1En Adam bekende Heva, zijn huisvrouw, en zij werd zwanger, en baarde, Kaïn, en zeide: Ik heb een man van den Heere verkregen!stylus1 Johannes 3:12, 1 Johannes 3:12, Genesis 3:15, Genesis 3:15, Genesis 4:252En zij voer voort te baren zijn broeder Habel; en Habel werd een schaapherder, en Kaïn werd een landbouwer.stylus1 Johannes 3:12, 1 Johannes 3:15, 1 Johannes 3:12, 1 Johannes 3:15, Lucas 11:513En het geschiedde ten einde van enige dagen, dat Kaïn van de vrucht des lands den Heere offer bracht.stylusNumeri 18:12, Numeri 18:12, Leviticus 2:1, Leviticus 2:11, Leviticus 2:14En Habel bracht ook van de eerstgeborenen zijner schapen, en van hun vet. En de Heere zag Habel en zijn offer aan;stylusHebreeën 11:4, Hebreeën 11:4, Spreuken 3:9, Spreuken 3:9, Exodus 13:125Maar Kaïn en zijn offer zag Hij niet aan. Toen ontstak Kaïn zeer, en zijn aangezicht verviel.stylusHebreeën 11:4, Hebreeën 11:4, Job 5:2, Job 5:2, Lucas 15:286En de Heere zeide tot Kaïn: Waarom zijt gij ontstoken, en waarom is uw aangezicht vervallen?stylusJesaja 1:18, Jesaja 1:18, Job 5:2, Job 5:2, Lucas 15:317Is er niet, indien gij weldoet, verhoging? en zo gij niet weldoet, de zonde ligt aan de deur. Zijn begeerte is toch tot u, en gij zult over hem heersen.stylusJakobus 1:15, Jakobus 1:15, Romeinen 2:6, Romeinen 2:10, Romeinen 2:68En Kaïn sprak met zijn broeder Habel; en het geschiedde, als zij in het veld waren, dat Kaïn tegen zijn broeder Habel opstond, en sloeg hem dood.stylus1 Johannes 3:12, 1 Johannes 3:15, Mattheüs 23:35, Judas 1:11, 1 Johannes 3:129En de Heere zeide tot Kaïn: Waar is Habel, uw broeder? En hij zeide: Ik weet het niet; ben ik mijns broeders hoeder?stylusSpreuken 28:13, Spreuken 28:13, Johannes 8:44, Johannes 8:44, Psalmen 9:1210En Hij zeide: Wat hebt gij gedaan? daar is een stem des bloeds van uw broeder, dat tot Mij roept van den aardbodem.stylusHebreeën 12:24, Hebreeën 12:24, Hebreeën 11:4, Hebreeën 11:4, Psalmen 72:1411En nu zijt gij vervloekt van den aardbodem, die zijn mond heeft opengedaan, om uws broeders bloed van uw hand te ontvangen.stylusJob 16:18, Galaten 3:10, Job 16:18, Galaten 3:10, Genesis 3:1412Als gij den aardbodem bouwen zult, hij zal u zijn vermogen niet meer geven; gij zult zwervende en dolende zijn op aarde.stylusHosea 9:17, Hosea 9:17, Leviticus 26:36, Leviticus 26:20, Leviticus 26:3613En Kaïn zeide tot den Heere: Mijn misdaad is groter, dan dat zij vergeven worde.stylusJob 15:22, Job 15:22, Openbaring 16:9, Openbaring 16:9, Openbaring 16:1114Zie, Gij hebt mij heden verdreven van den aardbodem, en ik zal voor Uw aangezicht verborgen zijn; en ik zal zwervende en dolende zijn op de aarde, en het zal geschieden, dat al wie mij vindt, mij zal doodslaan.stylusNumeri 35:19, Numeri 35:19, Job 15:20, Job 15:24, Psalmen 143:715Doch de Heere zeide tot hem: Daarom, al wie Kaïn doodslaat, zal zevenvoudig gewroken worden! En de Heere stelde een teken aan Kaïn; opdat hem niet versloeg al wie hem vond.stylusEzechiël 9:4, Ezechiël 9:4, Psalmen 79:12, Psalmen 79:12, Genesis 4:2416En Kaïn ging uit van het aangezicht des Heeren; en hij woonde in het land Nod, ten oosten van Eden.stylusJob 2:7, 2 Koningen 24:20, Genesis 3:8, Exodus 20:18, Genesis 4:1417En Kaïn bekende zijn huisvrouw, en zij werd bevrucht en baarde Henoch; en hij bouwde een stad, en noemde den naam dier stad naar den naam zijns zoons, Henoch.stylusPsalmen 49:11, Psalmen 49:11, Daniël 4:30, Prediker 2:4, Prediker 2:1118En aan Henoch werd Hirad geboren; en Hirad gewon Mechujael; en Mechujael gewon Methusael; en Methusael gewon Lamech.stylusGenesis 5:21, Genesis 36:2, Genesis 5:21, Genesis 36:219En Lamech nam zich twee vrouwen; de naam van de eerste was Ada, en de naam van de andere Zilla.stylusGenesis 2:24, Genesis 2:24, Genesis 2:18, Mattheüs 19:4, Mattheüs 19:620En Ada baarde Jabal; deze is geweest een vader dergenen, die tenten bewoonden, en vee hadden.stylusGenesis 25:27, Jeremia 35:9, Jeremia 35:10, Genesis 4:2, 1 Kronieken 4:421En de naam zijns broeders was Jubal; deze was de vader van allen, die harpen en orgelen handelen.stylusRomeinen 4:11, Romeinen 4:12, Genesis 31:27, Job 21:12, Jesaja 5:1222En Zilla baarde ook, Tubal-kaïn, een leermeester van allen werker in koper en ijzer; en de zuster van Tubal-kaïn was Naema.stylus2 Kronieken 2:7, Numeri 31:22, Deuteronomium 33:25, Exodus 25:3, Deuteronomium 8:923En Lamech zeide tot zijn vrouwen Ada en Zilla: Hoort mijn stem, gij vrouwen van Lamech! neemt ter ore mijn rede! Voorwaar, ik sloeg wel een man dood, om mijn wonde, en een jongeling, om mijn buile!stylusLeviticus 19:18, Numeri 23:18, Exodus 20:13, Leviticus 19:18, Numeri 23:1824Want Kaïn zal zevenvoudig gewroken worden, maar Lamech zeventigmaal zevenmaal.stylusMattheüs 18:22, Mattheüs 18:22, Genesis 4:15, Genesis 4:1525En Adam bekende wederom zijn huisvrouw, en zij baarde een zoon, en zij noemde zijn naam Seth; want God heeft mij, sprak zij, een ander zaad gezet voor Habel; want Kaïn heeft hem doodgeslagen.stylusGenesis 4:8, Genesis 4:8, Genesis 5:3, Genesis 5:4, 1 Kronieken 1:126En denzelven Seth werd ook een zoon geboren, en hij noemde zijn naam Enos. Toen begon men den Naam des Heeren aan te roepen.stylusPsalmen 116:17, Psalmen 116:17, 1 Koningen 18:24, 1 Koningen 18:24, Joël 2:32