1Wanneer gij in het land zijt gekomen, dat Jahweh, uw God, u als erfdeel zal geven, en gij het in bezit hebt genomen en het bewoont,stylusDeuteronomium 17:14, Deuteronomium 17:14, Numeri 15:18, Deuteronomium 6:1, Deuteronomium 6:102dan moet ge een keuze doen uit de eerstelingen van alle veldvruchten, die gij oogst van het land, dat Jahweh, uw God, u zal schenken; ge moet ze in een korf leggen, en naar de plaats gaan, die Jahweh, uw God, zal uitverkiezen, om daar zijn Naam te vestigen.stylusExodus 23:19, Exodus 23:19, Exodus 23:16, Exodus 23:16, Ezechiël 44:303Ge moet u dan bij den priester vervoegen, die er in die dagen zal zijn, en hem zeggen: Ik betuig heden voor Jahweh, mijn God, dat ik in het land ben gekomen, dat Jahweh aan onze vaderen onder ede beloofd heeft, ons te geven!stylusDeuteronomium 19:17, Genesis 26:3, Hebreeën 13:15, Lucas 1:72, Lucas 1:734Dan zal de priester de korf aannemen, en voor het altaar van Jahweh, uw God, neerzetten.stylusHebreeën 13:10, Hebreeën 13:12, Mattheüs 23:19, Mattheüs 5:23, Mattheüs 5:245Vervolgens moet gij voor het aanschijn van Jahweh, uw God, plechtig betuigen: Mijn vader was een ronddolend Arameër, die met slechts enkele mensen naar Egypte is afgezakt, maar terwijl hij daar als vreemdeling vertoefde, tot een groot, machtig en talrijk volk is aangegroeid.stylusDeuteronomium 10:22, Genesis 46:27, Deuteronomium 10:22, Genesis 46:27, Genesis 43:16En toen de Egyptenaren ons mishandelden en verdrukten, ons onder zware arbeid gebukt deden gaan,stylusExodus 1:11, Exodus 1:11, Exodus 1:14, Exodus 1:14, Exodus 5:97riepen wij tot Jahweh, den God onzer vaderen; Jahweh verhoorde ons, en zag onze vernedering, ellende en verdrukking.stylusExodus 2:23, Exodus 3:4, Exodus 2:23, Exodus 3:4, Exodus 3:98En Jahweh heeft ons uit Egypte geleid met sterke hand en gespierde arm, onder grote verschrikking, onder tekenen en wonderen.stylusDeuteronomium 4:34, Deuteronomium 4:34, Psalmen 106:7, Psalmen 106:10, Psalmen 105:279Hij heeft ons naar deze plaats gebracht en ons dit land geschonken, een land, dat druipt van melk en honing.stylusExodus 3:8, Exodus 3:8, Ezechiël 20:15, Ezechiël 20:6, Psalmen 105:4410Zie, daarom breng ik hier de eerstelingen van de grond, die Gij, Jahweh, mij hebt geschonken. Dan moet ge de korf voor het aanschijn van Jahweh, uw God, laten staan, en na Jahweh, uw God, te hebben aanbeden,stylus1 Petrus 4:10, 1 Petrus 4:11, Deuteronomium 26:4, Deuteronomium 6:10, Deuteronomium 6:1311vrolijk zijn met den leviet en den vreemdeling, die in uw midden woont, over al het goede, dat Jahweh, uw God, u en uw gezin heeft geschonken.stylusDeuteronomium 16:11, Deuteronomium 16:11, Deuteronomium 12:7, Deuteronomium 12:7, Filippenzen 4:412Wanneer gij in het derde jaar, het jaar van de tienden, de hele tiende van uw opbrengst hebt afgeleverd, en ze den leviet, den vreemdeling, den wees en de weduwe hebt gegeven, om ze in uw woonplaats te eten en zich te verzadigen,stylusLeviticus 27:30, Numeri 18:24, Leviticus 27:30, Numeri 18:24, Filippenzen 4:1813dan moet gij getuigen voor het aanschijn van Jahweh, uw God: Ik heb de heilige gaven uit mijn huis gebracht, en ze den leviet, den vreemdeling, den wees en de weduwe gegeven, geheel overeenkomstig uw gebod, dat Gij mij hebt gegeven. Ik heb uw geboden niet overtreden of vergeten.stylusPsalmen 119:141, Psalmen 119:176, Psalmen 119:153, Psalmen 119:141, Psalmen 119:17614Ik heb er niet van gegeten tijdens mijn rouw, er niets van weggebracht in staat van onreinheid, en er niets van aan een dode gegeven; ik ben gehoorzaam geweest aan Jahweh, mijn God, en heb alles gedaan, wat Gij mij hebt geboden.stylusLeviticus 7:20, Leviticus 7:20, Leviticus 21:11, Hosea 9:4, Leviticus 21:115Zie neer uit de hemel, uw heilige woning, en zegen uw volk Israël en het land, dat Gij ons hebt gegeven, zoals Gij het aan onze vaders onder ede beloofd hebt, het land, dat druipt van melk en honing.stylusJesaja 63:15, Jesaja 63:15, Zacharia 2:13, Zacharia 2:13, 1 Koningen 8:4316Heden beveelt u Jahweh, uw God, al deze bepalingen en voorschriften te volbrengen; gij moet ze dus met heel uw hart en heel uw ziel getrouw onderhouden.stylusDeuteronomium 12:1, Johannes 14:15, Deuteronomium 12:1, Johannes 14:15, 1 Johannes 5:217Gij hebt heden aan Jahweh laten betuigen, dat Hij uw God zal zijn, dat gij zijn wegen wilt bewandelen, zijn bepalingen. geboden en voorschriften onderhouden, en wilt luisteren naar zijn stem.stylusExodus 24:7, Jesaja 12:2, Exodus 24:7, Jesaja 12:2, 1 Korintiërs 6:1918En Jahweh heeft heden aan u laten betuigen, dat gij zijn volk en zijn eigendom zult zijn, zoals Hij het u heeft beloofd, zo gij al zijn geboden onderhoudt;stylusDeuteronomium 14:2, Deuteronomium 7:6, Titus 2:14, Deuteronomium 28:9, Deuteronomium 14:219dat Hij u in eer, glorie en roem hoog boven alle volken zal verheffen, die Hij heeft gemaakt, en dat gij een volk zult zijn, dat aan Jahweh, uw God, blijft gewijd, zoals Hij beloofd heeft.stylus1 Petrus 2:9, 1 Petrus 2:9, Deuteronomium 28:1, Deuteronomium 7:6, Deuteronomium 28:1