Sacrilo

enEnglishtrTürkçeesEspañolptPortuguêsfrFrançaisdeDeutschzh中文ruРусскийja日本語ko한국어viTiếng ViệtthไทยplPolskiukУкраїнськаhuMagyarcsČeštinasrСрпскиslSlovenščinasqShqiplvLatviešuetEestinlNederlandschecknbNorskdaDansksvSvenskafiSuomiitItalianoheעבריתhrHrvatskilaLatinaarالعربية

DASHBOARD

dashboardOverzichtmenu_bookLees de BijbelquizDagelijkse Quizevent_noteMijn PlannenbookmarksBladwijzers

STUDIEHULPMIDDELEN

searchZoekencompare_arrowsBijbel Vergelijking
menu_book

Baruch Hoofdstuk 1

NlCanisius1939
arrow_backVorig HoofdstukVolgend Hoofdstukarrow_forward
BARUCH

Baruch 1

1Dit is de inhoud van het boek, dat Baruk, de zoon van Neri-ja, zoon van Machseja, zoon van Sedekias, zoon van Chasadja, zoon van Chilki-ja, in Babel schreef,
Zacharia 14:5, Zacharia 14:5, 2 Kronieken 26:1, 2 Kronieken 26:23, Amos 7:14
2in het vijfde jaar, op de zevende dag van dezelfde maand, waarop de Chaldeën Jerusalem hadden ingenomen en in brand gestoken.
Joël 3:16, Joël 3:16, Jeremia 25:30, Jeremia 25:30, Amos 9:3
3Toen Baruk de inhoud van dit boek had voorgelezen ten aanhoren van Jekonias, den zoon van Jojakim en koning van Juda, en van al het volk, dat voor de lezing was samengekomen:
2 Koningen 10:32, 2 Koningen 10:33, Amos 2:6, Amos 1:9, Jesaja 8:4
4ten aanhoren van de edelen en prinsen, van de oudsten en heel het volk, klein en groot: ten aanhoren van allen, die in Babel bij de rivier Soed waren gevestigd,
Jeremia 49:27, Jeremia 49:27, 2 Koningen 13:3, Jeremia 17:27, 2 Koningen 6:24
5weenden zij, en vastten en baden tot den Heer.
2 Koningen 16:9, 2 Koningen 16:9, Amos 9:7, Amos 9:7, Jeremia 51:30
6Zij zamelden geld in, zoveel ieder kon missen,
2 Kronieken 28:18, Amos 1:11, 2 Kronieken 28:18, Amos 1:11, Obadja 1:11
7en zonden het naar Jerusalem aan den priester Jojakim, den zoon van Chilki-ja, zoon van Salom, en aan de andere priesters en heel de bevolking, die zich met hem in Jerusalem bevonden.
Jeremia 47:1, 2 Koningen 18:8, Sefanja 2:4, Jeremia 47:1, 2 Koningen 18:8
8Zij gaven het Baruk mee, die reeds op de tiende van Siwan de vaten van het huis des Heren, die uit de tempel waren geroofd, in ontvangst had genomen, om ze naar het land van Juda terug te brengen. Het waren de zilveren vaten, die Sedekias, de zoon van Josias en koning van Juda, had laten vervaardigen,
Ezechiël 25:16, Ezechiël 25:16, Jesaja 14:29, Jesaja 14:31, Jesaja 14:29
9nadat Nabukodonosor, de koning van Babel, Jekonias met de aanvoerders, bankwerkers, edelen en het gewone volk uit Jerusalem had weggevoerd, en naar Babel had overgebracht.
1 Koningen 9:11, 1 Koningen 9:14, Jesaja 23:1, Jesaja 23:18, 1 Koningen 9:11
10Zij schreven: “Hierbij zenden wij u geld; koopt voor dit geld brandoffers, zoenoffers en wierook, en richt een spijsoffer aan, om het op te dragen op het altaar van den Heer, onzen God.
Zacharia 9:4, Zacharia 9:4, Ezechiël 26:12, Amos 1:7, Amos 1:4
11Bidt ook voor het welzijn van Nabukodonosor, den koning van Babel, en van zijn zoon Baltassar, opdat hun dagen even lang mogen duren als die van de hemel boven de aarde;
Ezechiël 25:12, Ezechiël 25:14, Ezechiël 25:12, Ezechiël 25:14, 2 Kronieken 28:17
12en opdat de Heer ons kracht moge schenken en onze ogen verlichten, om in de schaduw van Nabukodonosor, den koning van Babel, en zijn zoon Baltassar te blijven leven, hun lange tijd dienstbaar te zijn, en genade in hun ogen te vinden.
Jeremia 49:7, Jeremia 49:20, Obadja 1:9, Obadja 1:10, Jeremia 49:7
13Bidt ook voor ons tot den Heer, onzen God; want wij hebben gezondigd tegen den Heer, onzen God, en de grimmige toorn des Heren is tot heden toe niet van ons afgewend.
Hosea 13:16, Ezechiël 25:2, Ezechiël 25:7, Hosea 13:16, Ezechiël 25:2
14Bovendien moet gij dit boek, dat wij u ter lezing toezenden, op feestdagen en hoogtijden in het huis des Heren hardop voorlezen.”
Deuteronomium 3:11, Jeremia 49:2, Amos 2:2, Deuteronomium 3:11, Jeremia 49:2
15De Heer, onze God, is rechtvaardig; maar wij moeten heden blozen van schaamte: wij, de mannen van Juda en de bewoners van Jerusalem,
Jeremia 49:3, Jeremia 49:3
16met onze koningen en aanvoerders, met onze priesters en profeten, evenals onze vaderen.
17Want wij hebben gezondigd tegen den Heer:
18wij bleven tegen Hem in verzet, en luisterden niet naar de stem van den Heer, onzen God, om naar de wetten des Heren te leven, die Hij ons had gegeven.
19Van de dag, dat de Heer onze vaders uit Egypteland heeft geleid, tot op de dag van vandaag, pleegden wij verzet tegen den Heer, onzen God, en waren wij lichtzinnig genoeg, om naar zijn stem niet te horen.
20Zo moest ons de ramp en vloek wel treffen, die de Heer door Moses, zijn dienaar, had laten verkonden op de dag, dat Hij onze vaders uit Egypteland leidde, om ons een land te geven, dat druipt van melk en honing, zoals het heden nog doet.
21Neen, wij luisterden niet naar de stem van den Heer, onzen God, ondanks alle vermaningen der profeten, die Hij ons heeft gezonden.
22Wij bleven allen de lusten volgen van ons verdorven hart, om vreemde goden te dienen, en kwaad te doen in de ogen des Heren.

Andere Boeken

BaruchEzechiëlDaniël+

Andere Boeken

BaruchHfst. 1
EzechiëlDaniëlHoseaJoëlAmos
Alle Boekenarrow_forward
auto_storiesSacrilo

Het Woord dichterbij brengen, vers voor vers. Ontworpen voor dagelijkse bezinning en geestelijke groei.

Sacrilo

Over onsContactBijbel App

Verbinden

© 2026 Sacrilo.

PrivacybeleidGebruiksvoorwaardenCookies
auto_stories

Latest Answers

What Is the Kingdom of God?
read_more

What Is the Kingdom of God?

What Is the Final Judgment?
read_more

What Is the Final Judgment?

What Is the Bible’s View of Love?
read_more

What Is the Bible’s View of Love?

What Is Teleology in Theology?
read_more

What Is Teleology in Theology?

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?
read_more

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?

What Is the Lord’s Supper / Communion?
read_more

What Is the Lord’s Supper / Communion?

View Allarrow_forward