1In het begin schiep God hemel en aarde.stylusJohannes 1:1, Johannes 1:3, Johannes 1:1, Johannes 1:3, Hebreeën 11:32Maar de aarde was nog ongeordend en leeg, over de wereldzee heerste duisternis, en Gods Geest zweefde over de wateren.stylusJeremia 4:23, Jeremia 4:23, Psalmen 104:30, Psalmen 104:30, Jesaja 45:183God sprak: “Daar zij licht.” En er was licht.stylus2 Korintiërs 4:6, 2 Korintiërs 4:6, Johannes 1:5, Johannes 1:5, Jesaja 45:74En God zag, dat het licht goed was. Nu scheidde God het licht van de duisternis;stylusPrediker 11:7, Genesis 1:18, Prediker 2:13, Prediker 11:7, Genesis 1:185het licht noemde Hij dag, en de duisternis noemde Hij nacht. Zo werd het avond en morgen: de eerste dag.stylusPsalmen 74:16, Psalmen 74:16, Jesaja 45:7, Jesaja 45:7, 1 Tessalonicenzen 5:56God sprak: “Er zij een uitspansel tussen de wateren, om de wateren van elkander te scheiden.” Zo geschiedde.stylusJob 37:18, Job 26:7, Job 26:8, Job 37:18, Job 26:77God maakte het uitspansel, en scheidde het water onder het uitspansel van het water daarboven;stylusPsalmen 148:4, Spreuken 8:28, Spreuken 8:29, Psalmen 148:4, Spreuken 8:288het uitspansel noemde God hemel. Weer werd het avond en morgen: de tweede dag.stylusGenesis 1:5, Genesis 1:5, Genesis 1:19, Genesis 1:19, Genesis 1:139God sprak: “Het water onder de hemel moet samenvloeien naar één plaats, zodat het droge te voorschijn komt.” Zo geschiedde.stylus2 Petrus 3:5, 2 Petrus 3:5, Jona 1:9, Jona 1:9, Jeremia 5:2210Het droge noemde God aarde, het saamgevloeide water noemde Hij zee. En God zag, dat het goed was.stylusDeuteronomium 32:4, Deuteronomium 32:4, Psalmen 104:31, Psalmen 104:31, Genesis 1:411God sprak: “De aarde moet groene planten voortbrengen, zaaddragend gewas en vruchtbomen, die zaadvruchten dragen op aarde, elk naar zijn soort.” Zo geschiedde.stylusPsalmen 104:14, Psalmen 104:17, Hebreeën 6:7, Psalmen 104:14, Psalmen 104:1712De aarde deed groene planten ontspruiten, zaaddragend gewas, en bomen, die zaadvruchten dragen, elk naar zijn soort. En God zag, dat het goed was.stylusMarcus 4:28, Marcus 4:28, Jesaja 55:10, Jesaja 55:11, Jesaja 55:1013Weer werd het avond en morgen: de derde dag.stylus14God sprak: “Er moeten lichten komen aan het hemelgewelf, om de dag en de nacht van elkaar te scheiden; zij moeten ook tot tekenen dienen voor vaste tijden, dagen en jaren;stylusPsalmen 104:19, Psalmen 104:20, Deuteronomium 4:19, Psalmen 104:19, Psalmen 104:2015en als lichten staan aan het hemelgewelf, om de aarde te verlichten.” Zo geschiedde.stylus16God maakte de beide grote lichten: het grootste licht om de dag te beheersen, en het kleinste om heerschappij te voeren over de nacht; bovendien de sterren.stylusPsalmen 136:7, Psalmen 136:9, Psalmen 136:7, Psalmen 136:9, Deuteronomium 4:1917God plaatste ze aan het hemelgewelf, om de aarde te verlichten,stylusPsalmen 8:3, Psalmen 8:3, Psalmen 8:1, Psalmen 8:1, Job 38:1218om te heersen over de dag en de nacht, en om licht en duisternis van elkander te scheiden. En God zag, dat het goed was.stylusJeremia 31:35, Jeremia 31:35, Psalmen 19:6, Psalmen 19:619Weer werd het avond en morgen: de vierde dag.stylus20God sprak: “Laat het water krioelen van levend gewemel, en over de aarde de vogels vliegen langs het hemelgewelf.”stylusPsalmen 104:24, Psalmen 104:25, Psalmen 104:24, Psalmen 104:25, Genesis 2:1921Toen schiep God de grote zeegedrochten met al het levend gewemel, waarvan het water krioelt, elk naar zijn soort; en al de verschillende soorten van gevleugelde dieren. En God zag, dat het goed was.stylusPsalmen 104:24, Psalmen 104:26, Psalmen 104:24, Psalmen 104:26, Genesis 1:2522Toen zegende God ze, en sprak: “Weest vruchtbaar en vermenigvuldigt u; bevolkt het water der zee, en laat ook de vogels zich op aarde vermeerderen.”stylusGenesis 8:17, Genesis 8:17, Psalmen 107:38, Genesis 1:28, Job 40:1523Weer werd het avond en morgen: de vijfde dag.stylus24God sprak: “Laat de aarde levende wezens voortbrengen van allerlei soort; tamme dieren, kruipende dieren en beesten in het wild, elk naar zijn soort.” Zo geschiedde.stylusPsalmen 50:9, Psalmen 50:10, Psalmen 50:9, Psalmen 50:10, Genesis 6:2025God maakte de verschillende soorten van wilde en tamme dieren met al wat over de aarde kruipt. En God zag, dat het goed was.stylusJeremia 27:5, Jeremia 27:5, Job 12:8, Job 12:10, Job 12:826God sprak: “Laat ons den mens maken als ons beeld, op ons gelijkend; hij heerse over de vissen der zee, de vogels in de lucht, de viervoetige dieren, en over heel de aarde met alles, wat er op kruipt.”stylusKolossenzen 3:10, Kolossenzen 3:10, Efeziërs 4:24, Efeziërs 4:24, Psalmen 8:427En God schiep den mens als zijn beeld. Als het beeld van God schiep Hij hem; Man en vrouw schiep Hij hen.stylusMattheüs 19:4, Mattheüs 19:4, Efeziërs 2:10, Efeziërs 2:10, Genesis 5:128Toen zegende God ze, en sprak tot hen: “Weest vruchtbaar en vermenigvuldigt u; bevolkt de aarde en onderwerpt haar; heerst over de vissen der zee, de vogels in de lucht en over alle levende wezens, die zich op de aarde bewegen.”stylusGenesis 9:1, Genesis 9:1, Genesis 9:7, Genesis 9:7, Leviticus 26:929God sprak: “Zie, Ik geef u al het zaaddragend gewas op de hele aarde, met alle bomen, die zaadvruchten dragen; die zullen u tot voedsel dienen.stylusGenesis 9:3, Genesis 9:3, Psalmen 145:15, Psalmen 145:16, Psalmen 145:1530Maar aan alle wilde beesten, aan alle vogels in de lucht, aan al wat beweegt en leeft op de aarde, geef Ik alle groene planten tot voedsel.” Zo geschiedde.stylusPsalmen 104:14, Psalmen 104:14, Psalmen 147:9, Psalmen 145:15, Psalmen 145:1631En God zag dat alles, wat Hij gemaakt had, zeer goed was. Weer werd het avond en morgen: de zesde dag.stylus1 Timotheüs 4:4, 1 Timotheüs 4:4, Psalmen 104:24, Psalmen 104:24, Psalmen 19:1