Sacrilo

enEnglishtrTürkçeesEspañolptPortuguêsfrFrançaisdeDeutschzh中文ruРусскийja日本語ko한국어viTiếng ViệtthไทยplPolskiukУкраїнськаhuMagyarcsČeštinasrСрпскиslSlovenščinasqShqiplvLatviešuetEestinlNederlandschecknbNorskdaDansksvSvenskafiSuomiitItalianoheעבריתhrHrvatskilaLatinaarالعربية

DASHBOARD

dashboardOverzichtmenu_bookLees de BijbelquizDagelijkse Quizevent_noteMijn PlannenbookmarksBladwijzers

STUDIEHULPMIDDELEN

searchZoekencompare_arrowsBijbel Vergelijking
menu_book

Exodus Hoofdstuk 4

DutSVVA
arrow_backVorig HoofdstukVolgend Hoofdstukarrow_forward
EXODUS

Exodus 4

1Toen antwoordde Mozes, en zeide: Maar zie, zij zullen mij niet geloven, noch mijn stem horen; want zij zullen zeggen: De Heere is u niet verschenen!
Exodus 3:18, Exodus 3:18, Jeremia 1:6, Exodus 2:14, Handelingen 7:25
2En de Heere zeide tot hem: Wat is er in uw hand? En hij zeide: Een staf.
Exodus 4:20, Exodus 4:17, Exodus 4:20, Exodus 4:17, Leviticus 27:32
3En Hij zeide: Werp hem ter aarde. En hij wierp hem ter aarde! Toen werd hij tot een slang; en Mozes vlood van haar.
Exodus 7:10, Exodus 7:15, Exodus 4:17, Amos 5:19, Exodus 7:10
4Toen zeide de Heere tot Mozes: Strek uw hand uit, en grijp haar bij haar staart! Toen strekte hij zijn hand uit, en vatte haar, en zij werd tot een staf in zijn hand.
Handelingen 28:3, Handelingen 28:6, Johannes 2:5, Marcus 16:18, Psalmen 91:13
5Opdat zij geloven, dat u verschenen is de Heere, de God hunner vaderen, de God van Abraham, de God van Izak, en de God van Jakob.
Exodus 19:9, Exodus 19:9, Genesis 18:1, Genesis 48:3, Exodus 3:15
6En de Heere zeide verder tot hem: Steek nu uw hand in uw boezem. En hij stak zijn hand in zijn boezem; daarna trok hij ze uit, en ziet, zijn hand was melaats, wit als sneeuw.
2 Koningen 5:27, Numeri 12:10, 2 Koningen 5:27, Numeri 12:10
7En Hij zeide: Steek uw hand wederom in uw boezem. En hij stak zijn hand wederom in zijn boezem; daarna trok hij ze uit zijn boezem, en ziet, zij was weder als zijn ander vlees.
2 Koningen 5:14, 2 Koningen 5:14, Deuteronomium 32:39, Mattheüs 8:3, Deuteronomium 32:39
8En het zal geschieden, zo zij u niet geloven, noch naar de stem van het eerste teken horen, zo zullen zij de stem van het laatste teken geloven.
Exodus 4:30, Exodus 4:31, Deuteronomium 32:39, Jesaja 28:10, Exodus 4:30
9En het zal geschieden, zo zij ook deze twee tekenen niet geloven, noch naar uw stem horen, zo neem van de wateren der rivier, en giet ze op het droge; zo zullen de wateren, die gij uit de rivier zult nemen, diezelve zullen tot bloed worden op het droge.
Exodus 7:19, Exodus 7:25, Exodus 1:22, Exodus 7:19, Exodus 7:25
10Toen zeide Mozes tot den Heere: Och Heere! ik ben geen man wel ter tale, noch van gisteren, noch van eergisteren, noch van toen af, toen Gij tot Uw knecht gesproken hebt; want ik ben zwaar van mond, en zwaar van tong.
Jeremia 1:6, Jeremia 1:6, Exodus 6:12, Exodus 6:12, Handelingen 7:22
11En de Heere zeide tot hem: Wie heeft den mens den mond gemaakt, of wie heeft den stomme, of dove, of ziende, of blinde gemaakt? Ben Ik het niet, de Heere?
Amos 3:6, Amos 3:6, Psalmen 146:8, Ezechiël 3:26, Ezechiël 3:27
12En nu ga henen, en Ik zal met uw mond zijn, en zal u leren, wat gij spreken zult.
Lucas 12:11, Lucas 12:12, Jeremia 1:9, Lucas 12:11, Lucas 12:12
13Doch hij zeide: Och, Heere! zend toch door de hand desgenen, dien Gij zoudt zenden.
Jona 1:3, Exodus 4:1, Jona 1:3, Exodus 4:1, Johannes 6:29
14Toen ontstak de toorn des Heeren over Mozes, en Hij zeide: is niet Aäron, de Leviet, uw broeder? Ik weet, dat hij zeer wel spreken zal, en ook, zie, hij zal uitgaan u tegemoet; wanneer hij u ziet, zo zal hij in zijn hart verblijd zijn.
1 Kronieken 21:7, Marcus 14:13, Marcus 14:15, Exodus 4:27, 1 Kronieken 21:7
15Gij dan zult tot hem spreken, en de woorden in zijn mond leggen; en Ik zal met uw mond, en met zijn mond zijn; en Ik zal ulieden leren, wat gij doen zult.
Jesaja 51:16, Jesaja 51:16, Lucas 21:15, Deuteronomium 18:18, Numeri 23:5
