Sacrilo

enEnglishtrTürkçeesEspañolptPortuguêsfrFrançaisdeDeutschzh中文ruРусскийja日本語ko한국어viTiếng ViệtthไทยplPolskiukУкраїнськаhuMagyarcsČeštinasrСрпскиslSlovenščinasqShqiplvLatviešuetEestinlNederlandschecknbNorskdaDansksvSvenskafiSuomiitItalianoheעבריתhrHrvatskilaLatinaarالعربية

DASHBOARD

dashboardOverzichtmenu_bookLees de BijbelquizDagelijkse Quizevent_noteMijn PlannenbookmarksBladwijzers

STUDIEHULPMIDDELEN

searchZoekencompare_arrowsBijbel Vergelijking
menu_book

Genesis Hoofdstuk 25

NlCanisius1939
arrow_backVorig HoofdstukVolgend Hoofdstukarrow_forward
GENESIS

Genesis 25

1Abraham had nog een andere vrouw genomen, Ketoera geheten.
1 Kronieken 1:32, 1 Kronieken 1:33, 1 Kronieken 1:32, 1 Kronieken 1:33, Genesis 28:1
2Zij baarde hem Zimran, Joksjan, Medan, Midjan, Jisjbak en Sjóeach.
1 Kronieken 1:32, 1 Kronieken 1:33, 1 Kronieken 1:32, 1 Kronieken 1:33, Numeri 25:17
3Joksjan verwekte Sjeba en Dedan. De zonen van Dedan waren de Assjoerieten, de Letoesjieten en de Leoemmieten.
Ezechiël 25:13, Ezechiël 25:13, Job 6:19, 1 Koningen 10:1, Ezechiël 27:20
4De zonen van Midjan waren Efa, Efer, Chanok, Abida en Eldaä. Dat waren allen nakomelingen van Ketoera.
Jesaja 60:6, Jesaja 60:6
5Abraham gaf alles, wat hij bezat aan Isaäk.
Genesis 24:36, Genesis 24:36, Hebreeën 1:2, Hebreeën 1:2, Psalmen 68:18
6Aan de zonen van zijn bijvrouwen gaf Abraham geschenken, en zond ze nog tijdens zijn leven weg, uit de omgeving van zijn zoon Isaäk naar de overkant, het land van het oosten.
Genesis 21:14, Genesis 21:14, Richteren 6:3, Richteren 6:3, Handelingen 14:17
7Dit is het getal van Abrahams levensjaren; honderd vijf en zeventig jaar.
Genesis 12:4, Genesis 12:4
8Op hoge leeftijd is Abraham ontslapen; oud en afgeleefd is hij gestorven, en werd hij bij zijn volk verzameld.
Genesis 35:28, Genesis 35:29, 1 Kronieken 29:28, Genesis 15:15, Genesis 35:28
9Zijn zonen Isaäk en Jisjmaël begroeven hem in de grot van Makpela, die ten oosten van Mamre ligt, op de akker van Efron, den zoon van Sóchar, den Chittiet.
Genesis 50:13, Genesis 50:13, Genesis 35:29, Genesis 35:29, Genesis 21:9
10Het was de akker, die Abraham van de Chittieten gekocht had. Daar liggen Abraham en zijn vrouw Sara begraven.
Genesis 23:16, Genesis 23:16, Genesis 49:31, Genesis 49:31
11Toen Abraham gestorven was, zegende God zijn zoon Isaäk. Isaäk bleef wonen bij de bron van Lachai-Roï.
Genesis 16:14, Genesis 22:17, Genesis 16:14, Genesis 22:17, Genesis 24:62
12Dit is de geslachtslijst van Jisjmaël, den zoon van Abraham, dien Hagar, de egyptische slavin van Sara, Abraham gebaard heeft.
Psalmen 83:6, Psalmen 83:6, Genesis 21:13, Genesis 17:20, Genesis 21:13
13Dit zijn de namen van Jisjmaëls zonen volgens de naam van hun geslacht. De eerstgeborene van Jisjmaël was Nebajot; verder Kedar, Adbeël en Mibsam,
1 Kronieken 1:29, 1 Kronieken 1:31, 1 Kronieken 1:29, 1 Kronieken 1:31, Jesaja 60:7
14Misjma, Doema en Massa,
Jesaja 21:11, Jesaja 21:16, Jesaja 21:11, Jesaja 21:16
15Chadad, Tema, Jetoer, Nafisj en Kédma.
1 Kronieken 5:19, 1 Kronieken 5:19, Job 2:11, Job 2:11
16Dit zijn de zonen van Jisjmaël, en dat zijn hun namen naar hun nederzettingen en kampementen: twaalf vorsten overeenkomstig het getal van hun stammen.
Genesis 17:20, Genesis 17:20, Genesis 17:23, Genesis 17:23
17De levensjaren van Jisjmaël bedroegen honderd zeven en dertig jaar. Toen ontsliep hij en stierf, en werd bij zijn volk verzameld.
Genesis 15:15, Genesis 25:7, Genesis 25:8, Genesis 15:15, Genesis 25:7
18Hij woonde van Chawila tot Sjoer, dat tegenover Egypte ligt, en tot Assjoer toe, verwijderd van al zijn broeders.
Genesis 16:12, Genesis 16:12, Genesis 20:1, Genesis 20:1, Genesis 10:7
19Dit is de geslachtslijst van Isaäk, den zoon van Abraham. Abraham verwekte Isaäk.
