1Toen sprak Jahweh tot Moses en Aäron in Egypte:stylus2Deze maand zal voor u de beginmaand zijn, de eerste der maanden van het jaar.stylusExodus 13:4, Exodus 13:4, Deuteronomium 16:1, Deuteronomium 16:1, Exodus 34:183Beveelt heel de gemeenschap van Israël: Op de tiende van deze maand moet ieder voor zijn familie een lam nemen, één voor elk gezin.stylusLeviticus 5:6, 1 Korintiërs 5:7, Leviticus 1:2, Johannes 1:29, Leviticus 5:64Indien het gezin voor een lam niet talrijk genoeg is, moet hij er zijn naasten buurman bij uitnodigen; ge moet betreffende het lam het aantal personen berekenen naar wat ieder gewoon is te eten.stylus5Het lam moet zonder gebrek zijn, een mannelijk dier en één jaar oud; ge moogt het uit de schapen of geiten kiezen.stylus1 Petrus 1:18, 1 Petrus 1:19, Hebreeën 9:13, Hebreeën 9:14, 1 Petrus 1:186Gij moet het bewaren tot de veertiende dag van deze maand, waarop heel de gemeenschap van Israël het in de avondschemering moet slachten.stylusLeviticus 23:5, Leviticus 23:5, Numeri 28:16, 2 Kronieken 30:15, 2 Kronieken 30:187Vervolgens moeten zij het bloed ervan nemen, en er de beide deurposten en de bovendorpel mee bestrijken van de huizen, waar zij het zullen eten.stylusExodus 12:22, Exodus 12:23, Hebreeën 11:28, Exodus 12:22, Exodus 12:238In diezelfde nacht moeten zij het vlees eten, dat in het vuur gebraden moet zijn, met ongedesemde broden en bittere kruiden er bij.stylusExodus 34:25, Exodus 34:25, Johannes 6:52, Johannes 6:57, Deuteronomium 16:79Niets ervan moogt ge rauw eten of in water gekookt, maar het moet in het vuur zijn gebraden, kop, poten en romp aan één stuk.stylusExodus 12:8, Exodus 12:8, Deuteronomium 16:7, Deuteronomium 16:7, Klaagliederen 1:1310Ook moogt ge niets tot de morgen bewaren, maar wat er van over is, moet ge tegen de morgen verbranden.stylusExodus 23:18, Exodus 23:18, Exodus 34:25, Exodus 34:25, Leviticus 22:3011Zó moet ge het eten: uw lenden omgord, schoenen aan de voeten, uw stok in de hand; en gij moet het eten met grote haast, want het is het Pascha van Jahweh.stylusExodus 12:27, Exodus 12:27, Efeziërs 6:15, 1 Korintiërs 5:7, Efeziërs 6:1512Want in deze nacht zal Ik door Egypte trekken, in Egypte alle eerstgeborenen slaan van mensen en dieren, en aan alle goden van Egypte mijn straffen voltrekken: Ik Jahweh!stylusNumeri 33:4, Numeri 33:4, Exodus 12:23, Exodus 12:23, Exodus 6:213Maar het bloed aan de huizen zal het teken zijn, dat gij daar woont; en wanneer Ik dat bloed zal zien, zal Ik genadig aan u voorbijgaan, zodat u geen dodelijke slag zal treffen, als Ik Egypte teister.stylusHebreeën 11:28, Hebreeën 11:28, Exodus 12:23, Exodus 12:23, 1 Johannes 1:714Deze dag moet voor u een gedenkdag zijn, die ge als een feest ter ere van Jahweh moet vieren. Gij zult hem vieren van geslacht tot geslacht: een eeuwige wet.stylus2 Koningen 23:21, 2 Koningen 23:21, Exodus 12:24, Exodus 12:17, Exodus 13:915Dan moet ge zeven dagen lang ongedesemde broden eten. Reeds op de eerste dag moet ge het zuurdesem uit uw huizen verwijderen; en iedereen die van de eerste tot de zevende dag gedesemd brood durft eten, zal van Israël worden afgesneden.stylusGenesis 17:14, Deuteronomium 16:3, Genesis 17:14, Deuteronomium 16:3, Exodus 23:1516Op de eerste dag zult ge een godsdienstige bijeenkomst houden, en evenzo op de zevende dag; op die dagen mag geen enkele arbeid worden verricht; ge moogt alleen bereiden, wat iedereen voor zijn voedsel nodig heeft.stylusLeviticus 23:7, Leviticus 23:8, Numeri 28:18, Leviticus 23:7, Leviticus 23:817Onderhoudt dit gebod; want op deze dag heb Ik uw legerscharen uit Egypte geleid. Ge moet deze dag houden van