16En hij zal voor u tot het volk spreken; en het zal geschieden, dat hij u tot een mond zal zijn, en gij zult hem tot een god zijn.
Exodus 7:1, Exodus 7:2, Exodus 7:1, Exodus 7:2, Exodus 18:19
17Neem dan dezen staf in uw hand, waarmede gij die tekenen doen zult.
Exodus 4:2, Exodus 4:2, 1 Korintiërs 1:27, 1 Korintiërs 1:27, Exodus 7:9
18Toen ging Mozes heen, en keerde weder tot Jethro, zijn schoonvader, en zeide tot hem: Laat mij toch gaan, dat ik wederkere tot mijn broederen, die in Egypte zijn, en zie, of zij nog leven. Jethro dan zeide tot Mozes: Ga in vrede!
Exodus 3:1, Exodus 3:1, 1 Timotheüs 6:1, Genesis 45:3, Handelingen 16:36
19Ook zeide de Heere tot Mozes in Midian: Ga heen, keer weder in Egypte, want al de mannen zijn dood, die uw ziel zochten.
Mattheüs 2:20, Mattheüs 2:20, Exodus 2:15, Exodus 2:23, Exodus 2:15
20Mozes dan nam zijn vrouw, en zijn zonen, en voerde hen op een ezel, en keerde weder in Egypteland; en Mozes nam den staf Gods in zijn hand.
Exodus 17:9, Exodus 17:9, Numeri 20:8, Numeri 20:9, Numeri 20:8
21En de Heere zeide tot Mozes: Terwijl gij heentrekt, om weder in Egypte te keren, zie toe, dat gij al de wonderen doet voor Farao, die Ik in uw hand gesteld heb; doch Ik zal zijn hart verstokken, dat hij het volk niet zal laten gaan.
Romeinen 9:18, Romeinen 9:18, Jesaja 63:17, Jesaja 63:17, Jozua 11:20
22Dan zult gij tot Farao zeggen: Alzo zegt de Heere: Mijn zoon, Mijn eerstgeborene, is Israël.
Hosea 11:1, Hosea 11:1, Romeinen 9:4, Romeinen 9:4, Hebreeën 12:23
23En Ik heb tot u gezegd: Laat Mijn zoon trekken, dat hij Mij diene! maar gij hebt geweigerd hem te laten trekken; zie, Ik zal uw zoon, uw eerstgeborene doden!
Exodus 12:29, Exodus 11:5, Exodus 12:29, Exodus 11:5, Psalmen 105:36
24En het geschiedde op den weg, in de herberg, dat de Heere hem tegenkwam, en zocht hem te doden.
Genesis 17:14, Genesis 17:14, Numeri 22:22, Numeri 22:23, Numeri 22:22
25Toen nam Zippora een stenen mes en besneed de voorhuid haars zoons, en wierp die voor zijn voeten, en zeide: Voorwaar, gij zijt mij een bloedbruidegom!
Jozua 5:2, Jozua 5:3, Jozua 5:2, Jozua 5:3, Genesis 17:14
26En Hij liet van hem af. Toen zeide zij: Bloedbruidegom! vanwege de besnijdenis.
27De Heere zeide ook tot Aäron: Ga Mozes tegemoet in de woestijn. En hij ging, en ontmoette hem aan den berg Gods, en hij kuste hem.
Exodus 3:1, Exodus 3:1, Exodus 24:15, Exodus 24:17, Genesis 29:11
28En Mozes gaf Aäron te kennen al de woorden des Heeren, Die hem gezonden had, en al de tekenen, die Hij hem bevolen had.
Exodus 4:15, Exodus 4:16, Exodus 4:8, Exodus 4:9, Exodus 4:15
29Toen ging Mozes en Aäron, en zij verzamelden al de oudsten der kinderen Israëls.
Exodus 3:16, Exodus 3:16, Exodus 24:11, Exodus 24:1, Exodus 24:11
30En Aäron sprak al de woorden, die de Heere tot Mozes gesproken had; en hij deed de tekenen voor de ogen des volks.
Exodus 4:16, Exodus 4:16
31En het volk geloofde, en zij hoorden, dat de Heere de kinderen Israëls bezocht, en dat Hij hun verdrukking zag, en zij neigden hun hoofden, en aanbaden.
Exodus 3:18, Exodus 3:18, Exodus 12:27, Psalmen 106:12, Psalmen 106:13

Andere Boeken

ExodusLeviticusNumeri+

Andere Boeken

ExodusHfst. 4
LeviticusNumeriDeuteronomiumJozuaRichteren
Alle Boekenarrow_forward
auto_storiesSacrilo

Het Woord dichterbij brengen, vers voor vers. Ontworpen voor dagelijkse bezinning en geestelijke groei.

Sacrilo

Over onsContactBijbel App

Verbinden

© 2026 Sacrilo.

PrivacybeleidGebruiksvoorwaardenCookies
auto_stories

Latest Answers

What Is the Kingdom of God?
read_more

What Is the Kingdom of God?

What Is the Final Judgment?
read_more

What Is the Final Judgment?

What Is the Bible’s View of Love?
read_more

What Is the Bible’s View of Love?

What Is Teleology in Theology?
read_more

What Is Teleology in Theology?

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?
read_more

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?

What Is the Lord’s Supper / Communion?
read_more

What Is the Lord’s Supper / Communion?

View Allarrow_forward