1Daarna sprak de Heere tot Mozes, zeggende:stylus2Zie, Ik heb met name geroepen Bezaleël, den zoon van Uri, den zoon van Hur, van den stam van Juda.stylusExodus 36:1, Exodus 35:30, Exodus 36:1, Exodus 35:30, Johannes 3:273En Ik heb hem vervuld met den Geest Gods, met wijsheid, en met verstand, en met wetenschap, namelijk in alle handwerk;stylusExodus 35:31, Exodus 35:31, 1 Korintiërs 12:4, 1 Korintiërs 12:11, 1 Korintiërs 12:44Om te bedenken vernuftigen arbeid; te werken in goud, en in zilver, en in koper,stylusExodus 26:1, Exodus 28:15, 2 Kronieken 2:13, 2 Kronieken 2:14, 1 Koningen 7:145En in kunstige steensnijding, om in te zetten, en in kunstige houtsnijding, om te werken in alle handwerk.stylusExodus 28:9, Exodus 28:21, Exodus 28:9, Exodus 28:216En Ik, zie, Ik heb hem bijgevoegd Aholiab, den zoon van Ahisamach, van den stam van Dan; en in het hart van een iegelijk, die wijs van hart is, heb Ik wijsheid gegeven; en zij zullen maken al wat Ik u geboden heb.stylusExodus 28:3, Exodus 35:34, Exodus 36:1, Exodus 35:10, Exodus 28:37Namelijk de tent der samenkomst, en de ark der getuigenis, en het verzoendeksel, dat daarop zal zijn, en al het gereedschap der tent;stylusExodus 36:8, Exodus 37:9, Exodus 36:8, Exodus 37:9, Exodus 26:18En de tafel, met haar gereedschap; en den louteren kandelaar, met al zijn gereedschap; en het reukaltaar;stylusExodus 37:10, Exodus 37:28, Exodus 37:10, Exodus 37:28, Exodus 30:19Ook des brandoffers altaar, met al zijn gereedschap; en het wasvat met zijn voet;stylusExodus 38:1, Exodus 38:8, Exodus 38:1, Exodus 38:8, Exodus 30:1810En de ambtsklederen, en de heilige klederen van den priester Aäron, en de klederen van zijn zonen, om het priesterambt te bedienen;stylusLeviticus 8:13, Exodus 28:1, Exodus 28:43, Numeri 4:5, Numeri 4:1411Ook de zalfolie, en het reukwerk van welriekende specerijen voor het heiligdom; naar alles, wat Ik u geboden heb, zullen zij het maken.stylusExodus 37:29, Exodus 37:29, Exodus 30:23, Exodus 30:38, Exodus 30:2312Verder sprak de Heere tot Mozes, zeggende:stylus13Gij nu, spreek tot de kinderen Israëls, zeggende: Gij zult evenwel mijn sabbatten onderhouden; want dit is een teken tussen Mij en tussen ulieden, bij uw geslachten; opdat men wete, dat Ik de Heere ben, Die u heilige.stylusEzechiël 20:12, Ezechiël 20:20, Ezechiël 20:12, Ezechiël 20:20, Leviticus 19:3014Onderhoudt dan den sabbat, dewijl hij ulieden heilig is! Wie hem ontheiligt, zal zekerlijk gedood worden; want een ieder, die op denzelven enig werk doet, die ziel zal uitgeroeid worden uit het midden harer volken.stylusExodus 35:2, Exodus 35:3, Exodus 35:2, Exodus 35:3, Numeri 15:3215Zes dagen zal men het werk doen; doch op den zevenden dag is den sabbat der rust, een heiligheid des Heeren! Wie op den sabbatdag arbeid doet, zal zekerlijk gedood worden.stylusGenesis 2:2, Genesis 2:2, Exodus 16:23, Leviticus 23:3, Exodus 16:2316Dat dan de kinderen Israëls den sabbat houden, den sabbat onderhoudende in hun geslachten, tot een eeuwig verbond.stylusJeremia 50:5, Jeremia 50:5, Genesis 9:13, Genesis 17:11, Genesis 9:1317Hij zal tussen Mij en tussen de kinderen Israëls een teken in eeuwigheid zijn; dewijl de Heere, in zes dagen, den hemel en de aarde gemaakt, en op den zevenden dag gerust en Zich verkwikt heeft.stylusExodus 31:13, Genesis 1:31, Exodus 31:13, Genesis 1:31, Genesis 2:218En Hij gaf aan Mozes, als Hij met hem op den berg Sinaï te spreken geëindigd had, de twee tafelen der getuigenis, tafelen van steen, beschreven met den vinger Gods.stylusExodus 32:15, Exodus 32:16, Deuteronomium 4:13, Exodus 32:15, Exodus 32:16