20
Ge moogt niets offeren, wat enig gebrek heeft; want het zou u niet ten goede komen.
compare_arrows
Vergelijk Vertalingen
Statenvertaling (Apocriefe)
DutSVVAGij zult niet offeren iets, waarin een gebrek is; want het zou niet aangenaam zijn voor u.
Canisius 1939Primary
NlCanisius1939Ge moogt niets offeren, wat enig gebrek heeft; want het zou u niet ten goede komen.





