1Daarna sprak de Heere tot Mozes, zeggende:stylus2Spreek tot Aäron en tot zijn zonen, dat zij zich van de heilige dingen der kinderen Israëls, die zij Mij heiligen, afzonderen, opdat zij de Naam Mijner heiligheid niet ontheiligen; Ik ben de Heere!stylusDeuteronomium 15:19, Leviticus 18:21, Deuteronomium 15:19, Leviticus 18:21, Exodus 13:123Zeg tot hen: Alle man onder uw geslachten, die uit uw ganse zaad tot de heilige dingen, die de kinderen Israëls den Heere heiligen, naderen zal, als zijn onreinigheid op hem is; diezelve mens zal van voor Mijn aangezicht uitgeroeid worden; Ik ben de Heere!stylusLeviticus 7:20, Leviticus 7:21, Leviticus 7:20, Leviticus 7:21, 2 Tessalonicenzen 1:94Niemand van het zaad van Aäron, die melaats is, of een vloed heeft, zal van die heilige dingen eten, totdat hij rein is; mitsgaders die iets aanroert, dat onrein is van een dood lichaam, of iemand, wien het zaad der bijligging ontgaat.stylusLeviticus 15:2, Leviticus 15:3, Leviticus 11:39, Leviticus 15:13, Leviticus 15:165Of zo wie aangeroerd zal hebben enig kruipend gedierte, waarvan hij onrein is, of een mens, waarvan hij onrein is, naar al zijn onreinigheid;stylusLeviticus 11:43, Leviticus 11:44, Leviticus 15:7, Leviticus 11:43, Leviticus 11:446De mens, die dat aangeroerd zal hebben, zal onrein zijn tot aan den avond, en hij zal van die heilige dingen niet eten, maar zal zijn vlees met water baden.stylusLeviticus 15:5, Hebreeën 10:22, Leviticus 15:5, Hebreeën 10:22, Leviticus 16:247Als de zon zal ondergegaan zijn, dan zal hij rein zijn; en daarna zal hij van die heilige dingen eten; want dat is zijn spijze.stylusLeviticus 21:22, Leviticus 21:22, Deuteronomium 18:3, Deuteronomium 18:4, 1 Korintiërs 9:138Het dode aas, en het verscheurde zal hij niet eten, om daarmede onrein te worden; Ik ben de Heere!stylusLeviticus 17:15, Leviticus 17:15, Exodus 22:31, Exodus 22:31, Leviticus 7:249Zij zullen dan Mijn bevel onderhouden, opdat zij geen zonde daarover dragen en daarin sterven, als zij die ontheiligd zouden hebben; Ik ben de Heere, die hen heilige!stylusExodus 28:43, Exodus 28:43, Numeri 18:22, Numeri 18:32, Numeri 18:2210Ook zal geen vreemde het heilige eten; een bijwoner des priesters, en een dagloner, zullen het heilige niet eten.stylus1 Samuël 21:6, Mattheüs 12:4, 1 Samuël 21:6, Mattheüs 12:4, Exodus 29:3311Wanneer dan nog de priester een ziel met zijn geld zal gekocht hebben, die zal daarvan eten; en de ingeborene van zijn huis, die zullen van zijn spijze eten.stylusGenesis 17:13, Genesis 17:13, Exodus 12:44, Numeri 18:11, Numeri 18:1312Maar als des priesters dochter een vreemden man zal toebehoren, zij zal van het hefoffer der heilige dingen niet eten.stylusJesaja 40:13, Leviticus 21:3, Jesaja 40:13, Leviticus 21:313Doch als des priesters dochter een weduwe of een verstotene zal zijn, en geen zaad hebben, en tot haars vaders huis, als in haar jonkheid, zal wedergekeerd zijn, zo zal zij van de spijze haars vaders eten; maar geen vreemde zal daarvan eten.stylusGenesis 38:11, Leviticus 10:14, Genesis 38:11, Leviticus 10:14, Numeri 18:1114En wanneer iemand het heilige door dwaling zal gegeten hebben, zo zal hij deszelfs vijfde deel daarboven toedoen, en zal het den priester met het heilige wedergeven.stylusLeviticus 27:15, Leviticus 27:13, Leviticus 27:15, Leviticus 27:13, Leviticus 5:1515Zo zullen zij niet ontheiligen de heilige dingen der kinderen Israëls, die zij den Heere zullen gegeven hebben;stylusNumeri 18:32, Numeri 18:32, Leviticus 19:8, Leviticus 19:8, Ezechiël 22:2616En hen doen dragen de ongerechtigheid der schuld, als zij hun heilige dingen