1Gij zult ook een reukaltaar des reukwerks maken; van sittimhout zult gij het maken.stylusOpenbaring 8:3, Openbaring 8:3, Exodus 37:25, Exodus 37:28, Exodus 37:252Een el zal zijn lengte zijn, en een el zijn breedte, vierkant zal het zijn, maar twee ellen deszelfs hoogte; uit hetzelve zullen zijn hoornen zijn.stylusExodus 27:2, Exodus 27:23En gij zult het met louter goud overtrekken, zijn dak en deszelfs wanden rondom, als ook zijn hoornen; en gij zult het een gouden krans rondom maken.stylusExodus 25:11, Exodus 25:24, Exodus 25:11, Exodus 25:244Gij zult ook twee gouden ringen daaraan maken, onder zijn krans; aan zijn twee zijden zult gij dezelve maken, aan zijn beide zijden; en zij zullen zijn tot plaatsen voor de handbomen, dat men het daarmede drage.stylusExodus 25:27, Exodus 25:27, Exodus 25:12, Exodus 27:4, Exodus 27:75De draagbomen nu zult gij van sittimhout maken, en gij zult die met goud overtrekken.stylusExodus 25:27, Exodus 25:13, Exodus 25:27, Exodus 25:136En gij zult het zetten voor den voorhang, die voor de ark der getuigenis zijn zal; voor het verzoendeksel, hetwelk zijn zal boven de getuigenis, waarheen Ik met u samenkomen zal.stylusExodus 25:21, Exodus 25:22, Exodus 25:21, Exodus 25:22, Exodus 40:267En Aäron zal daarop aansteken welriekende specerijen; allen morgen, als hij de lampen wel zal toegericht hebben, zal hij dezelve aansteken.stylus1 Samuël 2:28, 1 Samuël 2:28, Exodus 27:20, Exodus 27:21, Lucas 1:98En als Aäron de lampen aansteken zal, tussen de twee avonden, zal hij dat aansteken; het zal een gedurig reukwerk zijn, voor het aangezicht des Heeren, bij uw geslachten.stylusHebreeën 9:24, Hebreeën 9:24, Romeinen 8:34, Exodus 12:6, Hebreeën 7:259Gij zult geen vreemd reukwerk op hetzelve aansteken, noch brandoffer, noch spijsoffer; gij zult ook geen drankoffer daarop gieten.stylusLeviticus 10:1, Leviticus 10:110En Aäron zal eens in het jaar over deszelfs hoornen verzoening doen, met het bloed des zondoffers der verzoeningen; eens in het jaar zal hij verzoening daarop doen bij uw geslachten; het is heiligheid der heiligheden den Heere!stylusLeviticus 16:18, Leviticus 16:18, Hebreeën 9:22, Hebreeën 9:23, Hebreeën 9:2211Verder sprak de Heere tot Mozes, zeggende:stylus12Als gij de som van de kinderen Israëls opnemen zult, naar de getelden onder hen, zo zullen zij een iegelijk de verzoening zijner ziel den Heere geven, als gij hen tellen zult; opdat onder hen geen plage zij, als gij hen tellen zult.stylusNumeri 31:50, Numeri 31:50, 1 Petrus 1:18, 1 Petrus 1:19, 1 Kronieken 27:2413Dit zullen zij geven, al die tot de getelden overgaat, de helft eens sikkels, naar den sikkel des heiligdoms (deze sikkel is twintig gera); de helft eens sikkels is een hefoffer den Heere.stylusLeviticus 27:25, Leviticus 27:25, Numeri 3:47, Numeri 3:47, Ezechiël 45:1214Al wie overgaat tot de getelden, van twintig jaren oud en daarboven, zal het hefoffer des Heeren geven.stylusNumeri 1:20, Numeri 1:20, Numeri 26:2, Numeri 32:11, Numeri 1:315De rijke zal het niet vermeerderen, en de arme zal niet verminderen van de helft des sikkels, als gij het hefoffer des Heeren geeft om voor uw zielen verzoening te doen.stylusNumeri 31:50, Numeri 31:50, Exodus 30:12, Efeziërs 6:9, Job 34:1916Gij dan zult het geld der verzoeningen van de kinderen Israëls nemen, en zult het leggen tot den dienst van de tent der samenkomst; en het zal den kinderen Israëls ter gedachtenis zijn, voor het aangezicht des Heeren, om voor uw zielen verzoening te doen.stylusNumeri 16:40, Nehemia 10:32, Nehemia 10:33, Numeri 16:40, Nehemia 10:3217En de Heere sprak tot Mozes, zeggende:stylus18Gij zult ook een koperen wasvat maken, met zijn koperen voet, om te wassen; en gij zult het zetten tussen de tent der samenkomst, en tussen het altaar, en gij zult water daarin doen;stylusExodus 40:7, Exodus 40:7, Exodus 38:8, Exodus 