Sacrilo

enEnglishtrTürkçeesEspañolptPortuguêsfrFrançaisdeDeutschzh中文ruРусскийja日本語ko한국어viTiếng ViệtthไทยplPolskiukУкраїнськаhuMagyarcsČeštinasrСрпскиslSlovenščinasqShqiplvLatviešuetEestinlNederlandschecknbNorskdaDansksvSvenskafiSuomiitItalianoheעבריתhrHrvatskilaLatinaarالعربية

DASHBOARD

dashboardOverzichtmenu_bookLees de BijbelquizDagelijkse Quizevent_noteMijn PlannenbookmarksBladwijzers

STUDIEHULPMIDDELEN

searchZoekencompare_arrowsBijbel Vergelijking
menu_book

Genesis Hoofdstuk 31

DutSVVA
arrow_backVorig HoofdstukVolgend Hoofdstukarrow_forward
GENESIS

Genesis 31

1Toen hoorde hij de woorden der zonen van Laban, zeggende: Jakob heeft genomen alles, wat onzes vaders was, en van hetgeen, dat onzes vaders was, heeft hij al deze heerlijkheid gemaakt.
Prediker 4:4, Prediker 4:4, Spreuken 27:4, Jeremia 9:23, Job 31:31
2Jakob zag ook het aangezicht van Laban aan, en ziet, het was jegens hem niet als gisteren en eergisteren.
Daniël 3:19, Daniël 3:19, 1 Samuël 18:9, 1 Samuël 18:11, Genesis 4:5
3En de Heere zeide tot Jakob: Keer weder tot het land uwer vaderen, en tot uw maagschap, en Ik zal met u zijn.
Genesis 28:15, Genesis 28:15, Genesis 32:9, Genesis 32:9, Jesaja 41:10
4Toen zond Jakob heen, en riep Rachel en Lea, op het veld tot zijn kudde;
5En hij zeide tot haar: Ik zie het aangezicht uws vaders, dat het jegens mij niet is als gisteren en eergisteren; doch de God mijns vaders is bij mij geweest.
Genesis 31:2, Genesis 31:3, Genesis 31:2, Genesis 31:3, Genesis 31:42
6En gijlieden weet, dat ik met al mijn macht uw vader gediend heb.
Genesis 30:29, Genesis 30:29, Kolossenzen 3:22, Kolossenzen 3:25, Genesis 31:38
7Maar uw vader heeft bedriegelijk met mij gehandeld, en heeft mijn loon tien malen veranderd; doch God heeft hem niet toegelaten, om mij kwaad te doen.
Genesis 31:41, Genesis 31:29, Genesis 31:41, Genesis 31:29, Zacharia 8:23
8Wanneer hij aldus zeide: De gespikkelde zullen uw loon zijn, zo lammerden al de kudden gespikkelde; en wanneer hij alzo zeide: De gesprenkelde zullen uw loon zijn, zo lammerden al de kudden gesprenkelde.
Genesis 30:32, Genesis 30:32
9Alzo heeft God uw vader het vee ontrukt, en aan mij gegeven.
Genesis 31:1, Genesis 31:1, Genesis 31:16, Genesis 31:16, Esther 8:1
10En het geschiedde ten tijde, als de kudde hittig werd, dat ik mijn ogen ophief, en ik zag in den droom; en ziet, de bokken, die de kudden beklommen, waren gesprenkeld, gespikkeld, en hagelvlakkig.
Deuteronomium 13:1, Deuteronomium 13:1, Genesis 31:24, Genesis 20:6, Numeri 12:6
11En de Engel Gods zeide tot mij in den droom: Jakob! En ik zeide: Zie, hier ben ik!
Genesis 31:13, Jesaja 58:9, Genesis 31:13, Jesaja 58:9, Genesis 18:17
12En Hij zeide: Hef toch uw ogen op, en zie! alle bokken, die de kudde beklimmen, zijn gesprenkeld, gespikkeld, en hagelvlakkig; want Ik heb gezien alles, wat Laban u doet.
Exodus 3:7, Exodus 3:7, Genesis 31:42, Deuteronomium 24:15, Genesis 31:42
13Ik ben die God van Beth-el, alwaar gij het opgerichte teken gezalfd hebt, waar gij Mij een gelofte beloofd hebt; nu, maak u op, vertrek uit dit land, en keer weder in het land uwer maagschap.
Genesis 31:3, Genesis 31:3, Genesis 32:9, Genesis 32:9, Genesis 28:12
14Toen antwoordden Rachel en Lea, en zeiden tot hem: Is er nog voor ons een deel of erfenis, in het huis onzes vaders?
