1Abraham had nog een andere vrouw genomen, Ketoera geheten.stylus1 Kronieken 1:32, 1 Kronieken 1:33, 1 Kronieken 1:32, 1 Kronieken 1:33, Genesis 28:12Zij baarde hem Zimran, Joksjan, Medan, Midjan, Jisjbak en Sjóeach.stylus1 Kronieken 1:32, 1 Kronieken 1:33, 1 Kronieken 1:32, 1 Kronieken 1:33, Numeri 25:173Joksjan verwekte Sjeba en Dedan. De zonen van Dedan waren de Assjoerieten, de Letoesjieten en de Leoemmieten.stylusEzechiël 25:13, Ezechiël 25:13, Job 6:19, 1 Koningen 10:1, Ezechiël 27:204De zonen van Midjan waren Efa, Efer, Chanok, Abida en Eldaä. Dat waren allen nakomelingen van Ketoera.stylusJesaja 60:6, Jesaja 60:65Abraham gaf alles, wat hij bezat aan Isaäk.stylusGenesis 24:36, Genesis 24:36, Hebreeën 1:2, Hebreeën 1:2, Psalmen 68:186Aan de zonen van zijn bijvrouwen gaf Abraham geschenken, en zond ze nog tijdens zijn leven weg, uit de omgeving van zijn zoon Isaäk naar de overkant, het land van het oosten.stylusGenesis 21:14, Genesis 21:14, Richteren 6:3, Richteren 6:3, Handelingen 14:177Dit is het getal van Abrahams levensjaren; honderd vijf en zeventig jaar.stylusGenesis 12:4, Genesis 12:48Op hoge leeftijd is Abraham ontslapen; oud en afgeleefd is hij gestorven, en werd hij bij zijn volk verzameld.stylusGenesis 35:28, Genesis 35:29, 1 Kronieken 29:28, Genesis 15:15, Genesis 35:289Zijn zonen Isaäk en Jisjmaël begroeven hem in de grot van Makpela, die ten oosten van Mamre ligt, op de akker van Efron, den zoon van Sóchar, den Chittiet.stylusGenesis 50:13, Genesis 50:13, Genesis 35:29, Genesis 35:29, Genesis 21:910Het was de akker, die Abraham van de Chittieten gekocht had. Daar liggen Abraham en zijn vrouw Sara begraven.stylusGenesis 23:16, Genesis 23:16, Genesis 49:31, Genesis 49:3111Toen Abraham gestorven was, zegende God zijn zoon Isaäk. Isaäk bleef wonen bij de bron van Lachai-Roï.stylusGenesis 16:14, Genesis 22:17, Genesis 16:14, Genesis 22:17, Genesis 24:6212Dit is de geslachtslijst van Jisjmaël, den zoon van Abraham, dien Hagar, de egyptische slavin van Sara, Abraham gebaard heeft.stylusPsalmen 83:6, Psalmen 83:6, Genesis 21:13, Genesis 17:20, Genesis 21:1313Dit zijn de namen van Jisjmaëls zonen volgens de naam van hun geslacht. De eerstgeborene van Jisjmaël was Nebajot; verder Kedar, Adbeël en Mibsam,stylus1 Kronieken 1:29, 1 Kronieken 1:31, 1 Kronieken 1:29, 1 Kronieken 1:31, Jesaja 60:714Misjma, Doema en Massa,stylusJesaja 21:11, Jesaja 21:16, Jesaja 21:11, Jesaja 21:1615Chadad, Tema, Jetoer, Nafisj en Kédma.stylus1 Kronieken 5:19, 1 Kronieken 5:19, Job 2:11, Job 2:1116Dit zijn de zonen van Jisjmaël, en dat zijn hun namen naar hun nederzettingen en kampementen: twaalf vorsten overeenkomstig het getal van hun stammen.stylusGenesis 17:20, Genesis 17:20, Genesis 17:23, Genesis 17:2317De levensjaren van Jisjmaël bedroegen honderd zeven en dertig jaar. Toen ontsliep hij en stierf, en werd bij zijn volk verzameld.stylusGenesis 15:15, Genesis 25:7, Genesis 25:8, Genesis 15:15, Genesis 25:718Hij woonde van Chawila tot Sjoer, dat tegenover Egypte ligt, en tot Assjoer toe, verwijderd van al zijn