Sacrilo

enEnglishtrTürkçeesEspañolptPortuguêsfrFrançaisdeDeutschzh中文ruРусскийja日本語ko한국어viTiếng ViệtthไทยplPolskiukУкраїнськаhuMagyarcsČeštinasrСрпскиslSlovenščinasqShqiplvLatviešuetEestinlNederlandschecknbNorskdaDansksvSvenskafiSuomiitItalianoheעבריתhrHrvatskilaLatinaarالعربية

DASHBOARD

dashboardOverzichtmenu_bookLees de BijbelquizDagelijkse Quizevent_noteMijn PlannenbookmarksBladwijzers

STUDIEHULPMIDDELEN

searchZoekencompare_arrowsBijbel Vergelijking
menu_book

Exodus Hoofdstuk 12

NlCanisius1939
arrow_backVorig HoofdstukVolgend Hoofdstukarrow_forward
EXODUS

Exodus 12

1Toen sprak Jahweh tot Moses en Aäron in Egypte:
2Deze maand zal voor u de beginmaand zijn, de eerste der maanden van het jaar.
Exodus 13:4, Exodus 13:4, Deuteronomium 16:1, Deuteronomium 16:1, Exodus 34:18
3Beveelt heel de gemeenschap van Israël: Op de tiende van deze maand moet ieder voor zijn familie een lam nemen, één voor elk gezin.
Leviticus 5:6, 1 Korintiërs 5:7, Leviticus 1:2, Johannes 1:29, Leviticus 5:6
4Indien het gezin voor een lam niet talrijk genoeg is, moet hij er zijn naasten buurman bij uitnodigen; ge moet betreffende het lam het aantal personen berekenen naar wat ieder gewoon is te eten.
5Het lam moet zonder gebrek zijn, een mannelijk dier en één jaar oud; ge moogt het uit de schapen of geiten kiezen.
1 Petrus 1:18, 1 Petrus 1:19, Hebreeën 9:13, Hebreeën 9:14, 1 Petrus 1:18
6Gij moet het bewaren tot de veertiende dag van deze maand, waarop heel de gemeenschap van Israël het in de avondschemering moet slachten.
Leviticus 23:5, Leviticus 23:5, Numeri 28:16, 2 Kronieken 30:15, 2 Kronieken 30:18
7Vervolgens moeten zij het bloed ervan nemen, en er de beide deurposten en de bovendorpel mee bestrijken van de huizen, waar zij het zullen eten.
Exodus 12:22, Exodus 12:23, Hebreeën 11:28, Exodus 12:22, Exodus 12:23
8In diezelfde nacht moeten zij het vlees eten, dat in het vuur gebraden moet zijn, met ongedesemde broden en bittere kruiden er bij.
Exodus 34:25, Exodus 34:25, Johannes 6:52, Johannes 6:57, Deuteronomium 16:7
9Niets ervan moogt ge rauw eten of in water gekookt, maar het moet in het vuur zijn gebraden, kop, poten en romp aan één stuk.
Exodus 12:8, Exodus 12:8, Deuteronomium 16:7, Deuteronomium 16:7, Klaagliederen 1:13
10Ook moogt ge niets tot de morgen bewaren, maar wat er van over is, moet ge tegen de morgen verbranden.
Exodus 23:18, Exodus 23:18, Exodus 34:25, Exodus 34:25, Leviticus 22:30
11Zó moet ge het eten: uw lenden omgord, schoenen aan de voeten, uw stok in de hand; en gij moet het eten met grote haast, want het is het Pascha van Jahweh.
Exodus 12:27, Exodus 12:27, Efeziërs 6:15, 1 Korintiërs 5:7, Efeziërs 6:15
12Want in deze nacht zal Ik door Egypte trekken, in Egypte alle eerstgeborenen slaan van mensen en dieren, en aan alle goden van Egypte mijn straffen voltrekken: Ik Jahweh!
Numeri 33:4, Numeri 33:4, Exodus 12:23, Exodus 12:23, Exodus 6:2
13Maar het bloed aan de huizen zal het teken zijn, dat gij daar woont; en wanneer Ik dat bloed zal zien, zal Ik genadig aan u voorbijgaan, zodat u geen dodelijke slag zal treffen, als Ik Egypte teister.