geslacht tot geslacht als een eeuwige wet.stylusExodus 13:8, Exodus 13:3, Exodus 7:5, Exodus 12:41, Exodus 13:818In de eerste maand, van de avond van de veertiende dag af, zult ge dus ongedesemd brood eten tot aan de avond van de een en twintigste van de maand.stylusLeviticus 23:5, Leviticus 23:8, Exodus 12:15, Leviticus 23:5, Leviticus 23:819Zeven dagen lang mag in uw huizen geen zuurdesem worden gevonden; en iedereen, vreemde zowel als landgenoot, die gedesemd brood durft eten, zal van de gemeenschap van Israël worden afgesneden.stylusExodus 12:15, Exodus 12:15, Deuteronomium 16:3, Exodus 23:15, Deuteronomium 16:320Geen gedesemd brood moogt ge eten, waar ge ook woont, maar enkel ongedesemd brood.stylus21Nu ontbood Moses al de oudsten van Israël, en sprak tot hen: Gaat heen, haalt de schapen voor uw gezinnen en slacht het paasoffer.stylusExodus 12:3, Exodus 12:3, Exodus 3:16, Numeri 11:16, Exodus 12:1122Dan moet ge een bosje hysop nemen, dit in het bloed dopen, dat in een schaal is opgevangen, en wat bloed uit de schaal aan de bovendorpel en de beide zijposten strijken; daarna mag niemand van u tot de morgen buiten de deur van zijn huis komen.stylusHebreeën 11:28, Psalmen 51:7, Numeri 19:18, Hebreeën 11:28, Psalmen 51:723Want Jahweh zal rondgaan, om Egypte te slaan; maar als Hij het bloed op de bovendorpel en op de beide zijposten ziet, zal Hij die deur genadig voorbijgaan en den verderver beletten, uw huizen binnen te gaan, om u te treffen.stylusOpenbaring 7:3, Openbaring 9:4, Openbaring 7:3, Openbaring 9:4, Hebreeën 11:2824Gij moet dit onderhouden als een eeuwige wet voor u en uw kinderen.stylusGenesis 17:8, Genesis 17:10, Exodus 12:14, Genesis 17:8, Genesis 17:1025Wanneer gij dus in het land zijt gekomen, dat Jahweh u zal geven, zoals Hij beloofd heeft, onderhoudt dan dit voorschrift.stylusExodus 3:8, Exodus 3:17, Exodus 3:8, Exodus 3:17, Deuteronomium 12:826En wanneer uw kinderen u vragen, wat dat betekent,stylusExodus 13:14, Exodus 13:15, Exodus 13:14, Exodus 13:15, Deuteronomium 32:727moet ge hun zeggen: Dit is het paasoffer van Jahweh, die de huizen van Israëls kinderen in Egypte genadig voorbijging en onze gezinnen heeft gespaard, toen Hij de Egyptenaren trof. Toen wierp het volk zich op de knieën en boog zich ter aarde.stylusExodus 4:31, Exodus 4:31, Exodus 12:11, Exodus 12:11, 1 Korintiërs 5:728Daarna gingen de kinderen Israëls heen, en volbrachtten nauwkeurig, wat Jahweh aan Moses en Aäron bevolen had.stylusHebreeën 11:28, Hebreeën 11:2829In het holst van de nacht sloeg Jahweh al de eerstgeborenen in het land van Egypte, van den eerstgeborene van Farao af, die op de troon was gezeten, tot den eerstgeborene van wie in de gevangenis zat; en eveneens al het eerstgeborene van het vee.stylusPsalmen 78:51, Psalmen 78:51, Exodus 4:23, Exodus 4:23, Psalmen 105:3630En Farao met heel zijn hof en heel Egypte vlogen die nacht overeind, en er weerklonk een vreselijk geschrei in Egypte; want er was geen huis, waar geen dode was.stylusExodus 11:6, Exodus 11:6, Amos 5:17, Amos 5:17, Spreuken 21:1331Nog in de nacht ontbood hij Moses en Aäron en sprak: Maakt u gereed, trekt weg van mijn volk; gaat heen met de zonen Israëls, om Jahweh te vereren, zoals gij gezegd hebt.stylusExodus 6:1, Exodus 6:1, Exodus 8:8, Exodus 10:9, Psalmen 105:3832Neemt ook uw schapen en runderen mee, zoals ge gevraagd hebt, als ge maar heen gaat; en bidt ook voor mij om genade.stylusExodus 10:26, Exodus 10:26, Genesis 27:34, Genesis 27:34, Exodus 8:2833Ook de Egyptenaren drongen aan, dat het volk toch zo vlug mogelijk uit het land zou vertrekken; want ze zeiden: Anders zullen we allen