38:8, 2 Kronieken 4:1419Dat Aäron en zijn zonen zich daaruit wassen, hun handen en voeten.stylusJesaja 52:11, Jesaja 52:11, Psalmen 26:6, Exodus 40:31, Exodus 40:3220Wanneer zij in de tent der samenkomst zullen gaan, zo zullen zij zich met water wassen, opdat zij niet sterven; of wanneer zij tot het altaar naderen, om te dienen, dat zij het vuuroffer den Heere aansteken;stylusExodus 12:15, Leviticus 16:1, Leviticus 16:2, Hebreeën 12:28, Hebreeën 12:2921Zij zullen dan hun handen en voeten wassen, opdat zij niet sterven; en dit zal hun een eeuwige inzetting zijn, voor hem en zijn zaad, bij hun geslachten.stylusExodus 28:43, Exodus 28:43, Exodus 27:21, Exodus 27:2122Verder sprak de Heere tot Mozes, zeggende:stylus23Gij nu, neem u de voornaamste specerijen, de zuiverste mirre, vijfhonderd sikkels, en specerijkaneel, half zoveel namelijk tweehonderd en vijftig sikkels, ook specerijkalmus, tweehonderd en vijftig sikkels;stylusEzechiël 27:19, Hooglied 4:14, Ezechiël 27:19, Hooglied 4:14, Ezechiël 27:2224Ook kassie, vijfhonderd, naar den sikkel des heiligdoms, en olie van olijfbomen een hin;stylusExodus 29:40, Psalmen 45:8, Exodus 29:40, Psalmen 45:8, Leviticus 19:3625En maak daarvan een olie der heilige zalving, een zalf, heel kunstiglijk gemaakt, naar apothekerswerk; het zal een olie der heilige zalving zijn.stylusExodus 37:29, Exodus 37:29, Exodus 40:9, 1 Kronieken 9:30, Exodus 40:926En met dezelve zult gij zalven de tent der samenkomst, en de ark der getuigenis.stylusNumeri 7:1, Numeri 7:1, Handelingen 10:38, 1 Johannes 2:27, Leviticus 8:1027En de tafel met al haar gereedschap, en den kandelaar met zijn gereedschap, en het reukaltaar;stylus28En het altaar des brandoffers, met al zijn gereedschap, en het wasvat met zijn voet.stylus29Gij zult ze alzo heiligen, dat zij heiligheid der heiligheden zijn; al wat ze aanroert, zal heilig zijn.stylusExodus 29:37, Mattheüs 23:19, Leviticus 6:18, Exodus 29:37, Mattheüs 23:1930Gij zult ook Aäron en zijn zonen zalven, en gij zult hen heiligen, om Mij het priesterambt te bedienen.stylusLeviticus 8:12, Leviticus 8:12, Leviticus 8:30, Exodus 28:3, Leviticus 8:3031En gij zult tot de kinderen Israëls spreken, zeggende: Dit zal Mij een olie der heilige zalving zijn bij uw geslachten.stylusExodus 37:29, Leviticus 21:10, Leviticus 8:12, Psalmen 89:20, Exodus 37:2932Op geens mensen vlees zal men ze gieten; gij zult ook naar haar maaksel geen dergelijke maken; het is heiligheid, zij zal ulieden heiligheid zijn.stylusExodus 30:25, Exodus 30:25, Leviticus 21:10, Mattheüs 7:6, Exodus 30:3733De man, die zulk een zalf maken zal als deze, of die daarvan op wat vreemds doet, die zal uitgeroeid worden uit zijn volken.stylusExodus 30:38, Exodus 30:38, Genesis 17:14, Genesis 17:14, Exodus 12:1534Verder zeide de Heere tot Mozes: Neem tot u welriekende specerijen, mirresap, en oniche, en galban, deze welriekende specerijen, en zuiveren wierook; dat elk bijzonder zij.stylusExodus 37:29, Exodus 37:29, Exodus 25:6, Leviticus 2:15, Exodus 30:2335En gij zult een reukwerk ener zalf daaruit maken, naar het werk des apothekers, gemengd, rein, heilig.stylusExodus 30:25, Leviticus 2:13, Exodus 30:25, Leviticus 2:13, Johannes 12:336En gij zult van hetzelve heel klein pulver stoten, en gij zult daarvan leggen voor de getuigenis in de tent der samenkomst, waarheen Ik tot u komen zal; het zal ulieden heiligheid der heiligheden zijn.stylusExodus 25:22, Exodus 25:22, Leviticus 16:2, Exodus 16:34, Exodus 30:637Doch naar het maaksel dezes reukwerks, hetwelk gij gemaakt zult hebben, zult gijlieden voor uzelven geen maken; het zal u heiligheid zijn voor den Heere.stylusLeviticus 2:3, Exodus 30:32, Exodus 30:33, Exodus 29:37, Leviticus 2:338De man, die dergelijke maken zal, om daaraan te rieken, die zal uitgeroeid worden uit zijn volken.stylusExodus 30:33, Exodus 30:33