1Toen Rachel zag, dat zij Jakob geen kinderen schonk, werd zij jaloers op haar zuster, en zei tegen Jakob: Geef mij zonen, anders ga ik dood.stylusJob 5:2, Job 5:2, Genesis 29:31, Genesis 29:31, Genesis 37:112Toornig gaf Jakob Rachel ten antwoord: Neem ik soms de plaats in van God, die een vrucht aan uw schoot heeft geweigerd?stylusGenesis 16:2, Genesis 16:2, Genesis 50:19, Psalmen 127:3, 1 Samuël 1:53Nu sprak ze: Hier hebt ge Bilha, mijn slavin; houd gemeenschap met haar, dan kan zij op mijn knieën baren, en ook ik door middel van haar uw geslacht opbouwen.stylusGenesis 50:23, Genesis 50:23, Job 3:12, Job 3:12, Genesis 16:24Zij gaf hem dus haar slavin Bilha tot vrouw, en Jakob hield gemeenschap met haar.stylusGenesis 22:24, Genesis 16:3, Genesis 16:4, Genesis 35:22, Genesis 33:25Bilha werd zwanger, en baarde Jakob een zoon.stylus6En Rachel sprak: God heeft mij recht gedaan; Hij heeft ook naar mijn smeken geluisterd en mij een zoon geschonken; daarom noemde ze hem Dan.stylusPsalmen 43:1, Psalmen 35:24, Klaagliederen 3:59, Psalmen 43:1, Psalmen 35:247Weer werd Bilha, de slavin van Rachel, zwanger en baarde Jakob een tweeden zoon.stylus8Nu sprak Rachel: Een heftige kamp heb ik met mijn zuster gestreden, en ik heb overwonnen. En ze noemde hem Neftali.stylusMattheüs 4:13, Genesis 49:21, Mattheüs 4:13, Genesis 49:21, Deuteronomium 33:239Toen Lea zag, dat zij geen kinderen meer kreeg, nam zij Zilpa haar dienstmaagd, en gaf haar aan Jakob tot vrouw.stylusGenesis 30:4, Genesis 30:4, Genesis 30:17, Genesis 16:3, Genesis 29:3510Ook Zilpa, de slavin van Lea, baarde Jakob een zoon.stylus11En Lea zeide: Wat een weelde! En ze noemde hem Gad.stylusGenesis 49:19, Genesis 49:19, Deuteronomium 33:20, Deuteronomium 33:21, Jesaja 65:1112Nog baarde Zilpa, de slavin van Lea, Jakob een zoon.stylus13Nu sprak Lea: Wat een geluk! Nu prijzen de vrouwen mij gelukkig. En ze noemde hem Aser.stylusLucas 1:48, Lucas 1:48, Hooglied 6:9, Genesis 49:20, Genesis 35:2614Eens ging Ruben in de tijd van de tarweoogst het veld in, en vond er liefdesappeltjes, die hij naar zijn moeder Lea bracht. Nu vroeg Rachel aan Lea: Geef mij een paar appeltjes van uw zoon.stylusHooglied 7:13, Hooglied 7:13, Genesis 25:30, Genesis 25:3015Maar zij gaf haar ten antwoord: Is het al niet genoeg, dat ge mij mijn man hebt ontstolen; wilt ge me nu ook nog de appeltjes van mijn zoon ontroven? Rachel zeide: Dan mag hij vannacht bij u slapen, in ruil voor de appeltjes van uw zoon.stylusNumeri 16:13, Numeri 16:13, 1 Korintiërs 4:3, Numeri 16:9, Numeri 16:1016Toen Jakob dus in de avond van het veld kwam, ging Lea hem tegemoet en sprak: Bij mij moet ge komen; want ik heb er eerlijk voor betaald met de appeltjes van mijn zoon. Die nacht sliep hij dus bij haar.stylus17En God verhoorde Lea: zij werd zwanger, en baarde Jakob een vijfden zoon.stylusLucas 1:13, Genesis 30:22, 1 Samuël 1:20, 1 Samuël 1:26, 1 Samuël 1:2718En Lea sprak: God heeft mij er voor beloond, dat ik mijn slavin aan mijn man heb gegeven. En zij noemde hem Issakar.stylusGenesis 49:14, Genesis 49:15, Genesis 35:23, Genesis 46:13, Deuteronomium 33:1819Wederom werd Lea zwanger, en baarde Jakob een zesden zoon.stylus20Nu sprak Lea: God heeft mij een mooi geschenk gegeven; nu zal mijn man wel bij me blijven, want ik heb hem zes zonen gebaard. En ze noemde hem Zabulon.stylusGenesis 35:23, Mattheüs 4:13, Genesis 49:13, Genesis 35:23, Mattheüs 4:1321Daarna baarde ze nog een dochter, die ze Dina noemde.stylusGenesis 46:15, Genesis 34:1, Genesis 34:3, Genesis 34:26, Genesis 46:1522Nu gedacht God ook Rachel; Hij verhoorde haar, en opende haar schoot.stylusGenesis 29:31, Genesis 29:31, Genesis 8:1, Genesis 8:1, Psalmen 113:923Ook zij werd zwanger, en baarde een zoon. Nu zeide ze: God heeft mijn schande weggenomen.stylusLucas 1:25, Lucas 1:25, Lucas 1:27, Genesis 29:31, Lucas 1:2724Zij noemde hem Josef; want ze sprak: Jahweh geve me nog een anderen zoon.stylusGenesis 49:22, Genesis 49:26, Genesis 