1Nu sprak Jahweh tot Moses:stylusExodus 12:1, Exodus 13:1, Exodus 12:1, Exodus 13:12Zeg de kinderen Israëls, dat zij van richting veranderen en zich moeten legeren bij Pi-Hachirot, tussen Migdol en de zee; bij de zee recht tegenover Baal-Sefon moet ge uw legerplaats opslaan.stylusNumeri 33:7, Numeri 33:8, Jeremia 44:1, Numeri 33:7, Numeri 33:83Dan zal Farao denken, dat de Israëlieten in het land zijn verdwaald en in de woestijn zijn blijven steken.stylusHandelingen 4:28, Handelingen 4:28, Psalmen 139:4, 1 Samuël 23:23, Ezechiël 38:104En Ik zal het hart van Farao verharden, zodat hij hen achterna zal zetten. Dan zal Ik mijn heerlijkheid tonen aan Farao en heel zijn legermacht, en de Egyptenaren zullen weten, dat Ik Jahweh ben. Zo deden ze dan.stylusRomeinen 9:22, Romeinen 9:23, Romeinen 9:22, Romeinen 9:23, Romeinen 9:175Toen dan ook aan den koning van Egypte werd bericht, dat het volk was gevlucht, sloeg de stemming van Farao en zijn hovelingen jegens het volk om, en ze dachten: Wat hebben we toch gedaan, dat we Israël uit onze dienst hebben laten wegtrekken?stylusPsalmen 105:25, Psalmen 105:25, Jeremia 34:10, Jeremia 34:17, Exodus 12:336Hij liet zijn wagen inspannen, riep zijn krijgsvolk op,stylus7en nam zes honderd van de beste strijdwagens, behalve de overige wagens van Egypte, alle met de dapperste strijders bezet.stylusExodus 15:4, Exodus 15:4, Richteren 4:15, Psalmen 68:17, Psalmen 20:78Want Jahweh had het hart van Farao, den koning van Egypte, verhard, zodat hij de Israëlieten achtervolgde, ofschoon de kinderen Israëls waren vertrokken onder de schutse van een machtige hand.stylusHandelingen 13:17, Handelingen 13:17, Numeri 33:3, Numeri 33:3, Deuteronomium 26:89De Egyptenaren joegen hen na met al de paarden en wagens van Farao, met zijn ruiters en leger, en bereikten hen, terwijl ze nog aan de zee waren gelegerd bij Pi-Hachirot, tegenover Baal-Sefon.stylusExodus 15:9, Exodus 15:9, Jozua 24:6, Jozua 24:6, Exodus 14:210Toen Farao zo dicht was genaderd, en de Israëlieten hun ogen opsloegen, zagen zij ineens de Egyptenaren achter zich aan. Nu werden de kinderen Israëls zeer beangst, riepen Jahweh aan,stylusPsalmen 107:6, Nehemia 9:9, Jozua 24:7, Psalmen 34:17, Psalmen 107:611en zeiden tot Moses: Waren er in Egypte geen graven genoeg, dat ge ons hebt meegenomen, om te sterven in de woestijn? Wat hebt ge gedaan, met ons uit Egypte weg te voeren!stylusPsalmen 106:7, Psalmen 106:8, Numeri 14:1, Numeri 14:4, Psalmen 106:712Hebben we u al niet in Egypte gezegd: Laat ons met rust! We willen de Egyptenaren blijven dienen; want het is beter, de Egyptenaren te dienen, dan te sterven in de woestijn.stylusJona 4:3, Exodus 6:9, Jona 4:3, Exodus 6:9, Exodus 3:913Maar Moses sprak tot het volk: Weest maar niet bang; blijft staan en ge zult de hulp van Jahweh ondervinden, die Hij u heden verleent. Waarachtig, de Egyptenaren, die ge op het ogenblik ziet, zult ge nooit meer zien, in der eeuwigheid niet!stylus2 Kronieken 20:17, 2 Kronieken 20:17, 2 Kronieken 20:15, Exodus 14:30, 2 Kronieken 20:1514Jahweh zal voor u strijden; gij kunt rustig toeschouwen.stylusDeuteronomium 3:22, Deuteronomium 3:22, Deuteronomium 20:4, Deuteronomium 20:4, Jozua 23:315Nu sprak Jahweh tot Moses: Wat roept ge tot Mij? Beveel de Israëlieten, op te breken!stylusJozua 7:10, Jozua 7:10, Ezra 10:4, Ezra 10:5, Ezra 10:416Steek uw staf in de hoogte, strek uw hand uit over de zee en splijt haar in tweeën, zodat de kinderen Israëls droogvoets door de zee kunnen gaan.stylusExodus 7:19, Exodus 7:19, Exodus 4:17, Exodus 4:2, Exodus 14:2617Zie, Ik zal het hart