Genesis 2:24, Ruth 4:11, Genesis 2:24, Ruth 4:11, Genesis 29:29
15Zijn wij niet vreemden van hem geacht? Want hij heeft ons verkocht, en hij heeft ook steeds ons geld verteerd.
Genesis 29:15, Genesis 29:20, Genesis 29:15, Genesis 29:20, Genesis 29:27
16Want al de rijkdom, welke God onzen vader heeft ontrukt, die is onze, en van onze zonen; nu dan, doe alles, wat God tot u gezegd heeft.
Genesis 31:9, Psalmen 45:10, Genesis 30:35, Genesis 31:1, Genesis 31:9
17Toen maakte zich Jakob op, en laadde zijn zonen en zijn vrouwen op kemelen.
1 Samuël 30:17, Genesis 24:61, Genesis 24:10, 1 Samuël 30:17, Genesis 24:61
18En hij voerde al zijn vee weg, en al zijn have, die hij gewonnen had, het vee, dat hij bezat, hetwelk hij in Paddan-aram geworven had, om te komen tot Izak, zijn vader, naar het land Kanaän.
Genesis 28:21, Genesis 27:1, Genesis 27:2, Genesis 27:41, Genesis 35:27
19Laban nu was gegaan, om zijn schapen te scheren; zo stal Rachel de terafim, die haar vader had.
1 Samuël 19:13, 1 Samuël 19:13, Genesis 31:30, Hosea 3:4, Genesis 31:30
20En Jakob ontstal zich aan het hart van Laban, den Syriër, overmits hij hem niet te kennen gaf, dat hij vlood.
21En hij vlood, en al wat het zijne was, en hij maakte zich op, en voer over de rivier, en hij zette zijn aangezicht naar het gebergte Gilead.
2 Koningen 12:17, 2 Koningen 12:17, Genesis 31:23, Lucas 9:51, Lucas 9:53
22En ten derden dage werd aan Laban geboodschapt, dat Jakob gevloden was.
Exodus 14:5, Exodus 14:31, Job 5:12, Job 5:13, Genesis 30:36
23Toen nam hij zijn broeders met zich, en jaagde hem achterna, een weg van zeven dagen, en hij kreeg hem op het gebergte van Gilead.
Exodus 2:11, Genesis 13:8, Exodus 2:13, Genesis 24:27, Exodus 2:11
24Doch God kwam tot Laban, den Syriër, in een droom des nachts, en Hij zeide tot hem: Wacht u, dat gij met Jakob spreekt, noch goed, noch kwaad.
Genesis 24:50, Genesis 24:50, Genesis 20:3, Genesis 20:3, Genesis 31:29
25En Laban achterhaalde Jakob; Jakob nu had zijn tent geslagen op dat gebergte; ook sloeg Laban met zijn broederen de zijne op het gebergte van Gilead.
Hebreeën 11:9, Genesis 12:8, Genesis 33:18, Hebreeën 11:9, Genesis 12:8
26Toen zeide Laban tot Jakob: Wat hebt gij gedaan, dat gij u aan mijn hart ontstolen hebt, en mijn dochteren ontvoerd hebt, als gevangenen met het zwaard?
1 Samuël 30:2, 1 Samuël 30:2, Genesis 12:18, Genesis 20:9, Genesis 20:10
27Waarom zijt gij heimelijk gevloden, en hebt u aan mij ontstolen? en hebt het mij niet aangezegd, dat ik u geleid had met vreugde, en met gezangen, met trommel en met harp?
Exodus 15:20, Exodus 15:20, Richteren 6:27, Genesis 31:3, Genesis 31:5
28Ook hebt gij mij niet toegelaten mijn zonen en mijn dochteren te kussen; nu, gij hebt dwaselijk gedaan zo doende.
Genesis 31:55, Genesis 31:55, Ruth 1:14, Handelingen 20:37, 1 Koningen 19:20
29Het ware in de macht mijner hand aan ulieden kwaad te doen; maar de God van ulieder vader heeft tot mij gisteren nacht gesproken, zeggende: Wacht u, van met Jakob te spreken, of goed, of kwaad.
Genesis 31:53, Genesis 31:42, Genesis 31:53, Genesis 31:42, Genesis 31:24
30En nu, gij hebt immers willen vertrekken, omdat gij zo zeer begerig waart naar uws vaders huis; waarom hebt gij mijn goden gestolen?
