Sacrilo

enEnglishtrTürkçeesEspañolptPortuguêsfrFrançaisdeDeutschzh中文ruРусскийja日本語ko한국어viTiếng ViệtthไทยplPolskiukУкраїнськаhuMagyarcsČeštinasrСрпскиslSlovenščinasqShqiplvLatviešuetEestinlNederlandschecknbNorskdaDansksvSvenskafiSuomiitItalianoheעבריתhrHrvatskilaLatinaarالعربية

DASHBOARD

dashboardOverzichtmenu_bookLees de BijbelquizDagelijkse Quizevent_noteMijn PlannenbookmarksBladwijzers

STUDIEHULPMIDDELEN

searchZoekencompare_arrowsBijbel Vergelijking
menu_book

Genesis Hoofdstuk 23

NlCanisius1939
arrow_backVorig HoofdstukVolgend Hoofdstukarrow_forward
GENESIS

Genesis 23

1Toen Sara honderd zeven en twintig jaren oud was (dat was de leeftijd van Sara),
Genesis 17:17, Genesis 17:17
2stierf Sara te Kirjat-Arba, nu Hebron genoemd, in het land Kanaän. En nadat Abraham lijkklacht over Sara had gehouden, en haar had beweend,
Genesis 23:19, Genesis 23:19, Genesis 13:18, Genesis 13:18, 1 Kronieken 6:57
3verliet Abraham zijn afgestorvene, om met de zonen van Chet te gaan spreken.
Genesis 10:15, Genesis 10:15, Genesis 23:5, 1 Samuël 26:6, 2 Samuël 23:39
4Hij zeide: Ik leef maar als gast en vreemde bij u; maar staat mij toch een familiegraf bij u af, waar ik mijn dode, die van mij is heengegaan, kan begraven.
Hebreeën 11:9, 1 Kronieken 29:15, Hebreeën 11:9, 1 Kronieken 29:15, Genesis 17:8
5De zonen van Chet gaven Abraham ten antwoord:
6Heer, hoor ons aan. Gij zijt een vorst Gods onder ons! Begraaf dus uw afgestorvene in het mooiste onzer graven; niemand van ons zal u zijn eigen grafstede weigeren, om er uw afgestorvene in te begraven.
Genesis 24:35, Genesis 24:35, Genesis 14:14, Genesis 14:14, Genesis 21:22
7Toen stond Abraham op, boog zich ter aarde voor de Chittieten, de bewoners van het land,
Genesis 18:2, Romeinen 12:17, Romeinen 12:18, Genesis 19:1, 1 Petrus 3:8
8en zeide tot hen: Zo gij er in toestemt, dat ik mijn dode, die van mij is heengegaan, begraaf, weest mij dan terwille, en doet een goed woord voor mij bij Efron, den zoon van Sóchar.
1 Koningen 2:17, 1 Johannes 2:1, 1 Johannes 2:2, Genesis 25:9, Lucas 7:3
9Laat hij mij de grot van Makpela verkopen, die zijn eigendom is, en die aan de rand van zijn akker ligt. Laat hij ze mij in uwe tegenwoordigheid voor de volle prijs tot familiegraf afstaan.
Romeinen 12:17, Romeinen 13:8, Romeinen 12:17, Romeinen 13:8
10Daar ook Efron zelf in de kring der Chittieten zat, stond dus Efron, de Chittiet, Abraham te woord ten aanhoren van al de zonen van Chet, die naar de poort van zijn stad waren gekomen. Hij sprak:
Genesis 34:20, Genesis 34:24, Genesis 34:20, Genesis 34:24, Genesis 23:18
11Zo niet, heer: maar luister naar mij: Ik geef u het land ten geschenke met de grot, die er op ligt; in tegenwoordigheid van mijn stamgenoten sta ik ze u af; begraaf er uw dode.
Lucas 19:24, Jesaja 32:8, Lucas 19:24, Jesaja 32:8, Deuteronomium 19:15
12Weer boog Abraham voor de bewoners van het land zich ter aarde,
Genesis 19:1, Genesis 18:2, Genesis 23:7, Genesis 19:1, Genesis 18:2
13en sprak tot Efron ten aanhoren van alle bewoners van het land: Zo gij de ëigenaarzijt, hoor mij dan aan: Ik wil toch liever het land betalen; neem het geld van mij aan, dan kan ik mijn dode daar begraven.
Handelingen 20:35, Romeinen 13:8, Kolossenzen 4:5, Hebreeën 13:5, Filippenzen 4:5
14Maar Efron antwoordde weer aan Abraham:
15Toch niet, heer, maar luister naar mij: Een stuk land van vierhonderd zilveren sikkels, wat betekent dat nu voor u of mij; begraaf dus uw dode.
Ezechiël 45:12, Ezechiël 45:12, Exodus 30:13, Exodus 30:15, Exodus 30:13
16Abraham ging in op het aanbod van Efron, en woog het zilver af, dat Efron ten aanhoren van de zonen van Chet had gevraagd: vierhonderd zilveren sikkels, zoals ze bij de kooplui gangbaar zijn.
Zacharia 11:12, Jeremia 32:9, Zacharia 11:12, Jeremia 32:9, Ezechiël 45:12
17Zo werd de akker van Efron, die in Makpela ten oosten van Mamre ligt, zowel de akker zelf als de grot, die er op ligt, met de bomen, die op de akker stonden, en die het hele terrein omringden,
Genesis 25:9, Genesis 50:13, Genesis 25:9, Genesis 50:13, Genesis 23:20
18Abrahams eigendom in tegenwoordigheid van al de Chittieten, die naar de poort van zijn stad waren gekomen.
Jeremia 32:12, Genesis 34:20, Ruth 4:1, Jeremia 32:12, Genesis 34:20
19Nu begroef Abraham zijn vrouw Sara in de grot op de akker van Makpela, ten oosten van Mamre, dat Hebron is, in het land Kanaän.
Genesis 3:19, Genesis 25:9, Genesis 25:10, Genesis 49:29, Genesis 49:32
20Zo ging de akker en de grot, die er op ligt, van de zonen van Chet aan Abraham over als familiegraf.
Ruth 4:7, Ruth 4:10, Jeremia 32:10, Jeremia 32:14, Ruth 4:7

Andere Boeken

GenesisExodusLeviticus+

Andere Boeken

GenesisHfst. 23
ExodusLeviticusNumeriDeuteronomiumJozua
Alle Boekenarrow_forward
auto_storiesSacrilo

Het Woord dichterbij brengen, vers voor vers. Ontworpen voor dagelijkse bezinning en geestelijke groei.

Sacrilo

Over onsContactBijbel App

Verbinden

© 2026 Sacrilo.

PrivacybeleidGebruiksvoorwaardenCookies
auto_stories

Latest Answers

What Is the Kingdom of God?
read_more

What Is the Kingdom of God?

What Is the Final Judgment?
read_more

What Is the Final Judgment?

What Is the Bible’s View of Love?
read_more

What Is the Bible’s View of Love?

What Is Teleology in Theology?
read_more

What Is Teleology in Theology?

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?
read_more

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?

What Is the Lord’s Supper / Communion?
read_more

What Is the Lord’s Supper / Communion?

View Allarrow_forward