1Toen er eens na de vroegere hongersnood, die in Abrahams dagen had geheerst, opnieuw hongersnood in het land ontstond, vertrok Isaäk naar Gerar, naar Abimélek, den koning der Filistijnen.stylusGenesis 12:10, Genesis 12:10, Genesis 25:11, Genesis 25:11, Genesis 21:222Daar verscheen hem Jahweh, en sprak tot hem: Daal niet af naar Egypte, maar blijf in het land, dat Ik u aanwijs.stylusGenesis 12:7, Genesis 12:7, Genesis 18:1, Genesis 17:1, Genesis 18:13Vestig u in dit land, en Ik zal met u zijn en u zegenen; want aan u en uw geslacht zal Ik al deze landen geven, en Ik zal de eed, die Ik uw vader Abraham gezworen heb, gestand doen.stylusGenesis 28:15, Genesis 28:15, Psalmen 105:9, Psalmen 105:9, Genesis 17:84Ik zal uw nageslacht talrijk maken als de sterren aan de hemel, en aan uw nageslacht al deze landen schenken. In uw zaad zullen alle volken der aarde worden gezegend,stylusHandelingen 3:25, Handelingen 3:25, Genesis 22:17, Genesis 22:18, Genesis 15:55omdat Abraham naar mijn stem heeft gehoord, en mijn gebod en bevelen, mijn instellingen en wetten heeft onderhouden.stylusGenesis 22:18, Genesis 22:16, Genesis 22:18, Genesis 22:16, Psalmen 112:16Zo bleef Isaäk te Gerar wonen.stylusGenesis 20:1, Genesis 20:17Toen nu de inwoners van die stad hem polsten over zijn vrouw, zeide hij: Het is mijn zuster. Want hij durfde niet zeggen: Het is mijn vrouw. Hij was bang, dat de inwoners van die stad hem om Rebekka zouden vermoorden; want zij was een knappe verschijning.stylusSpreuken 29:25, Spreuken 29:25, Genesis 20:2, Genesis 12:13, Genesis 20:28Nadat hij daar al geruime tijd had vertoefd, gebeurde het eens, dat Abimélek, de koning der Filistijnen, uit zijn venster keek en zag, dat Isaäk zijn vrouw Rebekka aan het liefkozen was.stylusJesaja 62:5, Hooglied 2:9, Spreuken 5:18, Spreuken 5:19, Spreuken 7:69Nu liet Abimélek Isaäk roepen, en zeide hem: Vast en zeker: het is uw vrouw! Hoe hebt ge dan kunnen zeggen: Het is mijn zuster! Isaäk gaf hem ten antwoord: Ik was bang, dat ik om haar zou worden vermoord.stylus10Abimélek hernam: Maar wat hebt ge ons gedaan! Hoe gemakkelijk had iemand van ons volk met uw vrouw gemeenschap kunnen houden; ge zoudt dan een zware schuld op ons hebben geladen.stylusGenesis 20:9, Genesis 20:10, Genesis 12:18, Genesis 12:19, Genesis 20:911Toen liet Abimélek aan heel het volk afkondigen: Wie dezen man of zijn vrouw enig leed durft doen, zal sterven.stylusPsalmen 105:15, Psalmen 105:15, Genesis 20:6, Genesis 20:6, Spreuken 6:2912Nu begon Isaäk in dat land te zaaien, en won dat jaar een honderdvoudige oogst; want Jahweh zegende hem.stylusGenesis 26:3, Genesis 26:3, Marcus 4:8, Marcus 4:8, Psalmen 67:613De man werd al rijker en rijker, totdat hij grote overvloed bezat.stylusPsalmen 112:3, Spreuken 10:22, Psalmen 112:3, Spreuken 10:22, Genesis 24:3514Hij had talrijke schapen en runderen en een groot aantal slaven, zodat de Filistijnen afgunstig op hem werden.stylusGenesis 37:11, Genesis 37:11, 1 Samuël 18:9, Job 1:3, Psalmen 112:315Daarom begonnen de Filistijnen alle putten, die de knechten van zijn vader in de dagen van zijn vader Abraham gegraven hadden, te verstoppen en met zand dicht te werpen.stylusGenesis 21:30, Genesis 21:30, Genesis 21:25, Genesis 21:2516En Abimélek zeide tot Isaäk: Ga van ons heen; want gij wordt ons te machtig!stylusExodus 1:9, Exodus 1:917Isaäk trok dus vandaar weg, sloeg zijn tent op in het dal van Gerar, en bleef daar wonen.stylus18Daar groef Isaäk de waterputten weer open, die men tijdens het leven van zijn vader Abraham had gegraven, maar die de Filistijnen na de dood van