1Toen begaf Jakob zich weer op weg, en ging naar het land der Oosterlingen.stylusRichteren 6:3, Richteren 6:3, Richteren 6:33, Richteren 6:33, Hosea 12:122Daar zag hij in het veld een put, waarbij drie kudden schapen waren gelegerd; want uit die put werden de kudden gedrenkt. Daar de steen, die de put bedekte, groot was,stylusJohannes 4:6, Jesaja 49:10, Johannes 4:6, Jesaja 49:10, Hooglied 1:63rolde men eerst de steen van de opening van de put, als alle kudden daar waren verzameld; en als men de kudden had laten drinken, wentelde men de steen weer op zijn plaats, op de opening van de put.stylus4Jakob sprak hen aan: Broeders, waar komt gij vandaan? Zij antwoordden: Wij zijn van Charan.stylusGenesis 28:10, Genesis 28:10, Genesis 27:43, Genesis 27:43, Handelingen 7:25Hij vervolgde: Kent gij dan Laban, den zoon van Nachor? Zij zeiden: Ja!stylusGenesis 24:29, Genesis 24:24, Genesis 24:29, Genesis 24:24, Genesis 31:536Hij vroeg hun: Gaat het hem goed? Ze zeiden: Uitstekend; zie, daar komt juist zijn dochter Rachel aan met de kudde.stylus1 Samuël 25:5, Exodus 18:7, 2 Samuël 20:9, Genesis 43:27, Genesis 37:147Toen hernam hij: Het is nog volop dag, en nog lang geen tijd, om de kudden bijeen te drijven; geeft dus de kudden te drinken, en laat ze nog grazen.stylusEfeziërs 5:16, Efeziërs 5:16, Galaten 6:9, Galaten 6:10, Galaten 6:98Ze zeiden: Dat kunnen we niet, voordat alle kudden bijeen zijn; dan wordt de steen van de put gewenteld, en kunnen we het vee te drinken geven.stylusMarcus 16:3, Lucas 24:2, Marcus 16:3, Lucas 24:2, Genesis 29:39Nog was hij met hen in gesprek, toen Rachel naderde met de kudde van haar vader; want zij was een herderin.stylusExodus 2:21, Hooglied 1:7, Hooglied 1:8, Exodus 2:15, Exodus 2:1610Zodra Jakob Rachel, de dochter van zijn oom Laban, met de kudde van zijn oom Laban zag, trad hij vooruit, om de steen van de putopening te wentelen en de kudde van zijn oom Laban te drenken.stylusExodus 2:17, Exodus 2:1711Daarop kuste Jakob Rachel, en weende hardop.stylusGenesis 33:4, Genesis 33:4, Genesis 45:2, Genesis 45:14, Genesis 45:1512En toen Jakob Rachel had meegedeeld, dat hij de neef van haar vader was en de zoon van Rebekka, ging Rachel het vlug aan haar vader vertellen.stylusGenesis 24:28, Genesis 24:28, Genesis 13:8, Genesis 13:8, Genesis 14:1413Zodra Laban het nieuws over Jakob, den zoon van zijn zuster, vernam, liep hij hem tegemoet, omhelsde en kuste hem, en leidde hem zijn huis binnen. Daar vertelde hij Laban al wat er gebeurd was.stylusGenesis 24:29, Genesis 24:29, Handelingen 20:37, Exodus 18:7, Exodus 4:2714En Laban zeide hem: Waarachtig, gij zijt mijn gebeente en vlees! En hij bleef een volle maand bij hem.stylus2 Samuël 19:12, 2 Samuël 19:13, 2 Samuël 19:12, 2 Samuël 19:13, Richteren 9:215Daarna zei Laban tot Jakob: Zoudt ge, omdat ge mijn broeder zijt, mij dienen om niet? Zeg me, wat voor loon ge wilt hebben.stylusGenesis 31:7, Genesis 30:28, Genesis 31:7, Genesis 30:2816Nu had Laban twee dochters: de oudste heette Lea, de jongste Rachel;stylusGenesis 49:31, Ruth 4:11, Genesis 49:31, Ruth 4:11, Genesis 35:2317Lea had fletse ogen, maar Rachel was kloek van gestalte en knap van uiterlijk.stylusGenesis 12:11, Genesis 12:11, Genesis 35:19, Genesis 35:20, Genesis 48:718En daar Jakob Rachel beminde, gaf hij ten antwoord: Ik zal u zeven