1En Mozes hoedde de kudde van Jethro, zijn schoonvader, den priester in Midian; en hij leidde de kudde achter de woestijn, en hij kwam aan den berg Gods, aan Horeb.stylus1 Koningen 19:8, 1 Koningen 19:8, Exodus 17:6, Exodus 17:6, Psalmen 78:702En de Engel des Heeren verscheen hem in een vuurvlam uit het midden van een braambos; en hij zag, en ziet, het braambos brandde in het vuur, en het braambos werd niet verteerd.stylusHandelingen 7:30, Handelingen 7:35, Handelingen 7:30, Handelingen 7:35, Jesaja 43:23En Mozes zeide: Ik zal mij nu daarheen wenden, en bezien dat grote gezicht, waarom het braambos niet verbrandt.stylusHandelingen 7:31, Handelingen 7:31, Job 37:14, Psalmen 107:8, Job 37:144Toen de Heere zag, dat hij zich daarheen wendde, om te bezien, zo riep God tot hem uit het midden van het braambos, en zeide: Mozes, Mozes! En hij zeide: Zie, hier ben ik!stylusDeuteronomium 33:16, Deuteronomium 33:16, 1 Samuël 3:4, Genesis 22:1, Handelingen 9:45En Hij zeide: Nader hier niet toe; trek uw schoenen uit van uw voeten; want de plaats, waarop gij staat, is heilig land.stylusJozua 5:15, Jozua 5:15, Handelingen 7:33, Exodus 19:12, Handelingen 7:336Hij zeide voorts: Ik ben de God uws vaders, de God van Abraham, de God van Izak en de God van Jakob. En Mozes verborg zijn aangezicht, want hij vreesde God aan te zien.stylusLucas 20:37, Lucas 20:37, Mattheüs 22:32, Mattheüs 22:32, Marcus 12:267En de Heere zeide: Ik heb zeer wel gezien de verdrukking Mijns volks, hetwelk in Egypte is, en heb hun geschrei gehoord, vanwege hun drijvers; want Ik heb hun smarten bekend.stylusPsalmen 145:19, Psalmen 145:19, Psalmen 106:44, Psalmen 106:44, Exodus 2:238Daarom ben Ik nedergekomen, dat Ik het verlosse uit de hand der Egyptenaren, en het opvoere uit dit land, naar een goed en ruim land, naar een land, vloeiende van melk en honig, tot de plaats der Kanaänieten, en der Hethieten, en der Amorieten, en der Ferezieten, en der Hevieten, en der Jebusieten.stylusGenesis 50:24, Genesis 50:24, Exodus 3:17, Exodus 3:17, Genesis 15:189En nu, zie, het geschrei der kinderen Israëls is tot Mij gekomen; en ook heb Ik gezien de verdrukking, waarmede de Egyptenaars hen verdrukken.stylusSpreuken 22:22, Spreuken 22:23, Spreuken 22:22, Spreuken 22:23, Exodus 2:2310Zo kom nu, en Ik zal u tot Farao zenden, opdat gij Mijn volk (de kinderen Israëls) uit Egypte voert.stylusMicha 6:4, Micha 6:4, 1 Samuël 12:6, Jesaja 63:11, Jesaja 63:1211Toen zeide Mozes tot God: Wie ben ik, dat ik tot Farao zou gaan; en dat ik de kinderen Israëls uit Egypte zou voeren?stylus1 Samuël 18:18, 1 Samuël 18:18, Exodus 6:12, 2 Korintiërs 3:5, Exodus 6:1212Hij dan zeide: Ik zal voorzeker met u zijn, en dit zal u een teken zijn, dat Ik u gezonden heb: wanneer gij dit volk uit Egypte geleid hebt, zult gijlieden God dienen op dezen berg.stylusJozua 1:5, Jozua 1:5, Romeinen 8:31, Romeinen 8:31, Deuteronomium 31:2313Toen zeide Mozes tot God: Zie, wanneer ik kom tot de kinderen Israëls, en zeg tot hen: De God uwer vaderen heeft mij tot ulieden gezonden; en zij mij zeggen: Hoe is Zijn naam? wat zal ik tot hen zeggen?stylusJesaja 9:6, Jesaja 9:6, Exodus 3:14, Genesis 32:29, Jesaja 7:1414En God zeide tot Mozes: IK ZAL ZIJN, Die IK ZIJN ZAL! Ook zeide Hij: Alzo zult gij tot de kinderen Israëls zeggen: IK ZAL ZIJN heeft mij tot ulieden gezonden!stylusHebreeën 13:8, Hebreeën 13:8, Johannes 8:58, Johannes 8:58, Openbaring 1:815Toen zeide God verder tot Mozes: Aldus zult gij tot de kinderen Israëls zeggen: De Heere, de God uwer vaderen, de God van Abraham, de God van Izak, en de God van Jakob, heeft mij tot ulieden gezonden; dat is Mijn Naam eeuwiglijk, en dat is Mijn gedachtenis van geslacht tot geslacht.stylusGenesis 17:7, Genesis 17:8, Genesis 17:7, Genesis 17:8, Hebreeën 13:816Ga heen, en verzamel de oudsten van Israël, en zeg tot hen: De Heere, de God uwer vaderen, is mij verschenen, de God van Abraham, Izak en Jakob, zeggende: Ik heb ulieden getrouwelijk bezocht, en hetgeen ulieden in Egypte is aangedaan;stylusExodus 4:29, Psalmen 8:4, Exodus 4:31, Exodus 4:29, Psalmen 8:417Daarom heb Ik gezegd: Ik zal ulieden uit de verdrukking van Egypte opvoeren, tot het land der Kanaänieten, en der Hethieten, en der Amorieten, en der Ferezieten, en der Hevieten, en der Jebusieten; tot het land, vloeiende van melk en honig.stylusGenesis 50:24, Genesis 15:13, Genesis 15:21, Genesis 50:24, Genesis 15:1318En zij zullen uw stem horen; en gij zult gaan, gij en de oudsten van Israël, tot den koning van Egypte, en gijlieden zult tot hem zeggen: De Heere, de God der Hebreën, is ons ontmoet; zo laat ons nu toch gaan den weg van drie dagen in de woestijn, opdat wij den Heere, onzen God, offeren!stylusExodus 9:1, Exodus 9:1, Exodus 7:16, Exodus 7:16, Exodus 10:2419Doch Ik weet, dat de koning van Egypte ulieden niet zal laten gaan, ook niet door een sterke hand.stylusExodus 5:2, Exodus 6:1, Exodus 5:2, Exodus 6:1, Exodus 7:120Want Ik zal Mijn hand uitstrekken, en Egypte slaan met al Mijn wonderen, die Ik in het midden van hetzelve doen zal; daarna zal hij ulieden laten vertrekken.stylusHandelingen 7:36, Handelingen 7:36, Nehemia 9:10, Exodus 9:15, Deuteronomium 6:2221En Ik zal dit volk genade geven in de ogen der Egyptenaren; en het zal geschieden, wanneer gijlieden uitgaan zult, zo zult gij niet ledig uitgaan.stylusExodus 12:36, Exodus 12:36, Psalmen 105:37, Psalmen 105:37, Exodus 11:322Maar elke vrouw zal van haar naburin, en van de waardin haars huizes, eisen zilveren vaten, en gouden vaten, en klederen; die zult gijlieden op uw zonen, en op uw dochteren leggen, en gij zult Egypte beroven.stylusEzechiël 39:10, Ezechiël 39:10, Psalmen 105:37, Exodus 11:2, Psalmen 105:37