1Eens ging Dina, de dochter, die Lea aan Jakob had gebaard, uit, om de meisjes van het land te bezoeken.stylusGenesis 30:21, Genesis 30:21, Jeremia 2:36, Jeremia 2:36, Genesis 27:462Sikem, de zoon van Hemor, den Chiwwiet, en vorst van dat land, zag haar; hij schaakte haar, ging met haar slapen en verkrachtte haar.stylusJob 31:9, Job 31:9, Richteren 14:1, Mattheüs 5:28, Spreuken 13:203Maar daar Sikem zijn hart aan Dina, de dochter van Jakob, had verloren, het meisje beminde en het vriendelijk bejegende,stylusHosea 2:14, Jesaja 40:2, Hosea 2:14, Jesaja 40:2, 2 Samuël 19:74zei hij tot zijn vader Hemor: Neem mij dat meisje tot vrouw.stylusRichteren 14:2, Richteren 14:2, Genesis 21:21, 2 Samuël 13:13, Genesis 21:215Nu had Jakob wel gehoord, dat zijn dochter Dina onteerd was; maar omdat zijn zonen met de kudde in het veld waren, hield Jakob zich stil tot hun terugkomst.stylus2 Samuël 13:22, 2 Samuël 13:22, Lucas 15:25, 1 Samuël 10:27, 1 Samuël 17:156Hemor, de vader van Sikem, ging dus naar Jakob, om eens met hem te spreken.stylus7Intussen waren de zonen van Jakob van het land teruggekeerd. Toen de mannen vernamen, wat er gebeurd was, werden ze verontwaardigd en ontstaken in hevige toorn; door de dochter van Jakob te verkrachten, was er een schanddaad aan Israël begaan. Zo iets was er nog nooit gebeurd.stylusJozua 7:15, Richteren 20:6, Jozua 7:15, Richteren 20:6, Deuteronomium 22:218Hemor sprak tot hen: Mijn zoon Sikem hangt met heel zijn hart aan uw dochter; geef haar dus aan hem tot vrouw.stylus1 Koningen 11:2, 1 Koningen 11:2, Psalmen 63:1, Psalmen 84:2, Genesis 34:39Laten we onder elkander huwen; geeft uw dochters aan ons, en neemt gij de onzen.stylusDeuteronomium 7:3, Deuteronomium 7:3, Genesis 24:3, Genesis 19:14, Genesis 26:3410Ge kunt gerust bij ons blijven wonen; het land ligt voor u open. Blijft hier; trekt er rond, of neemt er een vaste woonplaats.stylusGenesis 42:34, Genesis 13:9, Genesis 47:27, Genesis 20:15, Genesis 42:3411En Sikem zeide tot haar vader en haar broeders: Als ik genade vind in uw ogen, zal ik u geven, wat gij vraagt.stylusGenesis 33:15, Genesis 33:15, Genesis 18:3, Genesis 18:312Ge moogt de bruidsprijs en het geschenk verhogen, zoveel ge wilt; ik geef wat ge mij vraagt; maar geeft me het meisje tot vrouw.stylusExodus 22:16, Exodus 22:17, Exodus 22:16, Exodus 22:17, Deuteronomium 22:2813Toen gaven de zonen van Jakob, wier zuster Dina onteerd was, aan Sikem en aan zijn vader Hemor een listig antwoord.stylus2 Samuël 13:23, 2 Samuël 13:29, Job 13:4, Spreuken 12:13, Spreuken 26:2414Ze zeiden: Wij kunnen daar niet op ingaan; we mogen onze zuster niet aan een onbesnedene geven, want dat is een schande voor ons.stylusRomeinen 4:11, Jozua 5:2, Jozua 5:9, Mattheüs 2:8, Genesis 17:1415Alleen op deze voorwaarde geven wij u onze toestemming: ge moet alle mannen onder u laten besnijden, zoals wij zijn besneden.stylusGalaten 4:12, Galaten 4:1216Dan zullen wij u onze dochters