broeders.stylusGenesis 16:12, Genesis 16:12, Genesis 20:1, Genesis 20:1, Genesis 10:719Dit is de geslachtslijst van Isaäk, den zoon van Abraham. Abraham verwekte Isaäk.stylusMattheüs 1:2, Mattheüs 1:2, Lucas 3:34, Lucas 3:34, 1 Kronieken 1:3220Toen Isaäk veertig jaar oud was, huwde hij Rebekka, de dochter van Betoeël, den Arameër van Paddan-Aram, en zuster van den Arameër Laban.stylusGenesis 24:29, Genesis 24:29, Genesis 24:67, Genesis 24:67, Genesis 22:2321Omdat zijn vrouw onvruchtbaar bleef, bad Isaäk tot Jahweh voor haar; en Jahweh verhoorde hem, zodat zijn vrouw Rebekka zwanger werd.stylusEzra 8:23, Ezra 8:23, Jesaja 58:9, Lucas 1:13, 2 Kronieken 33:1322Maar toen de kinderen in haar schoot tegen elkaar opdrongen, zeide zij: Als dit zo moet gaan, waarom blijf ik dan in leven! Daarom ging zij Jahweh raadplegen.stylus1 Samuël 9:9, 1 Samuël 9:9, 1 Samuël 28:6, Ezechiël 20:31, 1 Samuël 30:823En Jahweh sprak tot haar: Twee volken draagt gij in uw schoot, Twee naties gaan uiteen van uw moederlijf af. De ene natie zal machtiger zijn dan de andere, De oudste zal de jongste dienen.stylusGenesis 27:40, Genesis 27:40, Genesis 27:29, Romeinen 9:10, Romeinen 9:1324Toen het ogenblik was aangebroken, waarop zij moest baren, was er inderdaad een tweeling in haar schoot.stylus25De eerste, die te voorschijn kwam, was rossig en helemaal als in een pels gewikkeld; men noemde hem Esau.stylusGenesis 27:11, Genesis 27:11, Genesis 27:16, Genesis 27:23, Genesis 27:1626Daarna kwam zijn broertje, die met zijn hand de hiel van Esau vasthield; daarom noemde men hem Jakob. Isaäk was zestig jaar oud, toen hij hen verwekte.stylusGenesis 27:36, Genesis 27:36, Hosea 12:3, Hosea 12:3, Genesis 38:2827Toen de jongens groot waren geworden, werd Esau een behendig jager, een buitenmens; maar Jakob was een rustig man, die in tenten verbleef.stylusHebreeën 11:9, Genesis 21:20, Hebreeën 11:9, Genesis 21:20, Genesis 10:928Isaäk hield van Esau, omdat zijn wild hem smaakte; maar Rebekka beminde Jakob.stylusGenesis 27:19, Genesis 27:19, Genesis 27:4, Genesis 27:31, Genesis 27:429Eens was Jakob een gerecht aan het koken, toen Esau moe uit het veld thuiskwam.stylusJesaja 40:30, Jesaja 40:31, Spreuken 13:25, Jesaja 40:30, Jesaja 40:3130En Esau zeide tot Jakob: Laat me eens gauw eten van dat rode kooksel daar; want ik ben uitgeput. Daarom werd hij ook Edom genoemd.stylusDeuteronomium 23:7, Genesis 36:1, 2 Koningen 8:20, Genesis 36:43, Numeri 20:1431Jakob antwoordde: Verkoop me dan eerst uw eerstgeboorterecht.stylus32Esau hernam: Wel, ik ga toch dood; wat heb ik dan aan een eerstgeboorterecht.stylusJob 34:9, Job 21:15, Maleachi 3:14, Job 22:17, Job 34:933Jakob sprak: Zweer het mij eerst! En hij zwoer het hem. Zo verkocht hij aan Jakob zijn eerstgeboorterecht.stylusHebreeën 12:16, Hebreeën 12:16, Genesis 27:36, Hebreeën 6:16, Genesis 27:3634Toen gaf Jakob aan Esau brood met het linzenmoes. Deze at en dronk, stond op en ging heen. Zo weinig telde Esau het eerstgeboorterecht.stylusHebreeën 12:16, Hebreeën 12:17, Hebreeën 12:16, Hebreeën 12:17, 1 Korintiërs 15:32