Sacrilo

enEnglishtrTürkçeesEspañolptPortuguêsfrFrançaisdeDeutschzh中文ruРусскийja日本語ko한국어viTiếng ViệtthไทยplPolskiukУкраїнськаhuMagyarcsČeštinasrСрпскиslSlovenščinasqShqiplvLatviešuetEestinlNederlandschecknbNorskdaDansksvSvenskafiSuomiitItalianoheעבריתhrHrvatskilaLatinaarالعربية

DASHBOARD

dashboardOverzichtmenu_bookLees de BijbelquizDagelijkse Quizevent_noteMijn PlannenbookmarksBladwijzers

STUDIEHULPMIDDELEN

searchZoekencompare_arrowsBijbel Vergelijking
menu_book

Exodus Hoofdstuk 5

DutSVVA
arrow_backVorig HoofdstukVolgend Hoofdstukarrow_forward
EXODUS

Exodus 5

1En daarna gingen Mozes en Aäron heen, en zeiden tot Farao: Alzo zegt de Heere, de God van Israël: Laat Mijn volk trekken, dat het Mij een feest houde in de woestijn!
Exodus 10:9, Exodus 10:9, 1 Koningen 21:20, Exodus 3:18, Handelingen 4:29
2Maar Farao zeide: Wie is de Heere, Wiens stem ik gehoorzamen zou, om Israël te laten trekken? Ik ken den Heere niet, en ik zal ook Israël niet laten trekken.
Exodus 3:19, Exodus 3:19, Job 21:15, Job 21:15, 2 Koningen 18:35
3Zij dan zeiden: De God der Hebreën is ons ontmoet; zo laat ons toch heentrekken, den weg van drie dagen in de woestijn, en den Heere, onzen God, offeren, dat Hij ons niet overkome met pestilentie, of met het zwaard.
Exodus 3:18, Exodus 3:18, Ezra 7:23, Ezechiël 6:11, Deuteronomium 28:21
4Toen zeide de koning van Egypte tot hen: Gij, Mozes en Aäron! waarom trekt gij het volk af van hun werken? Gaat heen tot uw lasten.
Exodus 1:11, Exodus 1:11, Handelingen 24:5, Handelingen 16:20, Handelingen 16:21
5Verder zeide Farao: Ziet, het volk des lands is alreeds te veel; en zoudt gijlieden hen doen rusten van hun lasten?
Exodus 1:7, Exodus 1:11, Spreuken 14:28, Exodus 1:7, Exodus 1:11
6Daarom beval Farao, ten zelfden dage, aan de aandrijvers onder het volk, en deszelfs ambtlieden, zeggende:
Exodus 5:10, Exodus 5:19, Exodus 5:10, Exodus 5:19, Exodus 5:13
7Gij zult voortaan aan deze lieden geen stro meer geven, tot het maken der tichelstenen, als gisteren en eergisteren; laat hen zelven heengaan, en stro voor zichzelven verzamelen.
Genesis 24:25, Richteren 19:19, Genesis 24:25, Richteren 19:19
8En het getal der tichelstenen, die zij gisteren en eergisteren gemaakt hebben, zult gij hun opleggen; gij zult daarvan niet verminderen; want zij gaan ledig; daarom roepen zij, zeggende: Laat ons gaan, laat ons onzen God offeren!
Psalmen 106:41, Psalmen 106:41
9Men verzware den dienst over deze mannen, dat zij daaraan te doen hebben, en zich niet vergapen aan leugenachtige woorden.
Efeziërs 5:6, Job 16:3, Jeremia 43:2, Zacharia 1:6, Maleachi 3:14
10Toen gingen de aandrijvers des volks uit, en deszelfs ambtlieden, en spraken tot het volk, zeggende: Zo zegt Farao: Ik zal ulieden geen stro geven.
Exodus 1:11, Exodus 1:11, Spreuken 29:12, Exodus 3:7, Spreuken 29:12
11Gaat gij zelve heen, haalt u stro, waar gij het vindt; doch van uw dienst zal niet verminderd worden.
Exodus 5:13, Exodus 5:14, Exodus 5:13, Exodus 5:14
12Toen verstrooide zich het volk in het ganse land van Egypte, dat het stoppelen verzamelde, voor stro.
