1En Jahweh sprak tot Moses:stylus2Wijd Mij alle eerstgeborenen toe. Wat bij de kinderen Israëls de moederschoot opent, bij mens of dier, behoort Mij!stylusLucas 2:23, Lucas 2:23, Numeri 3:13, Numeri 3:13, Deuteronomium 15:193sprak Moses tot het volk: Gedenk deze dag, waarop gij uit Egypte, uit het slavenhuis, zijt getrokken, omdat Jahweh u met sterke hand van hier heeft weggevoerd. Er mag geen gedesemd brood worden gegetenstylusDeuteronomium 24:18, Deuteronomium 24:18, Deuteronomium 5:15, Deuteronomium 5:15, Exodus 20:24op de dag van de maand Abib, waarop gij zijt weggetrokken.stylusExodus 34:18, Exodus 34:18, Exodus 23:15, Exodus 23:15, Exodus 12:25En wanneer Jahweh u in het land van de Kanaänieten, Chittieten, Amorieten, Chiwwieten en Jeboesieten heeft gebracht: het land, dat Jahweh u geven zal, zoals Hij uw vaderen heeft gezworen, het land, dat druipt van melk en honing: volbrengt dan in deze maand, het volgende gebod:stylusExodus 3:8, Exodus 3:8, Jozua 24:11, Jozua 24:11, Exodus 6:86Eet zeven dagen ongedesemde broden, en op de zevende dag moet het feest zijn ter ere van Jahweh.stylusExodus 12:15, Exodus 12:20, Exodus 12:15, Exodus 12:20, Leviticus 23:87Gedurende zeven dagen moeten ongedesemde broden worden gegeten: er mag geen gedesemd brood worden gegeten: zelfs mag dan in heel uw gebied geen zuurdesem worden gevonden.stylusExodus 12:19, Exodus 12:19, Mattheüs 16:6, Mattheüs 16:68En op die dag moet gij uw zoon vertellen: Dit geschiedt, om wat Jahweh voor mij heeft gedaan, toen ik uit Egypte trok.stylusExodus 13:14, Exodus 13:14, Exodus 12:26, Exodus 12:27, Psalmen 44:19Prent het u in als een merk op uw hand en als een teken op uw voorhoofd, opdat de wet van Jahweh op uw lippen moge blijven; want met sterke hand heeft Jahweh u uit Egypte geleid.stylusDeuteronomium 6:8, Deuteronomium 6:8, Deuteronomium 11:18, Deuteronomium 11:19, Deuteronomium 11:1810Onderhoudt dit gebod jaar in jaar uit, op de tijd, die daarvoor is bepaald.stylusExodus 12:14, Exodus 12:14, Exodus 12:24, Exodus 12:25, Exodus 23:1511Wanneer Jahweh u dus naar het land der Kanaänieten heeft gebracht, zoals Hij u en uw vaderen heeft gezworen, en het u heeft gegeven,stylusExodus 13:5, Exodus 13:512dan moet ge al wat de moederschoot opent, aan Jahweh afstaan. Elk eerste jong, dat ge krijgt van het vee, zal voor Jahweh zijn, als het een mannelijk dier is.stylusNumeri 18:15, Numeri 18:15, Leviticus 27:26, Exodus 34:19, Leviticus 27:2613Maar elk eerste jong van een ezelin, moet ge loskopen met een schaap; indien ge het niet wilt lossen, moet ge het de nek breken. Alle eerstgeborenen van de mensen moet ge loskopen, als het jongens zijn.stylusExodus 34:20, Exodus 34:20, Numeri 18:15, Numeri 18:17, Numeri 18:1514En wanneer uw zoon u later vraagt, wat dat betekent, zeg hem dan: "Met sterke hand heeft Jahweh ons uit Egypte geleid, uit het slavenhuis.stylusJozua 4:6, Exodus 13:3, Jozua 4:6, Exodus 13:3, Deuteronomium 6:2015Want toen Farao zich hardnekkig tegen ons vertrek bleef verzetten, heeft Jahweh alle eerstgeborenen in Egypte gedood, zowel de eerstgeborenen van de mensen, als van het vee. Daarom breng ik Jahweh ieder mannelijk dier ten offer, dat de moederschoot opent, en koop ik iederen eerstgeboren zoon los.stylusExodus 12:29, Exodus 12:2916Prent het u in als een merk op uw hand en als een teken op uw voorhoofd; want met sterke hand heeft Jahweh ons uit Egypte geleid."stylusExodus 13:9, Exodus 13:9, Deuteronomium 6:7, Deuteronomium 6:9, Deuteronomium 11:1817Nadat Farao het volk had laten gaan, leidde God hen niet langs de weg, die naar het land der Filistijnen voerde, hoewel die de kortste was. Want God dacht, dat het volk wel eens spijt kon krijgen, wanneer het tegenstand zou ontmoeten, en dan naar Egypte zou willen terugkeren.stylusExodus 14:11, Exodus 14:12, Nehemia 9:17, Exodus 14:11, Exodus 14:1218Daarom liet God het volk een omweg maken door de woestijn naar de Rode Zee. In volmaakte orde trokken de Israëlieten op uit het land van Egypte.stylusDeuteronomium 32:10, Exodus 14:2, Numeri 33:6, Numeri 33:8, Deuteronomium 32:1019Moses nam het gebeente van Josef met zich mee; want Josef had de kinderen Israëls bezworen: Wanneer God op u heeft neergezien, voert dan mijn gebeente van hier met u mee.stylusGenesis 50:24, Genesis 50:25, Genesis 50:24, Genesis 50:25, Jozua 24:3220Zo braken zij van Soekkot op en sloegen hun legerplaats op te Etam aan de rand van de woestijn.stylusNumeri 33:5, Numeri 33:6, Exodus 12:37, Numeri 33:5, Numeri 33:621En Jahweh ging voor hen uit, overdag in een wolkkolom, om hun de weg te wijzen, en des nachts in een vuurzuil, om hen voor te lichten, zodat zij dag en nacht konden trekken.stylus1 Korintiërs 10:1, 1 Korintiërs 10:2, 1 Korintiërs 10:1, 1 Korintiërs 10:2, Nehemia 9:1222Overdag week de wolkkolom niet van de spits van het volk, en de vuurzuil niet in de nacht.stylusPsalmen 121:5, Psalmen 121:8, Openbaring 10:1, Psalmen 121:5, Psalmen 121:8