1Wanneer Jahweh, uw God, de volken, wier land Hij u zal geven, heeft uitgeroeid en verdreven, en gij hun steden en huizen bewoont,stylusDeuteronomium 12:29, Deuteronomium 12:29, Deuteronomium 6:10, Deuteronomium 6:10, Deuteronomium 7:12dan moet ge in uw land, dat Jahweh, uw God, u in bezit gaat geven, drie steden aanwijzen.stylusExodus 21:13, Exodus 21:13, Jozua 20:2, Jozua 20:7, Numeri 35:103Ge moet de afstand bepalen, en daarnaar het land, dat Jahweh, uw God, u zal schenken, in drie districten verdelen, zodat iedereen, die een ander gedood heeft, daarheen kan vluchten.stylusJesaja 57:14, Jesaja 57:14, Jesaja 35:8, Hebreeën 12:13, Jesaja 62:104Maar dit is de voorwaarde, waarop iemand, die een ander gedood heeft en daarheen is gevlucht, in leven mag blijven: dat hij den ander zonder opzet heeft verslagen en zonder dat hij hem vroeger haat had toegedragen.stylusNumeri 35:15, Numeri 35:24, Numeri 35:15, Numeri 35:24, Deuteronomium 4:425Bijvoorbeeld: als iemand met een ander in het bos hout gaat hakken, en met de bijl zwaait om de boom om te houwen, doch het ijzer schiet van de steel en treft den ander dodelijk, dan kan hij naar een van die steden vluchten, om in leven te blijven.stylus2 Koningen 6:5, 2 Koningen 6:7, Spreuken 27:12, Jesaja 32:2, Numeri 35:256Anders zou de bloedwreker hem, die de dood heeft veroorzaakt, in zijn woede vervolgen, hem inhalen, omdat de afstand te groot is, en hem om het leven brengen, ofschoon hij de dood niet verdiende, daar hij hem tevoren niet heeft gehaat.stylusNumeri 35:12, Numeri 35:12, Jeremia 26:15, Jeremia 26:16, 2 Samuël 14:77Daarom beveel ik u: wijs drie steden aan.stylus8En wanneer Jahweh, uw God, uw gebied heeft vergroot, zoals Hij aan uw vaderen heeft gezworen, en wanneer Hij u heel het land heeft gegeven, dat Hij aan uw vaderen beloofd heeft,stylusGenesis 15:18, Genesis 15:21, Deuteronomium 12:20, Exodus 23:31, Exodus 34:249als gij alle geboden nauwgezet onderhoudt, die ik u heden beveel, en gij Jahweh, uw God, bemint en altijd zijn wegen bewandelt: dan moet ge bij deze drie steden nog drie andere voegen,stylusJozua 20:7, Jozua 20:8, Jozua 20:7, Jozua 20:8, Deuteronomium 11:2210opdat er geen onschuldig bloed in uw land wordt vergoten, dat Jahweh, uw God, u tot erfdeel geeft, en er geen bloedschuld op u rust.stylusSpreuken 6:17, Jesaja 59:7, Spreuken 6:17, Jesaja 59:7, Mattheüs 27:411Maar wanneer iemand zijn naaste haat, hem lagen legt, overvalt en doodslaat, en hij vlucht dan naar een van die steden,stylusNumeri 35:16, Numeri 35:21, Deuteronomium 27:24, Numeri 35:16, Numeri 35:2112dan moeten de oudsten van zijn stad hem vandaar laten weghalen en hem aan den bloedwreker uitleveren, opdat hij sterve.stylus1 Koningen 2:28, 1 Koningen 2:34, 1 Koningen 2:5, 1 Koningen 2:6, 1 Koningen 2:2813Ge moet geen medelijden met hem hebben, en geen onschuldig bloed op Israël laten rusten. Dan zal het u goed gaan.stylus1 Koningen 2:31, 1 Koningen 2:31, Deuteronomium 21:9, Deuteronomium 7:2, Deuteronomium 7:1614Gij moogt in het erfdeel, dat gij in het land zult verkrijgen, dat Jahweh, uw God, u in bezit gaat geven, de grens van uw naaste, die de voorvaderen hebben vastgesteld, niet verleggen.stylusDeuteronomium 27:17, Spreuken 22:28, Deuteronomium 27:17, Spreuken 22:28, Job 24:215Welke misdaad of welke zonde iemand ook heeft misdreven, één getuige zal tegen hem niet gelden, maar de uitspraak moet op de verklaring van twee of drie getuigen berusten.stylusNumeri 35:30, Numeri 35:30, Deuteronomium 17:6, 2 Korintiërs 13:1, Deuteronomium 17:616Wanneer een verdachte getuige tegen iemand optreedt, om hem van een vergrijp te beschuldigen,stylusPsalmen 27:12, Psalmen 27:12, Psalmen 35:11, Psalmen 35:11, Exodus 23:117dan moeten de beide mannen, tussen wie het geding gaat, in tegenwoordigheid van de priesters en rechters, die er in die dagen zullen zijn, voor het aanschijn van Jahweh treden.stylusDeuteronomium 17:9, Deuteronomium 17:9, Deuteronomium 21:5, Deuteronomium 21:5, Maleachi 2:718en de rechters moeten dan een zorgvuldig onderzoek instellen. Blijkt nu de getuige een valse getuige te zijn, en heeft hij een valse getuigenis tegen zijn broeder afgelegd,stylusDeuteronomium 13:14, Deuteronomium 17:4, Deuteronomium 13:14, Deuteronomium 17:4, Job 19:1619dan zal men hem aandoen, wat hij zijn broeder dacht te berokkenen. Zo zult gij dit kwaad uw uit midden uitroeien;stylusSpreuken 19:5, Spreuken 19:5, Spreuken 19:9, Spreuken 19:9, Daniël 6:2420de anderen zullen het horen en vrezen, en nooit meer een dergelijk kwaad in uw midden bedrijven.stylusDeuteronomium 17:13, Deuteronomium 21:21, Deuteronomium 17:13, Deuteronomium 21:21, Deuteronomium 13:1121Ge moet geen medelijden hebben: leven voor leven, oog voor oog, tand voor tand, hand voor hand, voet voor voet.stylusMattheüs 5:38, Mattheüs 5:39, Mattheüs 5:38, Mattheüs 5:39, Exodus 21:23