1Jerusalem, leg af het gewaad van uw droefheid en nood, En bekleedt u voor eeuwig met de stralende glorie van God;stylusEzechiël 19:1, Ezechiël 19:1, Jeremia 9:17, Jeremia 7:29, Jeremia 9:102Sla de mantel der gerechtigheid om, door God u geschonken, Zet op uw hoofd de gloriekrans, waarmee de Eeuwige u kroont!stylusJeremia 14:17, Jeremia 14:17, Jeremia 18:13, Jesaja 43:17, Jeremia 51:643Want God zal uw stralenkrans tonen Aan heel de aarde onder de hemel;stylusJesaja 10:22, Ezechiël 12:16, Jesaja 6:13, Romeinen 9:27, Jesaja 10:224Een naam voor eeuwig zal God u geven: “Vrede der gerechtigheid, Glorie van vroomheid!”stylus2 Kronieken 15:2, 2 Kronieken 15:2, Sefanja 2:3, Sefanja 2:3, Jeremia 29:125Op, Jerusalem, bestijg de hoogte, en blik naar het oosten: Zie uw zonen, bijeengebracht door het woord van den Heilige Van de opgang der zon tot haar ondergang, Vol vreugde, dat God ze gedenkt!stylusHosea 4:15, Hosea 4:15, Amos 4:4, Amos 8:14, Amos 4:46Waarachtig, te voet zijn ze van u heengegaan, Weggesleept door den vijand, Maar God brengt ze tot u terug, In glorie gedragen als op een koningstroon.stylusJesaja 55:6, Jesaja 55:6, Amos 5:4, Amos 5:14, Marcus 9:437Want God heeft bevolen, iedere hoge berg En eeuwige heuvelen te slechten, De dalen tot een effen bodem te vullen, Opdat Israël veilig kan gaan in de glorie van God;stylusAmos 6:12, Amos 6:12, Hosea 10:4, Ezechiël 3:20, Sefanja 1:68En de wouden en alle geurende bomen Werpen op Israël hun schaduw, naar Gods bevel!stylusAmos 4:13, Amos 4:13, Job 9:9, Job 9:9, Amos 9:69Ja, God geleidt Israël, vol vreugd door het licht van zijn glorie, Met zijn ontferming en gerechtigheid!stylusHebreeën 11:34, Micha 5:11, 2 Koningen 13:25, Jeremia 37:10, 2 Koningen 13:17