Sacrilo

enEnglishtrTürkçeesEspañolptPortuguêsfrFrançaisdeDeutschzh中文ruРусскийja日本語ko한국어viTiếng ViệtthไทยplPolskiukУкраїнськаhuMagyarcsČeštinasrСрпскиslSlovenščinasqShqiplvLatviešuetEestinlNederlandschecknbNorskdaDansksvSvenskafiSuomiitItalianoheעבריתhrHrvatskilaLatinaarالعربية

DASHBOARD

dashboardOverzichtmenu_bookLees de BijbelquizDagelijkse Quizevent_noteMijn PlannenbookmarksBladwijzers

STUDIEHULPMIDDELEN

searchZoekencompare_arrowsBijbel Vergelijking
menu_book

Exodus Hoofdstuk 32

DutSVVA
arrow_backVorig HoofdstukVolgend Hoofdstukarrow_forward
EXODUS

Exodus 32

1Toen het volk zag, dat Mozes vertoog van den berg af te komen, zo verzamelde zich het volk tot Aäron, en zij zeiden tot hem: Sta op, maak ons goden, die voor ons aangezicht gaan; want dezen Mozes, dien man, die ons uit Egypteland uitgevoerd heeft, wij weten niet, wat hem geschied zij.
Handelingen 7:40, Handelingen 7:40, Deuteronomium 9:9, Deuteronomium 9:9, Exodus 24:18
2Aäron nu zeide tot hen: Rukt af de gouden oorsierselen, die in de oren uwer vrouwen, uwer zonen, en uwer dochteren zijn; en brengt ze tot mij.
Exodus 12:35, Exodus 12:36, Richteren 8:24, Richteren 8:27, Exodus 12:35
3Toen rukte het ganse volk de gouden oorsierselen af, die in hun oren waren; en zij brachten ze tot Aäron.
Jesaja 40:19, Jesaja 40:20, Jeremia 10:9, Richteren 17:3, Richteren 17:4
4En hij nam ze uit hun hand, en hij bewierp het met een griffie, en hij maakte een gegoten kalf daaruit. Toen zeiden zij: Dit zijn uw goden, Israël! die u uit Egypteland opgevoerd hebben.
Nehemia 9:18, Nehemia 9:18, Deuteronomium 9:16, Deuteronomium 9:16, Handelingen 7:41
5Als Aäron dat zag, zo bouwde hij een altaar voor hetzelve; en Aäron riep uit, en zeide: Morgen zal den Heere een feest zijn!
2 Koningen 10:20, 2 Koningen 10:20, Leviticus 23:2, Leviticus 23:37, Leviticus 23:2
6En zij stonden des anderen daags vroeg op, en offerden brandoffer, en brachten dankoffer daartoe; en het volk zat neder om te eten en te drinken; daarna stonden zij op, om te spelen.
1 Korintiërs 10:7, 1 Korintiërs 10:7, Numeri 25:2, Numeri 25:2, Handelingen 7:41
7Toen sprak de Heere tot Mozes: Ga heen, klim af! want uw volk, dat gij uit Egypteland opgevoerd hebt, heeft het verdorven.
Exodus 32:11, Exodus 32:11, Deuteronomium 9:12, Hosea 9:9, Deuteronomium 9:12
8En zij zijn haast afgeweken van den weg, dien Ik hun geboden had, zij hebben zich een gegoten kalf gemaakt; en zij hebben zich voor hetzelve gebogen, en hebben het offerande gedaan, en gezegd: Dit zijn uw goden, Israël, die u uit Egypteland opgevoerd hebben.
Exodus 20:23, 1 Koningen 12:28, Exodus 20:3, Exodus 20:4, Exodus 20:23
9Verder zeide de Heere tot Mozes: Ik heb dit volk gezien, en zie, het is een hardnekkig volk!
Deuteronomium 9:13, Exodus 34:9, Exodus 33:5, Handelingen 7:51, Exodus 33:3
10En nu, laat Mij toe, dat Mijn toorn tegen hen ontsteke, en hen vertere; zo zal Ik u tot een groot volk maken.
Deuteronomium 9:14, Deuteronomium 9:14, Numeri 14:12, Numeri 14:12, Deuteronomium 9:19
11Doch Mozes aanbad het aangezicht des Heeren zijns Gods, en hij zeide: O Heere! waarom zou Uw toorn ontsteken tegen Uw volk, hetwelk Gij met grote kracht, en met een sterke hand, uit Egypteland uitgevoerd hebt?
Deuteronomium 9:18, Deuteronomium 9:20, Deuteronomium 9:18, Deuteronomium 9:20, Deuteronomium 9:26
12Waarom zouden de Egyptenaars spreken, zeggende: In kwaadheid heeft Hij hen uitgevoerd, opdat Hij hen doodde op de bergen, en opdat Hij hen vernielde van den aardbodem? Keer af van de hittigheid Uws toorns, en laat het U over het kwaad Uws volks berouwen.
Numeri 14:13, Numeri 14:16, Numeri 14:13, Numeri 14:16, Deuteronomium 9:28
13Gedenk aan Abraham, aan Izak en aan Israël, Uw knechten, aan welke Gij bij Uzelven gezworen hebt, en hebt tot hen gesproken: Ik zal uw zaad vermenigvuldigen als de sterren des hemels; en dit gehele land, waarvan Ik gezegd heb, zal Ik aan ulieder zaad geven, dat zij het erfelijk bezitten in eeuwigheid.
Hebreeën 6:13, Hebreeën 6:13, Genesis 12:7, Genesis 22:16, Genesis 12:7
14Toen berouwde het den Heere over het kwaad, hetwelk Hij gesproken had Zijn volk te zullen doen.
Jona 3:10, Jona 3:10, Jeremia 26:13, Psalmen 106:45, Jeremia 26:13
