1[05:24] Toen zeide de Heere tot Mozes: Nu zult gij zien, wat Ik aan Farao doen zal; want door een machtige hand zal hij hen laten trekken, ja, door een machtige hand zal hij hen uit zijn land drijven.stylusExodus 12:33, Exodus 12:33, Exodus 12:31, Exodus 12:39, Psalmen 136:122[06:1] Verder sprak God tot Mozes, en zeide tot hem: Ik ben de Heere,stylusMaleachi 3:6, Jeremia 9:24, Jesaja 42:8, Handelingen 17:24, Handelingen 17:253[06:2] En Ik ben aan Abraham, Izak, en Jakob verschenen, als God de Almachtige; doch met Mijn Naam Heere ben Ik hun niet bekend geweest.stylusPsalmen 83:18, Psalmen 68:4, Psalmen 83:18, Psalmen 68:4, Exodus 3:144[06:3] En ook heb Ik Mijn verbond met hen opgericht, dat Ik hun geven zou het land Kanaän, het land hunner vreemdelingschappen, waarin zij vreemdelingen geweest zijn.stylusGenesis 28:4, Genesis 28:4, Genesis 15:18, Genesis 15:18, Genesis 17:75[06:4] En ook heb Ik gehoord het gekerm der kinderen Israëls, die de Egyptenaars in dienstbaarheid houden, en Ik heb aan Mijn verbond gedacht.stylusExodus 2:24, Exodus 2:24, Jesaja 63:9, Psalmen 106:44, Psalmen 106:456[06:5] Derhalve zeg tot de kinderen Israëls: Ik ben de Heere! en Ik zal ulieden uitleiden van onder de lasten der Egyptenaren, en Ik zal u redden uit hun dienstbaarheid, en zal u verlossen door een uitgestrekten arm, en door grote gerichten;stylusDeuteronomium 26:8, Deuteronomium 26:8, 1 Kronieken 17:21, 1 Kronieken 17:21, Deuteronomium 7:87[06:6] En Ik zal ulieden tot Mijn volk aannemen, en Ik zal u tot een God zijn; en gijlieden zult bekennen, dat Ik de Heere uw God ben, Die u uitleide van onder de lasten der Egyptenaren.stylusDeuteronomium 29:13, Deuteronomium 7:6, Deuteronomium 29:13, Deuteronomium 7:6, Deuteronomium 4:208[06:7] En Ik zal ulieden brengen in dat land, waarover Ik Mijn hand opgeheven heb, dat Ik het aan Abraham, Izak, en Jakob geven zou; en Ik zal het ulieden geven tot een erfdeel, Ik, de Heere!stylusGenesis 15:18, Genesis 26:3, Genesis 15:18, Genesis 26:3, Ezechiël 20:59[06:8] En Mozes sprak alzo tot de kinderen Israëls; doch zij hoorden naar Mozes niet, vanwege de benauwdheid des geestes, en vanwege de harde dienstbaarheid.stylusJob 21:4, Exodus 5:21, Job 21:4, Exodus 5:21, Numeri 21:410[06:9] Verder sprak de Heere tot Mozes, zeggende:stylus11[06:10] Ga heen, spreek tot Farao, den koning van Egypte, dat hij de kinderen Israëls uit zijn land trekken late.stylusExodus 5:1, Exodus 5:23, Exodus 6:29, Exodus 3:10, Exodus 7:112[06:11] Doch Mozes sprak voor den Heere, zeggende: Zie, de kinderen Israëls hebben naar mij niet gehoord; hoe zou mij dan Farao horen? daartoe ben ik onbesneden van lippen.stylusExodus 4:10, Exodus 4:10, Exodus 6:30, Jeremia 1:6, Exodus 6:3013[06:12] Evenwel sprak de Heere tot Mozes en tot Aäron, en gaf hun bevel aan de kinderen Israëls, en aan Farao, den koning van Egypte, om de kinderen Israëls uit Egypteland te leiden.stylus2 Timotheüs 4:1, Deuteronomium 31:14, 1 Timotheüs 1:18, 1 Timotheüs 6:13, 1 Timotheüs 5:2114[06:13] Dit zijn de hoofden van ieder huis hunner vaderen: de zonen van Ruben, den eerstgeborene van Israël, zijn Hanoch en Pallu, Hezron en Charmi; dit zijn de huisgezinnen van Ruben.stylusGenesis 46:9, Genesis 