Hebreeën 11:28, Hebreeën 11:28, Exodus 12:23, Exodus 12:23, 1 Johannes 1:7
14Deze dag moet voor u een gedenkdag zijn, die ge als een feest ter ere van Jahweh moet vieren. Gij zult hem vieren van geslacht tot geslacht: een eeuwige wet.
2 Koningen 23:21, 2 Koningen 23:21, Exodus 12:24, Exodus 12:17, Exodus 13:9
15Dan moet ge zeven dagen lang ongedesemde broden eten. Reeds op de eerste dag moet ge het zuurdesem uit uw huizen verwijderen; en iedereen die van de eerste tot de zevende dag gedesemd brood durft eten, zal van Israël worden afgesneden.
Genesis 17:14, Deuteronomium 16:3, Genesis 17:14, Deuteronomium 16:3, Exodus 23:15
16Op de eerste dag zult ge een godsdienstige bijeenkomst houden, en evenzo op de zevende dag; op die dagen mag geen enkele arbeid worden verricht; ge moogt alleen bereiden, wat iedereen voor zijn voedsel nodig heeft.
Leviticus 23:7, Leviticus 23:8, Numeri 28:18, Leviticus 23:7, Leviticus 23:8
17Onderhoudt dit gebod; want op deze dag heb Ik uw legerscharen uit Egypte geleid. Ge moet deze dag houden van geslacht tot geslacht als een eeuwige wet.
Exodus 13:8, Exodus 13:3, Exodus 7:5, Exodus 12:41, Exodus 13:8
18In de eerste maand, van de avond van de veertiende dag af, zult ge dus ongedesemd brood eten tot aan de avond van de een en twintigste van de maand.
Leviticus 23:5, Leviticus 23:8, Exodus 12:15, Leviticus 23:5, Leviticus 23:8
19Zeven dagen lang mag in uw huizen geen zuurdesem worden gevonden; en iedereen, vreemde zowel als landgenoot, die gedesemd brood durft eten, zal van de gemeenschap van Israël worden afgesneden.
Exodus 12:15, Exodus 12:15, Deuteronomium 16:3, Exodus 23:15, Deuteronomium 16:3
20Geen gedesemd brood moogt ge eten, waar ge ook woont, maar enkel ongedesemd brood.
21Nu ontbood Moses al de oudsten van Israël, en sprak tot hen: Gaat heen, haalt de schapen voor uw gezinnen en slacht het paasoffer.
Exodus 12:3, Exodus 12:3, Exodus 3:16, Numeri 11:16, Exodus 12:11
22Dan moet ge een bosje hysop nemen, dit in het bloed dopen, dat in een schaal is opgevangen, en wat bloed uit de schaal aan de bovendorpel en de beide zijposten strijken; daarna mag niemand van u tot de morgen buiten de deur van zijn huis komen.
Hebreeën 11:28, Psalmen 51:7, Numeri 19:18, Hebreeën 11:28, Psalmen 51:7
23Want Jahweh zal rondgaan, om Egypte te slaan; maar als Hij het bloed op de bovendorpel en op de beide zijposten ziet, zal Hij die deur genadig voorbijgaan en den verderver beletten, uw huizen binnen te gaan, om u te treffen.
Openbaring 7:3, Openbaring 9:4, Openbaring 7:3, Openbaring 9:4, Hebreeën 11:28
24Gij moet dit onderhouden als een eeuwige wet voor u en uw kinderen.
Genesis 17:8, Genesis 17:10, Exodus 12:14, Genesis 17:8, Genesis 17:10
25Wanneer gij dus in het land zijt gekomen, dat Jahweh u zal geven, zoals Hij beloofd heeft, onderhoudt dan dit voorschrift.
Exodus 3:8, Exodus 3:17, Exodus 3:8, Exodus 3:17, Deuteronomium 12:8
26En wanneer uw kinderen u vragen, wat dat betekent,
Exodus 13:14, Exodus 13:15, Exodus 13:14, Exodus 13:15, Deuteronomium 32:7