Abraham hadden dichtgeworpen; hij gaf ze weer dezelfde namen als zijn vader gedaan had.stylusZacharia 13:2, Zacharia 13:2, Psalmen 16:4, Numeri 32:38, Hosea 2:1719Terwijl dus de knechten van Isaäk in het Gerardal aan het graven waren, vonden ze daar een put met stromend water.stylusJohannes 7:38, Johannes 4:10, Johannes 4:11, Johannes 7:38, Johannes 4:1020Maar de herders van Gerar begonnen met de herders van Isaäk te twisten, en zeiden: Dat water behoort ons. Daarom noemde hij die put Ések, omdat ze daar met hem hadden getwist.stylusGenesis 21:25, Genesis 21:2521Nu groeven zij een andere put, maar ook daarover ontstond strijd; men noemde die Sitna.stylusEzra 4:6, Ezra 4:622Toen trok hij ook vandaar weg, en groef weer een andere put, waarover geen twist meer ontstond. Hij noemde hem Rechobot; want hij zeide: Nu heeft Jahweh ons ruimte gemaakt, zodat we in het land kunnen groeien.stylusExodus 1:7, Genesis 17:6, Exodus 1:7, Genesis 17:6, Psalmen 118:523Vandaar trok hij op naar Beër-Sjéba.stylusRichteren 20:1, Genesis 21:31, Genesis 46:1, Richteren 20:1, Genesis 21:3124Daar verscheen Jahweh hem zekere nacht, en sprak tot hem: Ik ben de God van Abraham, uw vader! Vrees niet, want Ik ben met u. Ik zal u zegenen en uw geslacht talrijk maken, Om wille van Abraham, mijn dienaar.stylusExodus 3:6, Exodus 3:6, Genesis 15:1, Genesis 15:1, Genesis 17:725Daarom bouwde hij daar een altaar, en riep de naam van Jahweh aan. Isaäk sloeg er zijn tent op, en zijn knechten groeven er een put.stylusGenesis 13:18, Psalmen 116:17, Genesis 13:18, Psalmen 116:17, Genesis 12:726Nu kwam Abimélek van Gerar uit hem bezoeken in gezelschap van Achoezzat, zijn vertrouweling, en Pikol, zijn legeroverste.stylusGenesis 21:22, Genesis 21:32, Genesis 20:3, Genesis 21:22, Genesis 21:3227Maar Isaäk zei hem: Waarom komt gij naar mij toe, terwijl gij mij haat en mij van u hebt weggejaagd?stylusGenesis 26:16, Genesis 26:16, Richteren 11:7, Richteren 11:7, Handelingen 7:928Ze antwoordden: We hebben nu duidelijk ingezien, dat Jahweh met u is. Daarom hebben we gedacht: er moest een eedverdrag tussen ons beiden bestaan, tussen ons en u. Wij willen een verbond met u sluiten,stylusGenesis 21:22, Genesis 21:23, Genesis 21:22, Genesis 21:23, Jesaja 61:929dat gij ons geen kwaad zult doen, evenmin als wij u enig leed hebben gedaan, maar u enkel vriendschap hebben bewezen, en u in vrede lieten gaan. Waarachtig, gij zijt door Jahweh gezegend!stylusGenesis 24:31, Genesis 24:31, Genesis 21:22, Genesis 21:22, Genesis 22:1730Hierop richtte hij een gastmaal voor hen aan, en zij aten en dronken.stylusGenesis 19:3, Genesis 19:3, Romeinen 12:18, Hebreeën 12:14, Romeinen 12:1831De volgende morgen zwoeren zij elkander de eed. Toen liet Isaäk hen vertrekken, en zij gingen van hem in vrede heen.stylusGenesis 31:44, 1 Samuël 20:16, 1 Samuël 20:17, 1 Samuël 30:15, Genesis 25:3332Nog diezelfde dag kwamen de knechten van Isaäk hem berichten over een welput, die zij hadden gegraven, en zeiden hem: We hebben water gevonden.stylusSpreuken 10:4, Spreuken 10:4, Genesis 26:25, Mattheüs 7:7, Spreuken 13:433Hij noemde die Sjiba; en daarom heet die stad Beër-Sjéba tot op de huidige dag.stylusGenesis 21:31, Genesis 21:31, Genesis 26:28, Genesis 26:2834Toen Esau veertig jaar oud was, huwde hij Jehoedit, de dochter van den Chittiet Beëri, en Basemat, de dochter van den Chittiet Elon.stylusGenesis 36:2, Genesis 36:2, Genesis 36:13, Exodus 34:16, Genesis 36:1335Zij waren de oorzaak van bitter verdriet voor Isaäk en Rebekka.stylusGenesis 27:46, Genesis 28:2, Genesis 27:46, Genesis 28:2, Genesis 6:2