35:24, Genesis 49:22, Genesis 49:2625Toen Rachel dan Josef had gebaard, zei Jakob tot Laban: Laat mij nu heengaan, en naar mijn stad en vaderland trekken.stylusGenesis 24:54, Genesis 24:54, Genesis 24:56, Genesis 24:56, Genesis 31:5526Geef mij mijn vrouwen en kinderen, voor wie ik u heb gediend; dan kan ik vertrekken. Want ge weet, hoe ik voor u heb gezwoegd.stylusGenesis 29:30, Hosea 12:12, Genesis 29:30, Hosea 12:12, Genesis 31:3827Maar Laban zeide hem: Laat mij genade vinden in uw ogen; want ik heb de tekens waargenomen, dat Jahweh mij om uwentwille heeft gezegend.stylusRuth 2:13, Handelingen 7:10, Jesaja 61:9, Ruth 2:13, Handelingen 7:1028En hij ging voort: Bepaal zelf het loon, dat ge van mij wilt hebben, en ik zal het u geven.stylusGenesis 29:15, Genesis 29:15, Genesis 29:19, Genesis 29:1929Hij gaf hem ten antwoord: Gij weet, hoe ik u heb gediend, en hoe het onder mijn hoede met uw kudde is gegaan.stylusGenesis 31:6, Genesis 31:6, Genesis 31:38, Genesis 31:40, Genesis 31:3830Want vóór mijn komst was uw bezit slechts gering, maar sedert dien is het geweldig vermeerderd; Jahweh heeft u gezegend bij iedere stap, die ik zette. Wanneer zal ik nu eindelijk eens voor mijn eigen gezin kunnen zorgen?stylus1 Timotheüs 5:8, 1 Timotheüs 5:8, 2 Korintiërs 12:14, 2 Korintiërs 12:14, Deuteronomium 11:1031zeide: Wat moet ik u geven? Jakob antwoordde: Ge behoeft me eigenlijk helemaal niets te geven; als ge het volgende voorstel aanvaardt, zal ik opnieuw uw kudde weiden en hoeden.stylusPsalmen 118:8, 2 Samuël 21:4, 2 Samuël 21:6, Hebreeën 13:5, Psalmen 118:832Ik zal vandaag uw hele kudde langs gaan, om alle gevlekte en gespikkelde geiten en alle zwarte schapen af te zonderen. Alle gespikkelde en gevlekte geiten en älle zwarte schapenzullen mijn loon zijn.stylusGenesis 31:8, Genesis 31:8, Genesis 31:10, Genesis 31:10, Genesis 30:3533In mijn eerlijkheid leg ik voor later deze getuigenis af: Wanneer gij mijn loon zult komen bezien, zal alles, wat niet gevlekt en gespikkeld is onder de geiten en zwart onder de schapen, als door mij gestolen gelden.stylusExodus 13:14, Psalmen 37:6, 2 Samuël 22:21, Genesis 31:37, Jesaja 59:1234Laban ging er op in: Goed, laat het zijn, zoals ge gezegd hebt.stylus1 Korintiërs 7:7, 1 Korintiërs 14:5, Numeri 22:29, Galaten 5:12, 1 Korintiërs 7:735Nog diezelfde dag zonderde Laban de gestreepte en gespikkelde bokken met alle gevlekte en gespikkelde geiten af, alles, waar maar iets wits aan was, en eveneens alle zwarte schapen, en liet ze door zijn zonen hoeden.stylusGenesis 31:9, Genesis 31:936Hij stelde een afstand van drie dagmarsen tussen hen en Jakob, die de overige kudde van Laban hoedde.stylus37Maar nu nam Jakob jonge takken van gomboom, amandel en plataan, en schilde ze zo, dat het spint van de stokken in witte strepen bloot kwam te liggen.stylusGenesis 31:9, Genesis 31:13, Ezechiël 31:8, Genesis 31:9, Genesis 31:1338Toen legde hij de stokken, die hij aldus van hun schors had ontdaan, vlak voor de geiten in de drinkbakken en waterbekkens, waaruit het vee kwam drinken. En als het vee dan bronstig werd, wanneer het kwam drinken,stylus39besprong het elkaar bij de stokken, en wierp dus gestreepte, gevlekte en gespikkelde lammeren,stylusGenesis 31:42, Genesis 31:38, Genesis 31:40, Genesis 31:9, Genesis 31:1240die door Jakob werden afgezonderd. Maar de schapen keerde hij met de koppen naar alle gevlekte en zwarte schapen van de kudde van Laban. Zo vormde hij een afzonderlijke kudde, die hij niet bij de kudde van Laban liet komen.stylus41Wanneer nu de sterke beesten bronstig waren, legde Jakob de stokken voor de kudde in de drinkbakken, zodat ze elkander bij de stokken besprongen.stylus42Maar bij de zwakke dieren deed hij dat niet. Op die manier kreeg Laban de zwakke dieren en Jakob de sterke.stylus43Zo werd die man buitengewoon rijk, en kreeg hij talrijke kudden, slavinnen en slaven, kamelen en ezels.stylusGenesis 26:13, Genesis 26:14, Genesis 24:35, Genesis 30:30, Genesis 26:13