1In het derde jaar der regering van Jehojakim, koning van Juda, trok Nabukodonosor, koning van Babel, tegen Jerusalem op, en belegerde het.stylusLucas 11:29, Lucas 11:30, Lucas 11:32, Lucas 11:29, Lucas 11:302De Heer leverde Jehojakim, koning van Juda, met een gedeelte der vaten van Gods huis aan hem uit. De tempelvaten bracht hij naar Sjinar over in de tempel van zijn god, en plaatste ze in de schatkamer van zijn god.stylusGenesis 10:11, Genesis 10:11, Nahum 1:1, Jesaja 58:1, Genesis 18:203Bovendien gaf de koning aan Asjpenaz, het hoofd zijner eunuchen, bevel, enige Israëlieten, die van koninklijke bloede waren of tot de adel behoorden, mee te nemen.stylusPsalmen 139:7, Psalmen 139:12, Psalmen 139:7, Psalmen 139:12, Jozua 19:464Het moesten jonge mannen zijn zonder enig lichaamsgebrek, schoon van gestalte, veelzijdig ontwikkeld, met grote kennis en verstandelijke aanleg, en geschikt om dienst te doen in het paleis van den koning. Hij moest ze onderricht geven in het schrift en de taal der Chaldeën,stylusPsalmen 107:23, Psalmen 107:31, Psalmen 107:23, Psalmen 107:31, Mattheüs 8:245terwijl de koning zelf hun dagelijks voedsel bepaalde van de spijzen der koninklijke tafel en van de wijn uit zijn eigen kelder. Zo moesten ze drie jaar lang worden opgeleid, om dan in dienst van den koning te treden.stylusHandelingen 27:18, Handelingen 27:19, Handelingen 27:18, Handelingen 27:19, 1 Koningen 18:266Onder hen bevonden zich ook de Judeërs Daniël, Chananja, Misjaël en Azarja;stylusJona 3:9, Jona 3:9, 2 Samuël 12:22, 2 Samuël 12:22, Psalmen 107:287maar het hoofd der eunuchen gaf hun andere namen: Beltsjassar aan Daniël, Sjadrak aan Chananja, Mesjak aan Misjaël, en Abed-Nego aan Azarja.stylusSpreuken 16:33, Spreuken 16:33, Jozua 7:13, Jozua 7:18, Jozua 7:138Maar Daniël had het vaste voornemen gemaakt, zich niet te verontreinigen met de spijzen der koninklijke tafel en met de wijn uit diens kelder; daarom vroeg hij het hoofd der eunuchen verlof, zich van onreine spijzen te mogen onthouden.stylusGenesis 47:3, Genesis 47:3, 1 Samuël 30:13, 1 Samuël 30:13, Jozua 7:199Maar ofschoon God Daniël gunst en medelijden bij het hoofd der eunuchen had doen vinden,stylusPsalmen 146:5, Psalmen 146:6, Psalmen 146:5, Psalmen 146:6, Psalmen 95:510zei toch het hoofd der eunuchen tot Daniël: Ik ben bang, dat mijn koninklijke meester, die zelf uw spijs en drank heeft bepaald, uw voorkomen minder gunstig zal vinden dan van de andere knapen van uw jaren, en dat ik dan door uw schuld mijn hoofd bij den koning verbeur.stylusJona 1:3, Jona 1:3, Job 27:22, Job 27:22, 2 Samuël 24:311Nu deed Daniël een poging bij den kamerheer, aan wiens zorg het hoofd der eunuchen Daniël, Chananja, Misjaël en Azarja had toevertrouwd:stylusMicha 6:6, Micha 6:7, 2 Samuël 21:1, 2 Samuël 21:6, 1 Samuël 6:212Neem eens een proef met uw dienaren tien dagen lang, en laat ons enkel groenten eten en water drinken.stylus2 Samuël 24:17, 2 Samuël 24:17, 1 Kronieken 21:17, Jozua 7:12, 1 Kronieken 21:1713Vergelijk dan ons voorkomen met dat van de knapen, die van de koninklijke dis hebben gegeten; en handel dan met uw dienaren naar uw bevinding.stylusSpreuken 21:30, Spreuken 21:30, Job 34:29, Job 34:2914Hij was hun terwille, en nam met hen een proef van tien dagen.stylusPsalmen 115:3, Psalmen 115:3, Psalmen 135:6, Psalmen 135:6, Deuteronomium 21:815En na verloop van tien dagen zagen zij er beter en welvarender uit dan al de andere knapen, die van de koninklijke dis hadden gegeten.stylusPsalmen 107:29, Lucas 8:24, Psalmen 107:29, Lucas 8:24, Psalmen 89:916Toen nam de kamerheer de spijzen en de wijn, die ze moesten gebruiken, weg, en gaf hun groenten.stylusGenesis 8:20, Psalmen 50:14, Psalmen 116:14, Daniël 6:26, Psalmen 107:2217Daarom schonk God, behalve wijsheid, die vier jonge mannen begrip en kennis van allerlei schrift, en aan Daniël bovendien inzicht in alle visioenen en dromen.stylusMattheüs 12:40, Mattheüs 12:40, Lucas 11:30, Lucas 11:30, Mattheüs 16:418Toen dan ook de tijd was verstreken, waarop zij op bevel van den koning vóór hem moesten worden gebracht, en de overste der eunuchen ze aan Nabukodonosor had voorgesteld,stylus19onderhield zich de koning met hen; en het bleek, dat niemand van hen allen zich met Daniël, Chananja, Misjaël en Azarja kon meten. Zo traden zij in dienst van den koning,stylus20en in iedere zaak, waarbij het aankwam op wijsheid en inzicht, bemerkte de koning, zo dikwijls hij hen ondervroeg, dat zij tienmaal bekwamer waren dan alle zieners en waarzeggers in heel zijn rijk.stylus21Daniël bleef daar tot het eerste jaar van koning Cyrus.stylus