46:9, 1 Kronieken 5:3, 1 Kronieken 5:3, Numeri 26:515[06:14] En de zonen van Simeon: Jemuël, en Jamin, en Ohad, en Jachin, en Zohar, en Saul, de zoon ener Kanaänietische; dit zijn de huisgezinnen van Simeon.stylusGenesis 46:10, 1 Kronieken 4:24, Genesis 46:10, 1 Kronieken 4:24, Numeri 26:1216[06:15] Dit nu zijn de namen der zonen van Levi, naar hun geboorten: Gerson, en Kehath, en Merari. En de jaren des levens van Levi waren honderd zeven en dertig jaren.stylusNumeri 3:17, Genesis 46:11, Numeri 3:17, Genesis 46:11, 1 Kronieken 6:117[06:16] De zonen van Gerson: Libni en Simeï, naar hun huisgezinnen.stylus1 Kronieken 6:17, 1 Kronieken 6:17, Numeri 3:18, Numeri 3:18, 1 Kronieken 23:718[06:17] En de zonen van Kehath: Amram, en Jizhar, en Hebron, en Uzziël, en de jaren des levens van Kehath waren honderd drie en dertig jaren.stylus1 Kronieken 6:18, 1 Kronieken 6:2, 1 Kronieken 6:18, 1 Kronieken 6:2, Numeri 3:1919[06:18] En de zonen van Merari: Machli en Musi; dit zijn de huisgezinnen van Levi, naar hun geboorten.stylusNumeri 3:20, 1 Kronieken 6:19, 1 Kronieken 23:21, Numeri 3:20, 1 Kronieken 6:1920[06:19] En Amram nam Jochebed, zijn moei, zich tot een huisvrouw, en zij baarde hem Aäron en Mozes; en de jaren des levens van Amram waren honderd zeven en dertig jaren.stylusNumeri 26:59, Exodus 2:1, Exodus 2:2, Numeri 26:59, Exodus 2:121[06:20] En de zonen van Jizhar: Korah, en Nefeg, en Zichri.stylusNumeri 16:1, 1 Kronieken 6:37, 1 Kronieken 6:38, Numeri 16:1, 1 Kronieken 6:3722[06:21] En de zonen van Uzziël: Misael, en Elzafan, en Sithri.stylusLeviticus 10:4, Leviticus 10:4, Numeri 3:30, Numeri 3:30, Nehemia 3:2023[06:22] En Aäron nam zich tot een vrouw Eliseba, dochter van Amminadab, zuster van Nahesson; en zij baarde hem Nadab en Abihu, Eleazar en Ithamar.stylusRuth 4:19, Ruth 4:20, Ruth 4:19, Ruth 4:20, Numeri 2:324[06:23] En de zonen van Korah waren: Assir, en Elkana, en Abiasaf; dat zijn de huisgezinnen der Korachieten.stylus1 Kronieken 6:22, 1 Kronieken 6:23, 1 Kronieken 6:22, 1 Kronieken 6:23, Numeri 16:3225[06:24] En Eleazar, de zoon van Aäron, nam voor zich een van de dochteren van Putiel tot een vrouw; en zij baarde hem Pinehas. Dit zijn de hoofden van de vaderen der Levieten, naar hun huisgezinnen.stylusJozua 24:33, Jozua 24:33, Numeri 25:7, Numeri 25:13, Numeri 25:726[06:25] Dit is Aäron en Mozes, tot welke de Heere zeide: Leidt de kinderen Israëls uit Egypteland, naar hun heiren.stylusExodus 12:51, Exodus 7:4, Exodus 12:17, Exodus 12:51, Exodus 7:427[06:26] Dezen zijn het, die tot Farao, den koning van Egypte, spraken, opdat zij de kinderen Israëls uit Egypte leidden; dit is Mozes en Aäron.stylusExodus 5:1, Exodus 5:3, Exodus 32:7, Micha 6:4, Psalmen 77:2028[06:27] En het geschiedde te dien dage, als de Heere tot Mozes sprak in Egypteland;stylus29[06:28] Zo sprak de Heere tot Mozes, zeggende: Ik ben de Heere! spreek tot Farao, den koning van Egypte, alles, wat Ik tot u spreek.stylusExodus 7:2, Exodus 6:11, Exodus 7:2, Exodus 6:11, Exodus 6:230[06:29] Toen zeide Mozes voor het aangezicht des Heeren: Zie, ik ben onbesneden van lippen; hoe zal dan Farao naar mij horen?stylusExodus 6:12, Exodus 6:12, Exodus 4:10, Exodus 4:10, 1 Korintiërs 9:16