Sacrilo

enEnglishtrTürkçeesEspañolptPortuguêsfrFrançaisdeDeutschzh中文ruРусскийja日本語ko한국어viTiếng ViệtthไทยplPolskiukУкраїнськаhuMagyarcsČeštinasrСрпскиslSlovenščinasqShqiplvLatviešuetEestinlNederlandschecknbNorskdaDansksvSvenskafiSuomiitItalianoheעבריתhrHrvatskilaLatinaarالعربية

DASHBOARD

dashboardOverzichtmenu_bookLees de BijbelquizDagelijkse Quizevent_noteMijn PlannenbookmarksBladwijzers

STUDIEHULPMIDDELEN

searchZoekencompare_arrowsBijbel Vergelijking
menu_book

Genesis Hoofdstuk 34

NlCanisius1939
arrow_backVorig HoofdstukVolgend Hoofdstukarrow_forward
GENESIS

Genesis 34

1Eens ging Dina, de dochter, die Lea aan Jakob had gebaard, uit, om de meisjes van het land te bezoeken.
Genesis 30:21, Genesis 30:21, Jeremia 2:36, Jeremia 2:36, Genesis 27:46
2Sikem, de zoon van Hemor, den Chiwwiet, en vorst van dat land, zag haar; hij schaakte haar, ging met haar slapen en verkrachtte haar.
Job 31:9, Job 31:9, Richteren 14:1, Mattheüs 5:28, Spreuken 13:20
3Maar daar Sikem zijn hart aan Dina, de dochter van Jakob, had verloren, het meisje beminde en het vriendelijk bejegende,
Hosea 2:14, Jesaja 40:2, Hosea 2:14, Jesaja 40:2, 2 Samuël 19:7
4zei hij tot zijn vader Hemor: Neem mij dat meisje tot vrouw.
Richteren 14:2, Richteren 14:2, Genesis 21:21, 2 Samuël 13:13, Genesis 21:21
5Nu had Jakob wel gehoord, dat zijn dochter Dina onteerd was; maar omdat zijn zonen met de kudde in het veld waren, hield Jakob zich stil tot hun terugkomst.
2 Samuël 13:22, 2 Samuël 13:22, Lucas 15:25, 1 Samuël 10:27, 1 Samuël 17:15
6Hemor, de vader van Sikem, ging dus naar Jakob, om eens met hem te spreken.
7Intussen waren de zonen van Jakob van het land teruggekeerd. Toen de mannen vernamen, wat er gebeurd was, werden ze verontwaardigd en ontstaken in hevige toorn; door de dochter van Jakob te verkrachten, was er een schanddaad aan Israël begaan. Zo iets was er nog nooit gebeurd.
Jozua 7:15, Richteren 20:6, Jozua 7:15, Richteren 20:6, Deuteronomium 22:21
8Hemor sprak tot hen: Mijn zoon Sikem hangt met heel zijn hart aan uw dochter; geef haar dus aan hem tot vrouw.
1 Koningen 11:2, 1 Koningen 11:2, Psalmen 63:1, Psalmen 84:2, Genesis 34:3
9Laten we onder elkander huwen; geeft uw dochters aan ons, en neemt gij de onzen.
Deuteronomium 7:3, Deuteronomium 7:3, Genesis 24:3, Genesis 19:14, Genesis 26:34
10Ge kunt gerust bij ons blijven wonen; het land ligt voor u open. Blijft hier; trekt er rond, of neemt er een vaste woonplaats.
Genesis 42:34, Genesis 13:9, Genesis 47:27, Genesis 20:15, Genesis 42:34
11En Sikem zeide tot haar vader en haar broeders: Als ik genade vind in uw ogen, zal ik u geven, wat gij vraagt.
Genesis 33:15, Genesis 33:15, Genesis 18:3, Genesis 18:3
12Ge moogt de bruidsprijs en het geschenk verhogen, zoveel ge wilt; ik geef wat ge mij vraagt; maar geeft me het meisje tot vrouw.
Exodus 22:16, Exodus 22:17, Exodus 22:16, Exodus 22:17, Deuteronomium 22:28
13Toen gaven de zonen van Jakob, wier zuster Dina onteerd was, aan Sikem en aan zijn vader Hemor een listig antwoord.
2 Samuël 13:23, 2 Samuël 13:29, Job 13:4, Spreuken 12:13, Spreuken 26:24
14Ze zeiden: Wij kunnen daar niet op ingaan; we mogen onze zuster niet aan een onbesnedene geven, want dat is een schande voor ons.
Romeinen 4:11, Jozua 5:2, Jozua 5:9, Mattheüs 2:8, Genesis 17:14
15Alleen op deze voorwaarde geven wij u onze toestemming: ge moet alle mannen onder u laten besnijden, zoals wij zijn besneden.
Galaten 4:12, Galaten 4:12
16Dan zullen wij u onze dochters geven, en wij de uwe nemen, bij u blijven wonen, en één volk met u vormen.
17Maar wanneer ge hierop niet ingaat, nemen we onze dochters mee en gaan heen.