Mattheüs 1:2, Mattheüs 1:2, Lucas 3:34, Lucas 3:34, 1 Kronieken 1:32
20Toen Isaäk veertig jaar oud was, huwde hij Rebekka, de dochter van Betoeël, den Arameër van Paddan-Aram, en zuster van den Arameër Laban.
Genesis 24:29, Genesis 24:29, Genesis 24:67, Genesis 24:67, Genesis 22:23
21Omdat zijn vrouw onvruchtbaar bleef, bad Isaäk tot Jahweh voor haar; en Jahweh verhoorde hem, zodat zijn vrouw Rebekka zwanger werd.
Ezra 8:23, Ezra 8:23, Jesaja 58:9, Lucas 1:13, 2 Kronieken 33:13
22Maar toen de kinderen in haar schoot tegen elkaar opdrongen, zeide zij: Als dit zo moet gaan, waarom blijf ik dan in leven! Daarom ging zij Jahweh raadplegen.
1 Samuël 9:9, 1 Samuël 9:9, 1 Samuël 28:6, Ezechiël 20:31, 1 Samuël 30:8
23En Jahweh sprak tot haar: Twee volken draagt gij in uw schoot, Twee naties gaan uiteen van uw moederlijf af. De ene natie zal machtiger zijn dan de andere, De oudste zal de jongste dienen.
Genesis 27:40, Genesis 27:40, Genesis 27:29, Romeinen 9:10, Romeinen 9:13
24Toen het ogenblik was aangebroken, waarop zij moest baren, was er inderdaad een tweeling in haar schoot.
25De eerste, die te voorschijn kwam, was rossig en helemaal als in een pels gewikkeld; men noemde hem Esau.
Genesis 27:11, Genesis 27:11, Genesis 27:16, Genesis 27:23, Genesis 27:16
26Daarna kwam zijn broertje, die met zijn hand de hiel van Esau vasthield; daarom noemde men hem Jakob. Isaäk was zestig jaar oud, toen hij hen verwekte.
Genesis 27:36, Genesis 27:36, Hosea 12:3, Hosea 12:3, Genesis 38:28
27Toen de jongens groot waren geworden, werd Esau een behendig jager, een buitenmens; maar Jakob was een rustig man, die in tenten verbleef.
Hebreeën 11:9, Genesis 21:20, Hebreeën 11:9, Genesis 21:20, Genesis 10:9
28Isaäk hield van Esau, omdat zijn wild hem smaakte; maar Rebekka beminde Jakob.
Genesis 27:19, Genesis 27:19, Genesis 27:4, Genesis 27:31, Genesis 27:4
29Eens was Jakob een gerecht aan het koken, toen Esau moe uit het veld thuiskwam.
Jesaja 40:30, Jesaja 40:31, Spreuken 13:25, Jesaja 40:30, Jesaja 40:31
30En Esau zeide tot Jakob: Laat me eens gauw eten van dat rode kooksel daar; want ik ben uitgeput. Daarom werd hij ook Edom genoemd.
Deuteronomium 23:7, Genesis 36:1, 2 Koningen 8:20, Genesis 36:43, Numeri 20:14
31Jakob antwoordde: Verkoop me dan eerst uw eerstgeboorterecht.
32Esau hernam: Wel, ik ga toch dood; wat heb ik dan aan een eerstgeboorterecht.
Job 34:9, Job 21:15, Maleachi 3:14, Job 22:17, Job 34:9
33Jakob sprak: Zweer het mij eerst! En hij zwoer het hem. Zo verkocht hij aan Jakob zijn eerstgeboorterecht.
Hebreeën 12:16, Hebreeën 12:16, Genesis 27:36, Hebreeën 6:16, Genesis 27:36
34Toen gaf Jakob aan Esau brood met het linzenmoes. Deze at en dronk, stond op en ging heen. Zo weinig telde Esau het eerstgeboorterecht.
Hebreeën 12:16, Hebreeën 12:17, Hebreeën 12:16, Hebreeën 12:17, 1 Korintiërs 15:32

Andere Boeken

GenesisExodusLeviticus+

Andere Boeken

GenesisHfst. 25
ExodusLeviticusNumeriDeuteronomiumJozua
Alle Boekenarrow_forward
auto_storiesSacrilo

Het Woord dichterbij brengen, vers voor vers. Ontworpen voor dagelijkse bezinning en geestelijke groei.

Sacrilo

Over onsContactBijbel App

Verbinden

© 2026 Sacrilo.

PrivacybeleidGebruiksvoorwaardenCookies
auto_stories

Latest Answers

What Is the Kingdom of God?
read_more

What Is the Kingdom of God?

What Is the Final Judgment?
read_more

What Is the Final Judgment?

What Is the Bible’s View of Love?
read_more

What Is the Bible’s View of Love?

What Is Teleology in Theology?
read_more

What Is Teleology in Theology?

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?
read_more

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?

What Is the Lord’s Supper / Communion?
read_more

What Is the Lord’s Supper / Communion?

View Allarrow_forward