sterven!stylusPsalmen 105:38, Psalmen 105:38, Exodus 11:1, Exodus 11:1, Genesis 20:334En voordat het deeg gedesemd was, moest het volk het meenemen: hun baktroggen droegen zij in hun mantels gewikkeld op hun schouders.stylusExodus 8:3, Exodus 8:335Maar de Israëlieten deden, wat Moses bevolen had, en eisten van de Egyptenaren zilveren en gouden sieraden en kleren.stylusExodus 3:21, Exodus 3:22, Exodus 3:21, Exodus 3:22, Exodus 11:236En daar Jahweh de Egyptenaren murw had gemaakt, gaven zij het volk, al wat het maar eiste. Zo schudden zij de Egyptenaren uit.stylusGenesis 15:14, Handelingen 7:10, Genesis 15:14, Handelingen 7:10, Exodus 11:337Nu braken de Israëlieten van Raämses op, in de richting van Soekkot; ongeveer zeshonderd duizend man te voet, de kinderen niet meegerekend;stylusNumeri 1:46, Exodus 38:26, Numeri 1:46, Exodus 38:26, Numeri 33:338maar ook een menigte vreemden trok met hen mee, behalve nog de talloze kudden schapen en runderen.stylusNumeri 11:4, Numeri 11:4, Zacharia 8:23, Zacharia 8:2339Van het deeg, dat zij uit Egypte hadden meegenomen, moesten zij ongedesemde broden bakken; want ze hadden geen gedesemd deeg, daar de Egyptenaren hen hadden verjaagd, zonder hun de tijd te laten, om voedsel voor de reis te bereiden.stylusExodus 11:1, Exodus 6:1, Exodus 11:1, Exodus 6:1, Exodus 12:3140Het verblijf van de Israëlieten in Egypte had vier honderd dertig jaren geduurd.stylusGenesis 15:13, Genesis 15:13, Handelingen 7:6, Handelingen 7:6, Handelingen 13:1741Er waren op de dag af vierhonderd dertig jaren verlopen, toen al de legerscharen van Jahweh uit het land van Egypte trokken.stylusHandelingen 1:7, Habakuk 2:3, Johannes 7:8, Handelingen 1:7, Habakuk 2:342Het was een nacht van waken voor Jahweh, toen Hij hen uit Egypte deed trekken; dit is de nacht van Jahweh, de nacht van waken voor alle kinderen Israëls van geslacht tot geslacht.stylusExodus 12:14, Deuteronomium 16:1, Deuteronomium 16:6, Exodus 12:14, Deuteronomium 16:143Jahweh sprak tot Moses en Aäron: Dit is het voorschrift voor het Pascha. Geen buitenlander mag er van eten.stylusExodus 12:48, Exodus 12:48, Numeri 9:14, Numeri 9:14, Exodus 12:1144Iedere slaaf, die ge voor geld hebt gekocht, en te voren besneden hebt, mag ervan eten;stylusGenesis 17:12, Genesis 17:13, Genesis 17:12, Genesis 17:13, Genesis 17:2345maar een inboorling en dagloner mogen er niet van eten.stylusLeviticus 22:10, Leviticus 22:10, Efeziërs 2:12, Efeziërs 2:1246In een en hetzelfde huis moet het worden opgegeten, en van het vlees moogt ge niets buitenshuis brengen; ook moogt ge de beenderen niet breken.stylusNumeri 9:12, Johannes 19:36, Numeri 9:12, Johannes 19:36, Johannes 19:3347Heel de gemeenschap van Israël moet het toebereiden.stylusExodus 12:6, Exodus 12:6, Numeri 9:13, Numeri 9:13, Exodus 12:348En wanneer een vreemdeling bij u woont en hij wil ter ere van Jahweh het Pascha vieren, dan moeten eerst al de mannelijke leden van zijn gezin worden besneden, voor hij mag aanzitten, om het te vieren; hij staat dan gelijk met een ingezetene. Geen onbesnedene mag ervan eten;stylusNumeri 9:14, Numeri 9:14, Kolossenzen 3:11, Kolossenzen 3:11, Galaten 3:2849dit geldt zowel voor den ingezetene, als voor den vreemdeling, die in uw midden woont.stylusNumeri 15:15, Numeri 15:16, Numeri 15:15, Numeri 15:16, Numeri 15:2950Alle Israëlieten volbrachten nauwkeurig, wat Jahweh aan Moses en Aäron bevolen had.stylusExodus 7:4, Exodus 12:41, Deuteronomium 4:1, Deuteronomium 4:2, Exodus 6:2651Nog op diezelfde dag, dat Jahweh de Israëlieten met hun legerscharen uit het land van Egypte leidde,stylusExodus 12:41, Exodus 12:41, Exodus 6:26, Exodus 6:26