27moet ge hun zeggen: Dit is het paasoffer van Jahweh, die de huizen van Israëls kinderen in Egypte genadig voorbijging en onze gezinnen heeft gespaard, toen Hij de Egyptenaren trof. Toen wierp het volk zich op de knieën en boog zich ter aarde.
Exodus 4:31, Exodus 4:31, Exodus 12:11, Exodus 12:11, 1 Korintiërs 5:7
28Daarna gingen de kinderen Israëls heen, en volbrachtten nauwkeurig, wat Jahweh aan Moses en Aäron bevolen had.
Hebreeën 11:28, Hebreeën 11:28
29In het holst van de nacht sloeg Jahweh al de eerstgeborenen in het land van Egypte, van den eerstgeborene van Farao af, die op de troon was gezeten, tot den eerstgeborene van wie in de gevangenis zat; en eveneens al het eerstgeborene van het vee.
Psalmen 78:51, Psalmen 78:51, Exodus 4:23, Exodus 4:23, Psalmen 105:36
30En Farao met heel zijn hof en heel Egypte vlogen die nacht overeind, en er weerklonk een vreselijk geschrei in Egypte; want er was geen huis, waar geen dode was.
Exodus 11:6, Exodus 11:6, Amos 5:17, Amos 5:17, Spreuken 21:13
31Nog in de nacht ontbood hij Moses en Aäron en sprak: Maakt u gereed, trekt weg van mijn volk; gaat heen met de zonen Israëls, om Jahweh te vereren, zoals gij gezegd hebt.
Exodus 6:1, Exodus 6:1, Exodus 8:8, Exodus 10:9, Psalmen 105:38
32Neemt ook uw schapen en runderen mee, zoals ge gevraagd hebt, als ge maar heen gaat; en bidt ook voor mij om genade.
Exodus 10:26, Exodus 10:26, Genesis 27:34, Genesis 27:34, Exodus 8:28
33Ook de Egyptenaren drongen aan, dat het volk toch zo vlug mogelijk uit het land zou vertrekken; want ze zeiden: Anders zullen we allen sterven!
Psalmen 105:38, Psalmen 105:38, Exodus 11:1, Exodus 11:1, Genesis 20:3
34En voordat het deeg gedesemd was, moest het volk het meenemen: hun baktroggen droegen zij in hun mantels gewikkeld op hun schouders.
Exodus 8:3, Exodus 8:3
35Maar de Israëlieten deden, wat Moses bevolen had, en eisten van de Egyptenaren zilveren en gouden sieraden en kleren.
Exodus 3:21, Exodus 3:22, Exodus 3:21, Exodus 3:22, Exodus 11:2
36En daar Jahweh de Egyptenaren murw had gemaakt, gaven zij het volk, al wat het maar eiste. Zo schudden zij de Egyptenaren uit.
Genesis 15:14, Handelingen 7:10, Genesis 15:14, Handelingen 7:10, Exodus 11:3
37Nu braken de Israëlieten van Raämses op, in de richting van Soekkot; ongeveer zeshonderd duizend man te voet, de kinderen niet meegerekend;
Numeri 1:46, Exodus 38:26, Numeri 1:46, Exodus 38:26, Numeri 33:3
38maar ook een menigte vreemden trok met hen mee, behalve nog de talloze kudden schapen en runderen.
Numeri 11:4, Numeri 11:4, Zacharia 8:23, Zacharia 8:23
39Van het deeg, dat zij uit Egypte hadden meegenomen, moesten zij ongedesemde broden bakken; want ze hadden geen gedesemd deeg, daar de Egyptenaren hen hadden verjaagd, zonder hun de tijd te laten, om voedsel voor de reis te bereiden.
Exodus 11:1, Exodus 6:1, Exodus 11:1, Exodus 6:1, Exodus 12:31
40Het verblijf van de Israëlieten in Egypte had vier honderd dertig jaren geduurd.
Genesis 15:13, Genesis 15:13, Handelingen 7:6, Handelingen 7:6, Handelingen 13:17
