Sacrilo

enEnglishtrTürkçeesEspañolptPortuguêsfrFrançaisdeDeutschzh中文ruРусскийja日本語ko한국어viTiếng ViệtthไทยplPolskiukУкраїнськаhuMagyarcsČeštinasrСрпскиslSlovenščinasqShqiplvLatviešuetEestinlNederlandschecknbNorskdaDansksvSvenskafiSuomiitItalianoheעבריתhrHrvatskilaLatinaarالعربية

DASHBOARD

dashboardOverzichtmenu_bookLees de BijbelquizDagelijkse Quizevent_noteMijn PlannenbookmarksBladwijzers

STUDIEHULPMIDDELEN

searchZoekencompare_arrowsBijbel Vergelijking
menu_book

Exodus Hoofdstuk 1

NlCanisius1939
arrow_backVorig HoofdstukVolgend Hoofdstukarrow_forward
EXODUS

Exodus 1

1Dit zijn de namen van de zonen van Israël, die met Jakob naar Egypte waren gekomen, ieder met zijn gezin:
Genesis 46:8, Genesis 46:26, 1 Kronieken 2:1, 1 Kronieken 2:2, Genesis 46:8
2Ruben, Simeon, Levi en Juda,
Genesis 35:22, Genesis 35:22
3Issakar, Zabulon en Benjamin,
Exodus 28:20, Exodus 28:20, Genesis 35:23, Genesis 35:23
4Dan en Neftali, Gad en Aser.
5In het geheel waren het zeventig rechtstreekse afstammelingen van Jakob; Josef was toen reeds in Egypte.
Deuteronomium 10:22, Deuteronomium 10:22, Genesis 46:26, Genesis 46:27, Genesis 46:26
6Nadat Josef met al zijn broers en heel dat geslacht was gestorven,
Genesis 50:26, Genesis 50:26, Handelingen 7:14, Handelingen 7:16, Genesis 50:24
7werden de kinderen Israëls vruchtbaar en vermenigvuldigden zij zich; ze werden zó talrijk en een zó grote menigte, dat het land met hen overstroomd werd.
Genesis 46:3, Genesis 46:3, Genesis 1:28, Deuteronomium 26:5, Genesis 1:28
8Toen kwam er een nieuwe koning in Egypte aan het bewind, die Josef niet meer had gekend.
Handelingen 7:18, Handelingen 7:18, Prediker 2:18, Prediker 2:19, Prediker 2:18
9Hij sprak tot zijn volk: Zie, het volk van Israël is talrijker dan wij en wordt ons te sterk.
Psalmen 105:24, Psalmen 105:25, Psalmen 105:24, Psalmen 105:25, Jakobus 3:14
10We moeten dus met beleid tegen hen optreden, anders worden zij nog talrijker en sluiten ze zich, als wij in oorlog raken, bij onze vijanden aan, gaan ons bestrijden, en trekken dan weg uit het land.
Handelingen 7:19, Handelingen 7:19, Psalmen 83:3, Psalmen 83:4, Spreuken 1:11
11Men stelde dus slavendrijvers over hen aan, om hen met dwangarbeid er onder te houden; en zo moesten zij voor Farao de opslagplaatsen Pitom en Raämses bouwen.
Genesis 15:13, Genesis 15:13, Genesis 47:11, Exodus 3:7, Exodus 2:11
12Maar hoe meer men ze verdrukte, hoe talrijker ze werden en hoe sterker zij zich vermenigvuldigden, zodat men de Israëlieten begon te vrezen.
Psalmen 105:24, Psalmen 105:24, Exodus 1:9, Exodus 1:9, Romeinen 8:28
13Zo maakten de Egyptenaren de kinderen Israëls met geweld tot hun slaven;
Deuteronomium 4:20, Deuteronomium 4:20
14zij verbitterden hun leven door ze zwaar in leem en tichels te laten werken en door allerlei veldarbeid: allemaal slavenwerk, waartoe men hen met geweld dwong.
Handelingen 7:19, Numeri 20:15, Handelingen 7:19, Numeri 20:15, Exodus 6:9
15Nu sprak de koning van Egypte tot de vroedvrouwen Sjifra en Poea, die de hebreeuwse vrouwen hielpen:
16Wanneer gij de hebreeuwse vrouwen bij de bevalling helpt, let dan op het geslacht van het kind. Als het een jongen is, moet ge het doden; is het een meisje, dan mag het blijven leven.
Exodus 1:22, Exodus 1:22, Mattheüs 21:38, Mattheüs 21:38, Openbaring 12:4
17Maar de vroedvrouwen vreesden God; ze deden niet wat de koning van Egypte haar had bevolen en lieten ook de jongens in leven.
Handelingen 5:29, Handelingen 5:29, Exodus 1:21, Exodus 1:21, Lucas 12:5
18Daarom liet de koning van Egypte de vroedvrouwen roepen, en zeide tot haar: Waarom doet gij dit, en laat ge de jongens in leven?
Prediker 8:4, Prediker 8:4, 2 Samuël 13:28, 2 Samuël 13:28
19De vroedvrouwen gaven Farao ten antwoord: De hebreeuwse vrouwen zijn niet als die van Egypte, maar eerder als dieren; voordat de vroedvrouw bij haar is, hebben zij het kind al gebaard.
2 Samuël 17:19, 2 Samuël 17:20, Jozua 2:4, Jozua 2:24, 2 Samuël 17:19
20En God beloonde de vroedvrouwen. En terwijl het volk zich vermenigvuldigde en hoe langer hoe talrijker werd,
Jesaja 3:10, Prediker 8:12, Jesaja 3:10, Prediker 8:12, Spreuken 11:18
21maakte God de vroedvrouwen tot stammoeders, omdat ze Hem hadden gevreesd.
1 Koningen 11:38, 1 Koningen 11:38, 1 Samuël 2:35, 1 Samuël 2:35, Psalmen 37:3
22Toen gaf Farao aan heel zijn volk het bevel: Werpt iederen jongen, die bij de Hebreën geboren wordt, in de Nijl, maar laat de meisjes in leven.
Handelingen 7:19, Handelingen 7:19, Spreuken 1:16, Spreuken 1:16, Openbaring 16:4

Andere Boeken

ExodusLeviticusNumeri+

Andere Boeken

ExodusHfst. 1
LeviticusNumeriDeuteronomiumJozuaRichteren
Alle Boekenarrow_forward
auto_storiesSacrilo

Het Woord dichterbij brengen, vers voor vers. Ontworpen voor dagelijkse bezinning en geestelijke groei.

Sacrilo

Over onsContactBijbel App

Verbinden

© 2026 Sacrilo.

PrivacybeleidGebruiksvoorwaardenCookies
auto_stories

Latest Answers

What Is the Kingdom of God?
read_more

What Is the Kingdom of God?

What Is the Final Judgment?
read_more

What Is the Final Judgment?

What Is the Bible’s View of Love?
read_more

What Is the Bible’s View of Love?

What Is Teleology in Theology?
read_more

What Is Teleology in Theology?

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?
read_more

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?

What Is the Lord’s Supper / Communion?
read_more

What Is the Lord’s Supper / Communion?

View Allarrow_forward