11, Ezra 6:14