Jesaja 47:14, Jesaja 5:24, Joël 2:5, Nahum 1:10, Obadja 1:18
13En de aandrijvers drongen aan, zeggende: Voleindigt uw werken, elk dagwerk op zijn dag, gelijk toen er stro was.
14En de ambtlieden der kinderen Israëls, die Farao’s aandrijvers over hen gesteld hadden, werden geslagen, en men zeide: Waarom hebt gijlieden uw gezette werk niet voleindigd, in het maken der tichelstenen, gelijk te voren, alzo ook gisteren en heden?
Jesaja 10:24, Jesaja 10:24
15Derhalve gingen de ambtlieden der kinderen Israëls, en schreeuwden tot Farao, zeggende: Waarom doet gij uw knechten alzo?
16Aan uw knechten wordt geen stro gegeven, en zij zeggen tot ons: Maakt de tichelstenen; en ziet, uw knechten worden geslagen, doch de schuld is uws volks!
17Hij dan zeide: Gijlieden gaat ledig, ledig gaat gij; daarom zegt gij: Laat ons gaan, laat ons den Heere offeren!
Mattheüs 26:8, Johannes 6:27, Exodus 5:8, 2 Tessalonicenzen 3:10, 2 Tessalonicenzen 3:11
18Zo gaat nu heen, arbeidt; doch stro zal u niet gegeven worden; evenwel zult gij het getal der tichelstenen leveren.
Ezechiël 18:18, Daniël 2:9, Daniël 2:13, Ezechiël 18:18, Daniël 2:9
19Toen zagen de ambtlieden der kinderen Israëls, dat het kwalijk met hen stond, dewijl men zeide: Gij zult niet minderen van uw tichelstenen, van het dagwerk op zijn dag.
Prediker 5:8, Prediker 4:1, Prediker 5:8, Prediker 4:1, Deuteronomium 32:36
20En zij ontmoetten Mozes en Aäron, die tegen hen over stonden, toen zij van Farao uitgingen.
21En zeiden tot hen: De Heere zie op u, en richte het, dewijl dat gij onzen reuk hebt stinkende gemaakt voor Farao, en voor zijn knechten, gevende een zwaard in hun handen, om ons te doden.
Genesis 34:30, Genesis 34:30, Exodus 6:9, 1 Kronieken 19:6, 2 Samuël 10:6
22Toen keerde Mozes weder tot den Heere, en zeide: Heere! waarom hebt Gij dit volk kwaad gedaan, waarom hebt Gij mij nu gezonden?
Jeremia 20:7, Jeremia 20:7, 1 Koningen 19:10, 1 Samuël 30:6, Numeri 11:11
23Want van toen af, dat ik tot Farao ben ingegaan, om in Uw naam te spreken, heeft hij dit volk kwaad gedaan; en Gij hebt Uw volk geenszins verlost.
Jesaja 28:16, Jeremia 11:21, Hebreeën 10:36, Hebreeën 10:37, Psalmen 118:26

Andere Boeken

ExodusLeviticusNumeri+

Andere Boeken

ExodusHfst. 5
LeviticusNumeriDeuteronomiumJozuaRichteren
Alle Boekenarrow_forward
auto_storiesSacrilo

Het Woord dichterbij brengen, vers voor vers. Ontworpen voor dagelijkse bezinning en geestelijke groei.

Sacrilo

Over onsContactBijbel App

Verbinden

© 2026 Sacrilo.

PrivacybeleidGebruiksvoorwaardenCookies
auto_stories

Latest Answers

What Is the Kingdom of God?
read_more

What Is the Kingdom of God?

What Is the Final Judgment?
read_more

What Is the Final Judgment?

What Is the Bible’s View of Love?
read_more

What Is the Bible’s View of Love?

What Is Teleology in Theology?
read_more

What Is Teleology in Theology?

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?
read_more

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?

What Is the Lord’s Supper / Communion?
read_more

What Is the Lord’s Supper / Communion?

View Allarrow_forward