41Er waren op de dag af vierhonderd dertig jaren verlopen, toen al de legerscharen van Jahweh uit het land van Egypte trokken.
Handelingen 1:7, Habakuk 2:3, Johannes 7:8, Handelingen 1:7, Habakuk 2:3
42Het was een nacht van waken voor Jahweh, toen Hij hen uit Egypte deed trekken; dit is de nacht van Jahweh, de nacht van waken voor alle kinderen Israëls van geslacht tot geslacht.
Exodus 12:14, Deuteronomium 16:1, Deuteronomium 16:6, Exodus 12:14, Deuteronomium 16:1
43Jahweh sprak tot Moses en Aäron: Dit is het voorschrift voor het Pascha. Geen buitenlander mag er van eten.
Exodus 12:48, Exodus 12:48, Numeri 9:14, Numeri 9:14, Exodus 12:11
44Iedere slaaf, die ge voor geld hebt gekocht, en te voren besneden hebt, mag ervan eten;
Genesis 17:12, Genesis 17:13, Genesis 17:12, Genesis 17:13, Genesis 17:23
45maar een inboorling en dagloner mogen er niet van eten.
Leviticus 22:10, Leviticus 22:10, Efeziërs 2:12, Efeziërs 2:12
46In een en hetzelfde huis moet het worden opgegeten, en van het vlees moogt ge niets buitenshuis brengen; ook moogt ge de beenderen niet breken.
Numeri 9:12, Johannes 19:36, Numeri 9:12, Johannes 19:36, Johannes 19:33
47Heel de gemeenschap van Israël moet het toebereiden.
Exodus 12:6, Exodus 12:6, Numeri 9:13, Numeri 9:13, Exodus 12:3
48En wanneer een vreemdeling bij u woont en hij wil ter ere van Jahweh het Pascha vieren, dan moeten eerst al de mannelijke leden van zijn gezin worden besneden, voor hij mag aanzitten, om het te vieren; hij staat dan gelijk met een ingezetene. Geen onbesnedene mag ervan eten;
Numeri 9:14, Numeri 9:14, Kolossenzen 3:11, Kolossenzen 3:11, Galaten 3:28
49dit geldt zowel voor den ingezetene, als voor den vreemdeling, die in uw midden woont.
Numeri 15:15, Numeri 15:16, Numeri 15:15, Numeri 15:16, Numeri 15:29
50Alle Israëlieten volbrachten nauwkeurig, wat Jahweh aan Moses en Aäron bevolen had.
Exodus 7:4, Exodus 12:41, Deuteronomium 4:1, Deuteronomium 4:2, Exodus 6:26
51Nog op diezelfde dag, dat Jahweh de Israëlieten met hun legerscharen uit het land van Egypte leidde,
Exodus 12:41, Exodus 12:41, Exodus 6:26, Exodus 6:26

Andere Boeken

ExodusLeviticusNumeri+

Andere Boeken

ExodusHfst. 12
LeviticusNumeriDeuteronomiumJozuaRichteren
Alle Boekenarrow_forward
auto_storiesSacrilo

Het Woord dichterbij brengen, vers voor vers. Ontworpen voor dagelijkse bezinning en geestelijke groei.

Sacrilo

Over onsContactBijbel App

Verbinden

© 2026 Sacrilo.

PrivacybeleidGebruiksvoorwaardenCookies
auto_stories

Latest Answers

What Is the Kingdom of God?
read_more

What Is the Kingdom of God?

What Is the Final Judgment?
read_more

What Is the Final Judgment?

What Is the Bible’s View of Love?
read_more

What Is the Bible’s View of Love?

What Is Teleology in Theology?
read_more

What Is Teleology in Theology?

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?
read_more

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?

What Is the Lord’s Supper / Communion?
read_more

What Is the Lord’s Supper / Communion?

View Allarrow_forward