der Egyptenaren verharden, zodat ze achter hen aan zullen trekken; dan zal Ik mijn heerlijkheid tonen aan Farao en zijn legermacht, aan zijn wagens en ruiters.stylusExodus 14:8, Exodus 14:4, Exodus 14:8, Exodus 14:4, Ezechiël 34:2018En wanneer Ik mijn heerlijkheid aan Farao, zijn wagens en ruiters getoond heb, zullen de Egyptenaren weten, dat Ik Jahweh ben!stylusExodus 7:5, Exodus 7:5, Exodus 14:4, Exodus 7:17, Exodus 14:419Toen veranderde de engel Gods, die het leger van Israël vooruitging, van plaats, en stelde zich achter hen; de wolkkolom verliet de plaats aan hun spits en ging achter hen staan.stylusJesaja 63:9, Jesaja 63:9, Exodus 32:34, Exodus 32:34, Exodus 23:2020Zo stond de wolk tussen het leger der Egyptenaren en dat van Israël in: aan de ene kant was zij donker, aan de andere kant verlichtte zij de nacht, zodat gedurende de hele nacht de een den ander niet kon naderen.stylus2 Korintiërs 2:15, 2 Korintiërs 2:16, Jesaja 8:14, 2 Korintiërs 2:15, 2 Korintiërs 2:1621Nu strekte Moses zijn hand uit over de zee. En Jahweh wierp de zee terug door een sterke oostenwind, die de hele nacht bleef waaien. Hij maakte de zee droog land; want de wateren waren in tweeën gespleten.stylusJesaja 63:12, Jesaja 63:12, Exodus 15:8, Exodus 15:8, Psalmen 66:622En de kinderen Israëls trokken droogvoets midden door de zee, daar de wateren aan hun rechter(-) en hun linkerzij als een muur bleven staan.stylusHebreeën 11:29, Hebreeën 11:29, Psalmen 66:6, Psalmen 66:6, Exodus 15:1923De Egyptenaren joegen hen na, en alle paarden van Farao met zijn wagens en ruiters trokken achter hen aan naar het midden der zee.stylusExodus 14:17, Exodus 14:17, Exodus 15:19, Exodus 15:19, Exodus 15:924Maar in de morgenstond wierp Jahweh in de vuur(-) en wolkkolom een blik op het leger der Egyptenaren: Hij bracht het leger der Egyptenaren in verwarring,stylusExodus 13:21, Exodus 13:21, Exodus 14:25, Psalmen 77:16, Psalmen 77:1925liet de raderen van hun wagens aflopen, en vertraagde hun mars. En de Egyptenaren riepen: Laat ons vluchten voor Israël; want Jahweh strijdt voor hen tegen Egypte!stylusExodus 14:14, Exodus 14:14, 1 Samuël 4:7, 1 Samuël 4:8, Job 20:2426Nu sprak Jahweh tot Moses: Strek uw hand uit over de zee; dan golven de wateren terug over de Egyptenaren met hun wagens en ruiters.stylusExodus 14:16, Exodus 14:16, Exodus 8:5, Exodus 8:5, Mattheüs 7:227Moses strekte zijn hand uit over het water, en tegen de morgen golfde de zee naar haar oude plaats terug. En toen de Egyptenaren naar de andere kant wilden vluchten, dreef Jahweh ze terug naar het midden der zee;stylusJozua 4:18, Jozua 4:18, Psalmen 78:53, Psalmen 78:53, Deuteronomium 11:428de wateren stroomden terug en overstelpten al de wagens en ruiters van het leger van Farao, die hen in de zee achtervolgden; geen een bleef er over.stylusPsalmen 78:53, Psalmen 78:53, Psalmen 106:9, Psalmen 106:11, Psalmen 106:929Maar Israëls kinderen waren droogvoets midden door de zee getrokken, daar de wateren aan hun rechter(-) en linkerzij als een muur bleven staan.stylusExodus 14:22, Exodus 14:22, Psalmen 77:19, Psalmen 77:20, Jozua 3:1630Zo redde Jahweh Israël op die dag uit de greep van Egypte, en zag Israël de lijken der Egyptenaren op het strand der zee.stylusPsalmen 106:10, Psalmen 106:8, Psalmen 106:10, Psalmen 106:8, Psalmen 92:931En toen het volk van Israël het machtige wonder aanschouwde, dat Jahweh aan de Egyptenaren had gewrocht, kreeg het ontzag voor Jahweh, en vertrouwde het op Jahweh en op zijn dienaar Moses.stylusJohannes 2:11, Johannes 2:11, Johannes 11:45, Johannes 11:45, Johannes 8:30