1Toen zongen Moses en Israëls kinderen dit lied ter ere van Jahweh: Laat ons zingen voor Jahweh, Want hoog is Hij verheven; Paard en ruiter wierp Hij in zee!stylusOpenbaring 15:3, Openbaring 15:3, Exodus 15:21, Exodus 15:21, Psalmen 106:122Mijn kracht is Jahweh en mijn roem, Want Hij heeft mij gered. Hij is mijn God, dien ik wil prijzen, De God van mijn vaderen, dien ik verheerlijk.stylusJesaja 12:2, Jesaja 12:2, Psalmen 118:14, Psalmen 118:14, Psalmen 18:463Een krijgsheld is Jahweh, Jahweh is zijn Naam!stylusPsalmen 24:8, Psalmen 24:8, Exodus 14:14, Exodus 14:14, Openbaring 19:114Farao’s wagens en zijn leger wierp Hij in zee, In de Rode Zee ligt de bloem zijner helden verdronken.stylusExodus 14:13, Exodus 14:28, Exodus 14:6, Exodus 14:7, Exodus 14:135De golven bedekten hen, Zij zakten als een steen in de diepte.stylusNehemia 9:11, Nehemia 9:11, Exodus 14:28, Exodus 15:10, Exodus 14:286Uw rechterhand, Jahweh, is heerlijk door kracht, Uw rechterhand, Jahweh, verplettert den vijand!stylusPsalmen 118:15, Psalmen 118:16, Psalmen 118:15, Psalmen 118:16, Jesaja 51:97In de volheid van uw majesteit werpt Gij uw tegenstanders neer, Laat Gij de vrije loop aan uw toorn, Die als kaf hen verteert.stylusJesaja 5:24, Jesaja 5:24, Jesaja 47:14, Maleachi 4:1, Jesaja 47:148Door uw briesen hoopten de wateren zich op, Bleven de golven staan als een dam, Stolden de baren in het midden der zee.stylusJob 4:9, Job 4:9, Psalmen 78:13, Psalmen 78:13, Exodus 14:219De vijand sprak: Ik zet ze na, haal ze in, Ik verdeel de buit, ik zal mij verzadigen; Ik trek mijn zwaard, Mijn hand slaat ze neer.stylusRichteren 5:30, Richteren 5:30, Exodus 14:5, Exodus 14:5, Jesaja 53:1210Maar Gij hebt met uw adem geblazen en de zee golfde over hen heen; Zij zonken als lood in de vreselijke wateren.stylusJesaja 11:15, Exodus 15:5, Exodus 14:21, Deuteronomium 11:4, Jesaja 11:1511Wie is als Gij onder de goden, o Jahweh, Wie als Gij, heerlijk door heiligheid, Geducht om uw roemvolle daden, En om de wonderen, die Gij wrocht.stylus1 Koningen 8:23, 1 Koningen 8:23, Psalmen 89:5, Psalmen 89:8, Psalmen 89:512Gij strekt uw rechterhand uit, En de aarde verslindt ze!stylusExodus 15:6, Exodus 15:613In uw goedheid leidt Gij het volk, dat Gij hebt verlost, In uw kracht voert Gij het naar uw heilige woning!stylusPsalmen 77:20, Psalmen 77:20, 1 Petrus 1:5, 1 Petrus 1:5, Jesaja 63:1214De volken horen het en beven, Angst overvalt Filistea’s bewoners.stylusDeuteronomium 2:25, Deuteronomium 2:25, Jozua 2:9, Jozua 2:10, Jozua 2:915De vorsten van Edom zijn van schrik overmand, De koningen van Moab rillen ervan. Onrust grijpt alle bewoners van Kanaän aan,stylusJozua 5:1, Jozua 5:1, Jozua 2:11, Jozua 2:9, Jozua 2:1116Bevangen door angst en ontzetting; Voor uw geweldige kracht Worden ze stom als een steen, Terwijl uw volk, o Jahweh, zijn doortocht voltooit, Het volk, dat Gij U hebt verworven, is overgestoken.stylusPsalmen 74:2, Deuteronomium 2:25, Psalmen 74:2, Deuteronomium 2:25, 1 Samuël 25:3717Nu brengt en plant Gij hen Op de berg van uw erfdeel; Op de plaats van uw woning, o Jahweh, die Gij U hebt bereid: Heer, in het heilige oord, Dat uw handen hebben gegrond!stylusPsalmen 44:2, Psalmen 44:2, Psalmen 80:8, Psalmen 80:8, Psalmen 78:5418Jahweh zal heersen Voor eeuwig en immer!stylusPsalmen 29:10, Psalmen 10:16, Psalmen 29:10, Psalmen 10:16, Daniël 2:4419Want toen de paarden van Farao De zee introkken, met zijn wagens en ruiters, Bedolf Jahweh hen met de golven der zee; Maar Israëls kinderen trokken er droogvoets doorheen!stylusExodus 14:28, Exodus 14:29, Exodus 14:28, Exodus 14:29, Hebreeën 11:2920En Mirjam de profetes, de zuster van Aäron, nam de tamboerijn ter hand, en terwijl alle vrouwen met tamboerijnen haar dansende volgden,stylusPsalmen 150:4, Psalmen 150:4, 1 Samuël 18:6, 1 Samuël 18:6, Richteren 11:3421herhaalde Mirjam voor hen het refrein: Laat ons zingen voor Jahweh, Want hoog is Hij verheven, Paard en ruiter wierp Hij in zee!stylusExodus 15:1, Exodus 15:1, Openbaring 5:9, Openbaring 15:3, Openbaring 7:1022Daarna liet Moses Israël van de Rode Zee opbreken en trokken zij naar de woestijn van Sjoer. Toen zij al drie dagreizen ver de woestijn in waren getrokken, zonder water te vinden,stylusGenesis 16:7, Genesis 16:7, 1 Samuël 15:7, Genesis 25:18, 1 Samuël 15:723bereikten zij Mara. Maar ze konden het water van Mara niet drinken, omdat het bitter was; daarom noemde men het Mara.stylusRuth 1:20, Numeri 33:8, Ruth 1:20, Numeri 33:824Toen begon het volk tegen Moses te morren en zeide: Wat moeten we drinken?stylusExodus 16:2, Exodus 16:2, Exodus 14:11, Exodus 14:11, Numeri 20:225Hij bad tot Jahweh, en Jahweh wees hem een stuk hout aan; hij wierp het in het water, en het water werd zoet. Op deze plaats gaf hij hun voorschriften en wetten, en stelde hen daar voor de keus:stylusDeuteronomium 8:2, Deuteronomium 8:2, Psalmen 66:10, Psalmen 66:10, Richteren 3:126Zo ge luistert naar de stem van Jahweh, uw God, en doet wat recht is in zijn ogen, zo ge zijn geboden in acht neemt, en al zijn voorschriften onderhoudt, zal Ik geen van de kwalen, waarmee Ik Egypte heb geteisterd, u laten treffen, maar genees Ik u juist; Ik, Jahweh!stylusPsalmen 103:3, Psalmen 103:3, Deuteronomium 7:15, Deuteronomium 7:15, Exodus 23:2527Vandaar gingen zij naar Elim, waar twaalf waterbronnen zijn en zeventig palmen staan, en zij sloegen de legerplaats op aan het water.stylusOpenbaring 22:2, Openbaring 22:2, Openbaring 7:17, Openbaring 7:17, Numeri 33:9