zouden eten; want Ik ben de Heere, Die hen heilige!stylusLeviticus 22:9, Leviticus 22:9, 1 Petrus 2:24, 1 Petrus 2:24, Psalmen 38:417Verder sprak de Heere tot Mozes, zeggende:stylus18Spreek tot Aäron, en tot zijn zonen, en tot al de kinderen Israëls, en zeg tot hen: Zo wie uit het huis van Israël, en uit de vreemdelingen in Israël is, die zijn offerande zal offeren naar al hun geloften, en naar al hun vrijwillige offeren, die zij den Heere ten brandoffer zullen offeren;stylusNumeri 15:3, Leviticus 1:2, Deuteronomium 12:6, Numeri 15:3, Leviticus 1:219Het zal naar uw welgevallen zijn, een volkomen mannetje, van de runderen, van de lammeren, of van de geiten.stylusLeviticus 1:10, Leviticus 1:3, Leviticus 1:10, Leviticus 1:3, Mattheüs 27:2420Gij zult niet offeren iets, waarin een gebrek is; want het zou niet aangenaam zijn voor u.stylusDeuteronomium 17:1, Deuteronomium 17:1, Maleachi 1:8, Deuteronomium 15:21, Maleachi 1:821En als iemand een dankoffer den Heere zal offeren, uitzonderende van de runderen of van de schapen een gelofte, of vrijwillig offer, het zal volkomen zijn, opdat het aangenaam zij; geen gebrek zal daarin zijn.stylusNumeri 15:3, Numeri 15:8, Numeri 15:3, Numeri 15:8, Leviticus 3:622Het blinde, of gebrokene, of verlamde, of wratte, of droge schurftheid, of etterige schurftheid hebbende, deze zult gij den Heere niet offeren, en daarvan zult gij den Heere geen vuuroffer op het altaar geven.stylusLeviticus 22:20, Leviticus 22:20, Leviticus 3:5, Leviticus 1:13, Maleachi 1:823Doch een os, of klein vee, te lang of te verkrompen in leden, die zult gij tot een vrijwillig offer bereiden; doch tot een gelofte zou het niet aangenaam zijn.stylusLeviticus 21:18, Leviticus 21:1824Het gedrukte, of gestotene, of gescheurde, of gesnedene, zult gij den Heere niet offeren; dat zult gij in uw land niet doen.stylusLeviticus 22:20, Leviticus 22:20, Leviticus 21:20, Deuteronomium 23:1, Leviticus 21:2025Gij zult ook uit de hand des vreemden van al deze dingen uw God geen spijs offeren; want hun verdorvenheid is in hen, in dezelve is gebrek, zij zouden niet aangenaam zijn voor u.stylusLeviticus 21:6, Leviticus 21:8, Leviticus 21:6, Leviticus 21:8, Ezra 6:826Wijders sprak de Heere tot Mozes, zeggende:stylus27Wanneer een os, of lam, of geit zal geboren zijn, zo zal die zeven dagen onder zijn moeder zijn; daarna, van den achtsten dag en daarover, zal hij aangenaam zijn tot offerande des vuuroffers den Heere.stylusExodus 22:30, Exodus 22:30, Leviticus 12:2, Leviticus 12:3, Leviticus 22:2528Gij zult ook een os, of klein vee, hem en zijn jong, op een dag niet slachten.stylusDeuteronomium 22:6, Deuteronomium 22:7, Deuteronomium 22:6, Deuteronomium 22:7, Deuteronomium 14:2129En als gij een lofoffer den Heere zult slachten, naar uw wil zult gij het slachten.stylusPsalmen 107:22, Psalmen 116:17, Psalmen 107:22, Psalmen 116:17, Amos 4:530Het zal op denzelfden dag gegeten worden; gij zult daarvan niet overlaten tot op den morgen; Ik ben de Heere!stylusLeviticus 19:7, Exodus 16:19, Exodus 16:20, Leviticus 7:15, Leviticus 7:1831Daarom zult gij Mijn geboden houden, en dezelve doen; Ik ben de Heere!stylusDeuteronomium 4:40, Deuteronomium 4:40, Leviticus 19:37, Numeri 15:40, Leviticus 19:3732En gij zult Mijn heiligen Naam niet ontheiligen, opdat Ik in het midden der kinderen Israëls geheiligd worde; Ik ben de Heere, die u heilige!stylusLeviticus 18:21, Lucas 11:2, Leviticus 18:21, Lucas 11:2, Mattheüs 6:933Die u uit Egypteland uitgevoerd heb, opdat Ik u tot een God zij; Ik ben de Heere!stylusLeviticus 11:45, Leviticus 11:45, Exodus 6:7, Exodus 6:7, Numeri 15:41