Genesis 31:19, Richteren 18:24, Genesis 31:19, Richteren 18:24, Jeremia 10:11
31Toen antwoordde Jakob, en zeide tot Laban: Omdat ik vreesde; want ik zeide: Opdat gij niet misschien uw dochteren mij ontweldigdet!
Spreuken 29:25, Spreuken 29:25, Genesis 31:26, Genesis 31:27, Genesis 20:11
32Bij wien gij uw goden vinden zult, laat hem niet leven! Onderken gij voor onze broederen, wat bij mij is, en neem het tot u. Want Jakob wist niet, dat Rachel dezelve gestolen had.
Genesis 31:23, 1 Samuël 12:3, 1 Samuël 12:5, Genesis 31:30, Genesis 31:19
33Toen ging Laban in de tent van Jakob, en in de tent van Lea, en in de tent van de beide dienstmaagden, en hij vond niets; en als hij uit de tent van Lea gegaan was, kwam hij in de tent van Rachel.
Genesis 24:28, Genesis 24:67, Genesis 24:28, Genesis 24:67
34Maar Rachel had de terafim genomen, en zij had die in een kemels zadeltuig gelegd, en zij zat op dezelve. En Laban betastte die ganse tent, en hij vond niets.
Genesis 31:17, Genesis 31:19, Genesis 31:17, Genesis 31:19
35En zij zeide tot haar vader: Dat de toorn niet ontsteke in mijns heren ogen, omdat ik voor uw aangezicht niet kan opstaan; want het gaat mij naar der vrouwen wijze; en hij doorzocht; maar hij vond de terafim niet.
Leviticus 19:32, Leviticus 19:32, Exodus 20:12, Exodus 20:12, Leviticus 19:3
36Toen ontstak Jakob, en twistte met Laban; en Jakob antwoordde en zeide tot Laban: Wat is mijn overtreding, wat is mijn zonde, dat gij mij zo hittiglijk hebt nagejaagd?
Efeziërs 4:26, Efeziërs 4:26, Genesis 49:7, 2 Koningen 5:11, 2 Koningen 13:19
37Als gij al mijn huisraad betast hebt, wat hebt gij gevonden van al het huisraad uws huizes! Leg het hier voor mijn broederen en uw broederen, en laat hen richten tussen ons beiden.
1 Petrus 2:12, Hebreeën 13:18, Mattheüs 18:16, 1 Petrus 3:16, 1 Korintiërs 6:4
38Deze twintig jaren ben ik bij u geweest; uw ooien en uw geiten hebben niet misdragen, en de rammen uwer kudde heb ik niet gegeten.
Genesis 30:27, Ezechiël 34:2, Ezechiël 34:4, Genesis 30:30, Deuteronomium 28:4
39Het verscheurde heb ik tot u niet gebracht; ik heb het geboet; gij hebt het van mijn hand geëist, het ware des daags gestolen, of des nachts gestolen.
Lucas 2:8, Exodus 22:31, 1 Samuël 17:34, 1 Samuël 17:35, Exodus 22:10
40Ik ben geweest, dat mij bij dag de hitte verteerde, en bij nacht de vorst, en dat mijn slaap van mijn ogen week.
1 Petrus 5:2, 1 Petrus 5:4, Hebreeën 13:7, Johannes 21:15, Johannes 21:17
41Ik ben nu twintig jaren in uw huis geweest; ik heb u veertien jaren gediend om uw beide dochteren, en zes jaren om uw kudde; en gij hebt mijn loon tien malen veranderd.
Genesis 31:7, Genesis 31:7, 1 Korintiërs 15:10, Genesis 29:18, Genesis 29:30
42Ten ware de God van mijn vader, de God van Abraham, en de Vreze van Izak, bij mij geweest was, zekerlijk, gij zoudt mij nu ledig weggezonden hebben! God heeft mijn ellende, en den arbeid mijner handen aangezien, en heeft u gisteren nacht bestraft.
Psalmen 31:7, Psalmen 31:7, Genesis 31:29, Genesis 31:53, Genesis 31:29
43Toen antwoordde Laban en zeide tot Jakob: Deze dochters zijn mijn dochters, en deze zonen zijn mijn zonen, en deze kudde is mijn kudde, ja, al wat gij ziet, dat is mijn; en wat zoude ik aan deze mijn dochteren heden doen? of aan haar zonen, die zij gebaard hebben?