geven, en wij de uwe nemen, bij u blijven wonen, en één volk met u vormen.stylus17Maar wanneer ge hierop niet ingaat, nemen we onze dochters mee en gaan heen.stylus18Hun voorstel beviel aan Hemor en aan zijn zoon Sikem,stylus19en de jonge man draalde niet, het ten uitvoer te brengen. Want de dochter van Jakob behaagde hem; ook had hij de meeste invloed in de familie.stylus1 Kronieken 4:9, 1 Kronieken 4:9, Jesaja 62:4, Genesis 29:20, Jesaja 23:820Hemor en zijn zoon Sikem gingen dus naar de stadspoort, en spraken tot hun medeburgers:stylusRuth 4:1, Ruth 4:1, Genesis 22:17, 2 Samuël 15:2, Deuteronomium 17:521Deze mannen zijn ons vreedzaam gezind. Zij willen in het land blijven wonen, en er in rondtrekken; want het land biedt hun aan alle kanten ruimte genoeg. Laten wij hun dochters tot vrouw nemen, en de onzen aan hen geven.stylus22Maar alleen onder deze voorwaarde willen die mannen onder ons blijven wonen, en één volk met ons vormen: wij moeten alle mannen onder ons laten besnijden, zoals zij zelf besneden zijn.stylus23Dan zal hun bezit, hun have en al hun vee ons eigendom worden. We hoeven slechts op hun voorstel in te gaan, dan blijven ze bij ons.stylusSpreuken 1:12, Spreuken 1:13, Spreuken 1:12, Spreuken 1:13, 1 Timotheüs 6:624Alle medeburgers van Hemor en zijn zoon Sikem stemden er in toe, en alle mannen van de stad lieten zich besnijden.stylusGenesis 23:10, Genesis 23:10, 1 Korintiërs 7:19, 1 Korintiërs 7:19, Mattheüs 7:625Maar op de derde dag, toen zij met wondkoorts lagen, grepen Simeon en Levi, de twee zonen van Jakob en broers van Dina, hun zwaard, overvielen de stad, die zich in veiligheid waande en vermoordden alle mannen.stylusGenesis 49:5, Genesis 49:7, Genesis 49:5, Genesis 49:7, Genesis 29:3326Ook Hemor en zijn zoon Sikem joegen zij over de kling, haalden Dina uit het huis van Sikem, en trokken af.stylus2 Samuël 2:26, Deuteronomium 32:42, Jesaja 31:8, 2 Samuël 2:26, Deuteronomium 32:4227Nadat de zonen van Jakob zo de zieken hadden overvallen, plunderden ze de stad, omdat men hun zuster had onteerd.stylusExodus 2:14, Genesis 34:31, Jozua 7:21, 1 Timotheüs 6:10, Genesis 34:228Hun schapen, hun runderen en ezels, met alles wat in de stad was of wat op het land stond, roofden ze weg.stylusJob 1:15, Job 1:16, Job 20:5, Deuteronomium 8:17, Deuteronomium 8:1829Al hun bezittingen met alle kinderen en vrouwen voerden ze mee, en alles wat in de huizen was, maakten ze buit.stylus30Maar Jakob sprak tot Simeon en Levi: Gij stort mij in het ongeluk, door mij in kwade reuk te brengen bij de bewoners van het land, de Kanaänieten en de Perizzieten. Ik heb maar weinig volk; als zij dus tegen mij samenspannen en mij overvallen, word ik met mijn gezin vernietigd.stylusPsalmen 105:12, Jozua 7:25, Exodus 5:21, 1 Samuël 13:4, Psalmen 105:1231Zij gaven ten antwoord: Mocht hij dan onze zuster als een deerne behandelen?stylusSpreuken 6:34, Spreuken 6:34, Genesis 34:13, Genesis 34:13, Genesis 49:7