1Gij moogt Jahweh, uw God, geen rund of schaap offeren, dat een gebrek heeft, of waaraan iets scheelt, want dit is een gruwel voor Jahweh, uw God.stylusDeuteronomium 15:21, Deuteronomium 15:21, Deuteronomium 23:18, Maleachi 1:8, Deuteronomium 23:182Wanneer in een van uw steden, die Jahweh, uw God, u zal geven, onder u een man of een vrouw wordt gevonden, die kwaad doet in de ogen van Jahweh, uw God, en zijn Verbond overtreedt,stylusHosea 8:1, Richteren 2:20, Hosea 8:1, Richteren 2:20, Jozua 23:163die vreemde goden gaat dienen en aanbidden, zon, maan of heel het heir des hemels, wat ik u verboden heb,stylusJeremia 7:31, Jeremia 7:31, Job 31:26, Job 31:27, Jeremia 19:54dan moet ge, zodra ge bericht ervan krijgt, een zorgvuldig onderzoek instellen. En wanneer het ontwijfelbaar vaststaat, dat die gruwel in Israël is gepleegd,stylusDeuteronomium 19:18, Johannes 7:51, Deuteronomium 13:12, Deuteronomium 13:14, Deuteronomium 19:185dan moet ge dien man of die vrouw, die dat kwaad heeft bedreven, buiten de poort leiden en ze stenigen tot ze sterven.stylusLeviticus 24:14, Leviticus 24:14, Jozua 7:25, Jozua 7:25, Leviticus 24:166Op het woord van twee of drie getuigen zal de schuldige met de dood worden gestraft; maar hij mag niet worden gedood op het woord van slechts één getuige.stylusNumeri 35:30, Numeri 35:30, 1 Timotheüs 5:19, Hebreeën 10:28, Mattheüs 18:167De hand van de getuigen moet het eerst tegen hem worden geheven, om hem te doden, en daarna de hand van het hele volk. Zo zult gij dit kwaad uit uw midden uitroeien.stylusDeuteronomium 13:9, Deuteronomium 13:9, 1 Korintiërs 5:13, 1 Korintiërs 5:13, Deuteronomium 17:128Wanneer bij een moordzaak, een rechtsgeschil, een kwetsuur, of een twistgeding de uitspraak binnen uw poorten u te moeilijk valt, moet ge de zitting opheffen en naar de plaats gaan, die Jahweh, uw God, zal uitverkiezen.stylusDeuteronomium 12:5, Deuteronomium 12:5, Haggaï 2:11, Haggaï 2:11, Deuteronomium 1:179Daar moet gij u bij de levietische priesters vervoegen en bij den rechter, die er dan zetelt, en hen raadplegen; zij zullen u de beslissing geven.stylusEzechiël 44:24, Ezechiël 44:24, Haggaï 2:11, Maleachi 2:7, Haggaï 2:1110En gij moet handelen volgens de uitspraak, die zij u op de plaats, die Jahweh zal uitverkiezen, zullen geven, en u nauwgezet houden aan al wat zij voor u zullen beslissen.stylusMattheüs 22:2, Mattheüs 22:3, Mattheüs 22:2, Mattheüs 22:311Gij moet handelen naar de uiteenzetting, die zij u hebben gegeven en naar het oordeel, dat zij voor u hebben geveld, en noch ter rechter- noch ter linkerzijde afwijken van de uitspraak, die zij u hebben meegedeeld.stylusJozua 1:7, Jozua 1:7, Titus 3:1, Judas 1:8, 2 Petrus 2:1012De man, die vermetel genoeg is, niet te luisteren naar den priester, die daar staat, om Jahweh, uw God, te dienen, of naar den rechter, zal sterven. Zo zult ge dit kwaad uit Israël uitroeien;stylusNumeri 15:30, Deuteronomium 13:5, Numeri 15:30, Deuteronomium 13:5, 1 Timotheüs 5:2013want heel het volk zal het horen en vrezen, en niet meer opstandig zijn.stylusDeuteronomium 13:11, Deuteronomium 13:11, Deuteronomium 19:20, Deuteronomium 19:20, Numeri 15:3014Wanneer gij in het land zijt gekomen, dat Jahweh, uw God, u zal geven, het in bezit hebt genomen, en u daar zult hebben gevestigd, en zegt: Ik wil een koning over mij aanstellen, zoals alle volken, die mij omringen,stylus1 Samuël 8:19, 1 Samuël 8:20, 1 Samuël 8:19, 1 Samuël 8:20, Jozua 1:1315dan moogt gij slechts als koning over u aanstellen, dien Jahweh, uw God, zal uitverkiezen. Het moet iemand uit uw broeders zijn, dien gij als koning over u aanstelt; in geen geval moogt gij een buitenlander, iemand die niet tot uw broeders behoort, aan uw hoofd plaatsen.stylusJeremia 30:21, Jeremia 30:21, 1 Kronieken 22:10, 1 Kronieken 22:10, 1 Kronieken 12:2316Hij mag geen talrijke paarden gaan houden, en het volk niet naar Egypte terugvoeren om meer paarden te krijgen; want Jahweh heeft u gezegd: Nooit keert ge meer terug langs die weg!stylusJesaja 31:1, Jesaja 31:3, Jesaja 31:1, Jesaja 31:3, Deuteronomium 28:6817Ook mag hij geen talrijke vrouwen nemen, om niet afvallig te worden, en niet veel zilver en goud ophopen.stylusNehemia 13:26, Nehemia 13:26, Spreuken 30:8, Spreuken 30:9, Mattheüs 19:518En zodra hij de koningstroon heeft beklommen, moet hij zich op een boekrol een afschrift van de Wet laten maken, die bij de levietische priesters berust,stylus2 Koningen 11:12, Deuteronomium 31:9, 2 Koningen 11:12, Deuteronomium 31:9, 2 Kronieken 34:1519het bij zich houden en er iedere dag van zijn leven in lezen, om Jahweh, zijn God, te leren vrezen en alle geboden van deze Wet en deze bepalingen nauwgezet te volbrengen.stylusJozua 1:8, Jozua 1:8, Psalmen 119:97, Psalmen 119:100, Psalmen 119:9720Zo zal hij zich niet trots boven zijn broeders verheffen, noch ter rechter- of ter linkerzijde van de geboden afwijken, en lange tijd met zijn zonen zijn koningschap in Israël behouden.stylus1 Koningen 15:5, Deuteronomium 5:32, 1 Koningen 15:5, Deuteronomium 5:32, Psalmen 131:1