44Nu dan, kom, laat ons een verbond maken, ik en gij, dat het tot een getuigenis zij tussen mij en tussen u!
Jozua 24:25, Jozua 24:27, Jozua 22:27, Genesis 31:48, 1 Samuël 20:14
45Toen nam Jakob een steen, en hij verhoogde dien tot een opgericht teken.
Genesis 28:18, Genesis 28:22, Genesis 28:18, Genesis 28:22
46En Jakob zeide tot zijn broederen: Vergadert stenen! En zij namen stenen, en maakten een hoop; en zij aten aldaar op dien hoop.
Prediker 3:5, Prediker 3:5, Jozua 7:26, Jozua 4:5, Jozua 4:9
47En Laban noemde hem Jegar-sahadutha; maar Jakob noemde denzelven Gilead.
Hebreeën 12:1, Hebreeën 12:1
48Toen zeide Laban: Deze hoop zij heden een getuige tussen mij en tussen u! Daarom noemde men zijn naam Gilead,
Jozua 24:27, Jozua 24:27, Jozua 13:8, Jozua 13:9, Deuteronomium 2:36
49En Mizpa; omdat hij zeide: Dat de Heere opzicht neme tussen mij en tussen u, wanneer wij de een van den ander zullen verborgen zijn!
Richteren 11:29, Richteren 11:29, Richteren 10:17, Richteren 10:17, 1 Samuël 7:5
50Zo gij mijn dochteren beledigt, en zo gij vrouwen neemt boven mijn dochteren, niemand is bij ons; zie toe, God zal getuige zijn tussen mij en tussen u!
Jeremia 42:5, Jeremia 42:5, Jeremia 29:23, Jeremia 29:23, Micha 1:2
51Laban zeide voorts tot Jakob: Zie, daar is deze zelfde hoop, en zie, daar is dit opgericht teken, hetwelk ik opgeworpen heb tussen mij en tussen u;
52Deze zelfde hoop zij getuige, en dit opgericht teken zij getuige, dat ik tot u voorbij dezen hoop niet komen zal, en dat gij tot mij, voorbij dezen hoop en dit opgericht teken, niet komen zult ten kwade!
Genesis 31:48, Genesis 31:48, Genesis 31:44, Genesis 31:45, Genesis 31:44
53De God van Abraham, en de God van Nahor, de God huns vaders richte tussen ons! En Jakob zwoer bij de Vreze zijn vaders Izaks.
Genesis 31:42, Genesis 31:42, Genesis 16:5, Genesis 16:5, Jozua 24:2
54Toen slachtte Jakob een slachting op dat gebergte, en hij nodigde zijn broederen, om brood te eten; en zij aten brood, en vernachtten op dat gebergte.
Exodus 18:12, Exodus 18:12, Genesis 37:25, 2 Samuël 3:20, 2 Samuël 3:21
55En Laban stond des morgens vroeg op, en kuste zijn zonen, en zijn dochteren, en zegende hen; en Laban trok heen, en keerde weder tot zijn plaats.
Genesis 31:28, Genesis 31:28, Genesis 18:33, Genesis 30:25, Genesis 18:33

Andere Boeken

GenesisExodusLeviticus+

Andere Boeken

GenesisHfst. 31
ExodusLeviticusNumeriDeuteronomiumJozua
Alle Boekenarrow_forward
auto_storiesSacrilo

Het Woord dichterbij brengen, vers voor vers. Ontworpen voor dagelijkse bezinning en geestelijke groei.

Sacrilo

Over onsContactBijbel App

Verbinden

© 2026 Sacrilo.

PrivacybeleidGebruiksvoorwaardenCookies
auto_stories

Latest Answers

What Is the Kingdom of God?
read_more

What Is the Kingdom of God?

What Is the Final Judgment?
read_more

What Is the Final Judgment?

What Is the Bible’s View of Love?
read_more

What Is the Bible’s View of Love?

What Is Teleology in Theology?
read_more

What Is Teleology in Theology?

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?
read_more

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?

What Is the Lord’s Supper / Communion?
read_more

What Is the Lord’s Supper / Communion?

View Allarrow_forward