1Toen Sara honderd zeven en twintig jaren oud was (dat was de leeftijd van Sara),stylusGenesis 17:17, Genesis 17:172stierf Sara te Kirjat-Arba, nu Hebron genoemd, in het land Kanaän. En nadat Abraham lijkklacht over Sara had gehouden, en haar had beweend,stylusGenesis 23:19, Genesis 23:19, Genesis 13:18, Genesis 13:18, 1 Kronieken 6:573verliet Abraham zijn afgestorvene, om met de zonen van Chet te gaan spreken.stylusGenesis 10:15, Genesis 10:15, Genesis 23:5, 1 Samuël 26:6, 2 Samuël 23:394Hij zeide: Ik leef maar als gast en vreemde bij u; maar staat mij toch een familiegraf bij u af, waar ik mijn dode, die van mij is heengegaan, kan begraven.stylusHebreeën 11:9, 1 Kronieken 29:15, Hebreeën 11:9, 1 Kronieken 29:15, Genesis 17:85De zonen van Chet gaven Abraham ten antwoord:stylus6Heer, hoor ons aan. Gij zijt een vorst Gods onder ons! Begraaf dus uw afgestorvene in het mooiste onzer graven; niemand van ons zal u zijn eigen grafstede weigeren, om er uw afgestorvene in te begraven.stylusGenesis 24:35, Genesis 24:35, Genesis 14:14, Genesis 14:14, Genesis 21:227Toen stond Abraham op, boog zich ter aarde voor de Chittieten, de bewoners van het land,stylusGenesis 18:2, Romeinen 12:17, Romeinen 12:18, Genesis 19:1, 1 Petrus 3:88en zeide tot hen: Zo gij er in toestemt, dat ik mijn dode, die van mij is heengegaan, begraaf, weest mij dan terwille, en doet een goed woord voor mij bij Efron, den zoon van Sóchar.stylus1 Koningen 2:17, 1 Johannes 2:1, 1 Johannes 2:2, Genesis 25:9, Lucas 7:39Laat hij mij de grot van Makpela verkopen, die zijn eigendom is, en die aan de rand van zijn akker ligt. Laat hij ze mij in uwe tegenwoordigheid voor de volle prijs tot familiegraf afstaan.stylusRomeinen 12:17, Romeinen 13:8, Romeinen 12:17, Romeinen 13:810Daar ook Efron zelf in de kring der Chittieten zat, stond dus Efron, de Chittiet, Abraham te woord ten aanhoren van al de zonen van Chet, die naar de poort van zijn stad waren gekomen. Hij sprak:stylusGenesis 34:20, Genesis 34:24, Genesis 34:20, Genesis 34:24, Genesis 23:1811Zo niet, heer: maar luister naar mij: Ik geef u het land ten geschenke met de grot, die er op ligt; in tegenwoordigheid van mijn stamgenoten sta ik ze u af; begraaf er uw dode.stylusLucas 19:24, Jesaja 32:8, Lucas 19:24, Jesaja 32:8, Deuteronomium 19:1512Weer boog Abraham voor de bewoners van het land zich ter aarde,stylusGenesis 19:1, Genesis 18:2, Genesis 23:7, Genesis 19:1, Genesis 18:213en sprak tot Efron ten aanhoren van alle bewoners van het land: Zo gij de ëigenaarzijt, hoor mij dan aan: Ik wil toch liever het land betalen; neem het geld van mij aan, dan kan ik mijn dode daar begraven.stylusHandelingen 20:35, Romeinen 13:8, Kolossenzen 4:5, Hebreeën 13:5, Filippenzen 4:514Maar Efron antwoordde weer aan Abraham:stylus15Toch niet, heer, maar luister naar mij: Een stuk land van vierhonderd zilveren sikkels, wat betekent dat nu voor u of mij; begraaf dus uw dode.stylusEzechiël 45:12, Ezechiël 45:12, Exodus 30:13, Exodus 30:15, Exodus 30:1316Abraham ging in op het aanbod van Efron, en woog het zilver af, dat Efron ten aanhoren van de zonen van Chet had gevraagd: vierhonderd zilveren sikkels, zoals ze bij de kooplui gangbaar zijn.stylusZacharia 11:12, Jeremia 32:9, Zacharia 11:12, Jeremia 32:9, Ezechiël 45:1217Zo werd de akker van Efron, die in Makpela ten oosten van Mamre ligt, zowel de akker zelf als de grot, die er op ligt, met de bomen, die op de akker stonden, en die het hele terrein omringden,stylusGenesis 25:9, Genesis 50:13, Genesis 25:9, Genesis 50:13, Genesis 23:2018Abrahams eigendom in tegenwoordigheid van al de Chittieten, die naar de poort van zijn stad waren gekomen.stylusJeremia 32:12, Genesis 34:20, Ruth 4:1, Jeremia 32:12, Genesis 34:2019Nu begroef Abraham zijn vrouw Sara in de grot op de akker van Makpela, ten oosten van Mamre, dat Hebron is, in het land Kanaän.stylusGenesis 3:19, Genesis 25:9, Genesis 25:10, Genesis 49:29, Genesis 49:3220Zo ging de akker en de grot, die er op ligt, van de zonen van Chet aan Abraham over als familiegraf.stylusRuth 4:7, Ruth 4:10, Jeremia 32:10, Jeremia 32:14, Ruth 4:7