jaar dienen voor Rachel, uw jongste dochter.stylusHosea 12:12, Hosea 12:12, Exodus 22:16, Exodus 22:17, Exodus 22:1619En Laban antwoordde: Ik geef ze liever aan u dan aan een vreemde; blijf dus bij mij.stylusJesaja 6:11, Jesaja 6:5, Jesaja 6:11, Jesaja 6:5, Psalmen 12:220Zo diende Jakob om Rachel zeven jaar lang; doch ze leken hem maar enkele dagen, zoveel hield hij van haar.stylus1 Korintiërs 13:7, 1 Korintiërs 13:7, Efeziërs 5:2, Efeziërs 5:2, Hosea 12:1221Toen zei Jakob tot Laban: Geef mij mijn vrouw; want mijn tijd is om, en ik wil gemeenschap met haar houden.stylusRichteren 15:1, Richteren 15:1, Genesis 38:16, Genesis 29:20, Genesis 4:122Nu nodigde Laban alle mannen van de stad uit, en richtte een feestmaal aan.stylusOpenbaring 19:9, Openbaring 19:9, Ruth 4:10, Ruth 4:13, Richteren 14:1023Maar toen het avond was geworden, haalde hij zijn dochter Lea, en leidde haar tot hem; en hij hield gemeenschap met haar.stylusMicha 7:5, Micha 7:5, Genesis 24:65, Genesis 38:14, Genesis 38:1524Laban gaf zijn dienstmaagd Zilpa mee als slavin voor zijn dochter Lea.stylusGenesis 16:1, Genesis 30:9, Genesis 30:12, Genesis 16:1, Genesis 30:925De volgende morgen: daar was het Lea! Nu zei hij tot Laban: Wat hebt ge me nu gedaan? Heb ik u niet om Rachel gediend? Waarom hebt ge me dan bedrogen?stylusMattheüs 7:2, Mattheüs 7:2, Spreuken 11:31, Spreuken 11:31, Genesis 27:3526Laban antwoordde: Het is hier in ons land geen gewoonte, om de jongste vóór de oudste uit te huwen.stylus27Breng dus eerst maar met deze de bruiloftsweek door, dan zal ik u ook de andere geven, als ge me opnieuw zeven jaren wilt dienen.stylusRichteren 14:12, Richteren 14:12, Leviticus 18:18, Leviticus 18:18, Genesis 2:228Jakob deed het, en bracht met haar de bruiloftsweek door. Toen gaf Laban hem zijn dochter Rachel tot vrouw.stylus29Laban gaf aan zijn dochter Rachel zijn dienstmaagd Bilha als slavin mee.stylusGenesis 35:22, Genesis 30:3, Genesis 30:8, Genesis 29:24, Genesis 35:2230Ook met Rachel had Jakob gemeenschap; en hij hield meer van haar dan van Lea. Zo diende hij hem opnieuw zeven jaren.stylusGenesis 31:41, Genesis 31:41, Genesis 29:18, Genesis 29:20, Mattheüs 10:3731Toen Jahweh zag, dat Lea achteruit werd gezet, opende Hij haar schoot, terwijl Rachel kinderloos bleef.stylus1 Samuël 2:21, Mattheüs 10:37, 1 Samuël 2:21, Mattheüs 10:37, Deuteronomium 21:1532Lea werd zwanger en baarde een zoon. Zij noemde hem Ruben, want ze zeide: Jahweh heeft mijn ellende gezien; nu zal mijn man van mij houden.stylusExodus 4:31, Deuteronomium 26:7, Exodus 3:7, Exodus 4:31, Deuteronomium 26:733Zij werd een tweede maal zwanger, en baarde een zoon. Nu sprak zij: Jahweh heeft gehoord, dat ik een verschoppeling ben, en heeft mij ook dezen gegeven. En ze noemde hem Simeon.stylusGenesis 34:25, Genesis 34:25, Genesis 30:20, Genesis 34:30, Genesis 49:534Nog eens werd ze zwanger, en baarde een zoon. En ze sprak: Nu zal mijn man zich toch wel aan mij hechten; want ik heb hem al drie zonen gebaard. Daarom noemde zij hem Levi.stylusGenesis 49:5, Genesis 49:7, Exodus 32:26, Exodus 32:29, Genesis 49:535Opnieuw werd ze zwanger en baarde een zoon. En ze sprak: Nu loof ik Jahweh! Daarom noemde zij hem Juda. Daarna kreeg zij een geen kinderen meer.stylus1 Kronieken 5:2, Genesis 49:8, Genesis 49:12, Mattheüs 1:2, 1 Kronieken 5:2