18Hun voorstel beviel aan Hemor en aan zijn zoon Sikem,
19en de jonge man draalde niet, het ten uitvoer te brengen. Want de dochter van Jakob behaagde hem; ook had hij de meeste invloed in de familie.
1 Kronieken 4:9, 1 Kronieken 4:9, Jesaja 62:4, Genesis 29:20, Jesaja 23:8
20Hemor en zijn zoon Sikem gingen dus naar de stadspoort, en spraken tot hun medeburgers:
Ruth 4:1, Ruth 4:1, Genesis 22:17, 2 Samuël 15:2, Deuteronomium 17:5
21Deze mannen zijn ons vreedzaam gezind. Zij willen in het land blijven wonen, en er in rondtrekken; want het land biedt hun aan alle kanten ruimte genoeg. Laten wij hun dochters tot vrouw nemen, en de onzen aan hen geven.
22Maar alleen onder deze voorwaarde willen die mannen onder ons blijven wonen, en één volk met ons vormen: wij moeten alle mannen onder ons laten besnijden, zoals zij zelf besneden zijn.
23Dan zal hun bezit, hun have en al hun vee ons eigendom worden. We hoeven slechts op hun voorstel in te gaan, dan blijven ze bij ons.
Spreuken 1:12, Spreuken 1:13, Spreuken 1:12, Spreuken 1:13, 1 Timotheüs 6:6
24Alle medeburgers van Hemor en zijn zoon Sikem stemden er in toe, en alle mannen van de stad lieten zich besnijden.
Genesis 23:10, Genesis 23:10, 1 Korintiërs 7:19, 1 Korintiërs 7:19, Mattheüs 7:6
25Maar op de derde dag, toen zij met wondkoorts lagen, grepen Simeon en Levi, de twee zonen van Jakob en broers van Dina, hun zwaard, overvielen de stad, die zich in veiligheid waande en vermoordden alle mannen.
Genesis 49:5, Genesis 49:7, Genesis 49:5, Genesis 49:7, Genesis 29:33
26Ook Hemor en zijn zoon Sikem joegen zij over de kling, haalden Dina uit het huis van Sikem, en trokken af.
2 Samuël 2:26, Deuteronomium 32:42, Jesaja 31:8, 2 Samuël 2:26, Deuteronomium 32:42
27Nadat de zonen van Jakob zo de zieken hadden overvallen, plunderden ze de stad, omdat men hun zuster had onteerd.
Exodus 2:14, Genesis 34:31, Jozua 7:21, 1 Timotheüs 6:10, Genesis 34:2
28Hun schapen, hun runderen en ezels, met alles wat in de stad was of wat op het land stond, roofden ze weg.
Job 1:15, Job 1:16, Job 20:5, Deuteronomium 8:17, Deuteronomium 8:18
29Al hun bezittingen met alle kinderen en vrouwen voerden ze mee, en alles wat in de huizen was, maakten ze buit.
30Maar Jakob sprak tot Simeon en Levi: Gij stort mij in het ongeluk, door mij in kwade reuk te brengen bij de bewoners van het land, de Kanaänieten en de Perizzieten. Ik heb maar weinig volk; als zij dus tegen mij samenspannen en mij overvallen, word ik met mijn gezin vernietigd.
Psalmen 105:12, Jozua 7:25, Exodus 5:21, 1 Samuël 13:4, Psalmen 105:12
31Zij gaven ten antwoord: Mocht hij dan onze zuster als een deerne behandelen?
Spreuken 6:34, Spreuken 6:34, Genesis 34:13, Genesis 34:13, Genesis 49:7

Andere Boeken

GenesisExodusLeviticus+

Andere Boeken

GenesisHfst. 34
ExodusLeviticusNumeriDeuteronomiumJozua
Alle Boekenarrow_forward
auto_storiesSacrilo

Het Woord dichterbij brengen, vers voor vers. Ontworpen voor dagelijkse bezinning en geestelijke groei.

Sacrilo

Over onsContactBijbel App

Verbinden

© 2026 Sacrilo.

PrivacybeleidGebruiksvoorwaardenCookies
auto_stories

Latest Answers

What Is the Kingdom of God?
read_more

What Is the Kingdom of God?

What Is the Final Judgment?
read_more

What Is the Final Judgment?

What Is the Bible’s View of Love?
read_more

What Is the Bible’s View of Love?

What Is Teleology in Theology?
read_more

What Is Teleology in Theology?

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?
read_more

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?

What Is the Lord’s Supper / Communion?
read_more

What Is the Lord’s Supper / Communion?

View Allarrow_forward