1Het woord van Jahweh, dat Joël ontving, de zoon van Petoeël.stylusSefanja 2:13, Sefanja 2:13, Jona 1:2, Zacharia 9:1, Jona 1:22Hoort dit, gij oudsten; Luistert allen, bewoners van het land! Is er ooit zo iets in uw dagen geschied, Of in de dagen van uw vaderen?stylusExodus 20:5, Zacharia 8:2, Exodus 20:5, Zacharia 8:2, Exodus 34:143Verhaalt het aan uw kinderen, zij aan hun zonen, Hun zonen weer aan een volgend geslacht!stylusPsalmen 147:5, Psalmen 147:5, Exodus 34:6, Exodus 34:7, Exodus 34:64Wat de knaagbek overliet, Heeft de sprinkhaan verslonden; Wat de sprinkhaan spaarde, Schrokte de langpoot op; Wat de langpoot liet staan, Vrat de kaalvreter af.stylusJesaja 33:9, Jesaja 33:9, Psalmen 106:9, Psalmen 106:9, Psalmen 104:75Op dronkaards, uit uw slaap, en weent; Jammert allen, gij slempers: Om de most, Die uw mond voorbijgaat!stylusMicha 1:4, 2 Samuël 22:8, Jeremia 4:24, Micha 1:4, 2 Samuël 22:86Want een volk heeft mijn land overrompeld, Geweldig, ontelbaar! Zijn tanden zijn als die van een leeuw, Zijn kaken als van een leeuwin.stylusJeremia 10:10, Jeremia 10:10, Maleachi 3:2, Maleachi 3:2, Deuteronomium 32:227Het heeft mijn wijnstok verwoest, Mijn vijgeboom geknakt; Het heeft ze ontveld en vernield: Wit zijn hun takken.stylus2 Timotheüs 2:19, 2 Timotheüs 2:19, Johannes 10:27, Johannes 10:27, Klaagliederen 3:258Jammert als een maagd in haar rouw Om de bruidegom van haar jeugd!stylusEzechiël 13:13, Jesaja 28:17, Jesaja 8:22, Ezechiël 13:13, Jesaja 28:179Spijs- en drankoffer is heen Uit Jahweh’s huis; In rouw zijn de priesters, De dienaars van Jahweh.stylusSpreuken 21:30, Psalmen 33:10, Psalmen 21:11, Spreuken 21:30, Psalmen 33:1010Het land is ontredderd, Het veld ligt in rouw; Want vernield is het koren, De most mislukt, de olie verdroogd.stylusMicha 7:4, Micha 7:4, Jesaja 5:24, Maleachi 4:1, Jesaja 9:1811Onthutst staat de landman, de wijnboeren klagen: Over tarwe en gerst; want de oogst ging verloren.stylusNahum 1:9, Nahum 1:9, 2 Kronieken 13:7, 2 Kronieken 13:7, 1 Samuël 2:1212De wijnstok verdort, De vijgeboom kwijnt; Granaat en palm en appel, Alle bomen op het veld drogen uit. Ja, beschaamd vlucht de vreugde Van de mensenkinderen heen!stylusJoël 2:19, Joël 2:19, Jesaja 10:32, Jesaja 10:34, Jesaja 31:813Priesters, omgordt u met rouw, Jammert, die het altaar bedient; Gaat slapen in zakken, Gij, dienaars van mijn God; Want uit het huis van uw God Zijn spijs- en drankoffer heen!stylusJesaja 10:27, Jesaja 10:27, Jesaja 9:4, Jesaja 9:4, Jeremia 2:2014Schrijft een vastendag uit, Roept de menigte samen; Vergadert de oudsten, Alle inwoners van het land In het huis van Jahweh, uw God, En roept Jahweh aan!stylusPsalmen 109:13, Psalmen 109:13, Spreuken 10:7, Jesaja 46:1, Jesaja 46:215Wee, wat een dag; Want nabij is de Dag van Jahweh! Als een orkaan rukt hij van den Almachtige uit!stylusJesaja 52:7, Jesaja 52:7, Romeinen 10:15, Romeinen 10:15, Jesaja 40:916Is voor ons oog de spijs niet verdwenen, Uit het huis van onzen God De blijdschap en jubel niet heen?stylus17De graanbakken rotten weg onder hun vuil, De zolders staan leeg, de schuren vervallen, Want het graan is mislukt.stylus18Hoe loeit het vee, en is de kudde onrustig; Ze hebben geen wei, Zelfs de schapen lijden gebrek.stylus19Tot U, Jahweh, verhef ik mijn stem! Want het vuur heeft de vruchtbare plekken verzengd, De brand alle bomen op het veld verschroeid.stylus20Zelfs de wilde dieren blikken smachtend naar U op; Want de waterbeken zijn uitgedroogd, En het vuur heeft de vruchtbare plekken geblakerd.stylus