15En Mozes wendde zich om, en klom van den berg af, met de twee tafelen der getuigenis in zijn hand; deze tafelen waren op haar beide zijden beschreven, zij waren op de ene en op de andere zijde beschreven.
Deuteronomium 9:15, Deuteronomium 9:15, Exodus 40:20, Exodus 31:18, Deuteronomium 5:22
16En diezelfde tafelen waren Gods werk; het geschrift was ook Gods geschrift zelf, in de tafelen gegraveerd.
Exodus 31:18, Exodus 31:18, 2 Korintiërs 3:3, Hebreeën 8:10, 2 Korintiërs 3:3
17Toen nu Jozua des volks stem hoorde, als het juichte, zo zeide hij tot Mozes: Er is een krijgsgeschrei in het leger.
Exodus 24:13, Exodus 24:13, Exodus 17:9, Exodus 17:9, Jozua 6:20
18Maar hij zeide: Het is geen stem des geroeps van overwinning, het is ook geen stem des geroeps van nederlaag; ik hoor een stem van zingen bij beurte.
Daniël 5:23, Exodus 15:1, Exodus 15:18, Daniël 5:4, Daniël 5:23
19En het geschiedde, als hij aan het leger naderde, en het kalf, en de reien zag, dat de toorn van Mozes ontstak, en dat hij de tafelen uit zijn handen wierp, en dezelve beneden aan den berg verbrak.
Deuteronomium 9:16, Deuteronomium 9:17, Deuteronomium 9:16, Deuteronomium 9:17, 2 Samuël 6:14
20En hij nam dat kalf, dat zij gemaakt hadden, en verbrandde het in het vuur, en vermaalde het, totdat het klein werd, en strooide het op het water, en deed het den kinderen Israëls drinken.
Deuteronomium 9:21, Deuteronomium 9:21, Deuteronomium 7:25, 2 Koningen 23:15, Spreuken 14:14
21En Mozes zeide tot Aäron: Wat heeft u dit volk gedaan, dat gij zulk een grote zonde over hetzelve gebracht hebt?
Genesis 20:9, Jozua 7:19, Jozua 7:26, Genesis 20:9, Jozua 7:19
22Toen zeide Aäron: De toorn mijns heren ontsteke niet! gij kent dit volk, dat het in den boze ligt.
Deuteronomium 9:24, Deuteronomium 9:24, Exodus 15:24, Exodus 16:20, Exodus 14:11
23Zij dan zeiden tot mij: Maak ons goden, die voor ons aangezicht gaan, want dezen Mozes, dien man, die ons uit Egypteland opgevoerd heeft, wij weten niet, wat hem geschied zij.
Exodus 32:1, Exodus 32:4, Exodus 32:1, Exodus 32:4, Exodus 32:8
24Toen zeide ik tot hen: Wie goud heeft, die rukke het af, en geve het mij; en ik wierp het in het vuur, en dit kalf is er uit gekomen.
Exodus 32:4, Exodus 32:4, Genesis 3:12, Genesis 3:13, Romeinen 3:10
25Als Mozes zag, dat het volk ontbloot was, (want Aäron had het ontbloot tot verkleining onder degenen, die tegen hen hadden mogen opstaan),
Jesaja 47:3, Jesaja 47:3, Micha 1:11, Openbaring 16:15, Micha 1:11
26Zo bleef Mozes staan in de poort des legers, en zeide: Wie den Heere toebehoort, kome tot mij! Toen verzamelden zich tot hem al de zonen van Levi.
Mattheüs 12:30, 2 Koningen 9:32, Mattheüs 12:30, 2 Koningen 9:32, Jozua 5:13
27En hij zeide tot hen: Alzo zegt de Heere, de God van Israël: Een ieder doe zijn zwaard aan zijn heup; gaat door en keert weder, van poort tot poort in het leger, en een iegelijk dode zijn broeder, en elk zijn vriend, en elk zijn naaste!
Numeri 25:5, Numeri 25:5, Lucas 14:26, Lucas 14:26, Deuteronomium 33:8
28En de zonen van Levi deden naar het woord van Mozes; en er vielen van het volk, op dien dag, drie duizend man.
Deuteronomium 33:9, Deuteronomium 33:9, Numeri 16:32, Numeri 16:35, 1 Korintiërs 10:8
29Want Mozes had gezegd: Vult heden uw handen den Heere; want elk zal zijn tegen zijn zoon, en tegen zijn broeder; en dit, opdat Hij heden een zegen over ulieden geve!
Numeri 25:11, Numeri 25:13, Numeri 25:11, Numeri 25:13, Zacharia 13:3
30En het geschiedde des anderen daags, dat Mozes tot het volk zeide: Gijlieden hebt een grote zonde gezondigd; doch nu, ik zal tot den Heere opklimmen; misschien zal ik een verzoening doen voor uw zonde.
1 Samuël 12:20, 1 Samuël 12:20, Numeri 25:13, Numeri 25:13, 1 Samuël 12:23
31Zo keerde Mozes weder tot den Heere, en zeide: Och, dit volk heeft een grote zonde gezondigd, dat zij zich gouden goden gemaakt hebben.
Exodus 20:23, Exodus 20:23, Daniël 9:8, Exodus 32:30, Daniël 9:11
32Nu dan, indien Gij hun zonden vergeven zult! doch zo niet, zo delg mij nu uit Uw boek, hetwelk Gij geschreven hebt.
Psalmen 69:28, Psalmen 69:28, Romeinen 9:3, Openbaring 21:27, Filippenzen 4:3
33Toen zeide de Heere tot Mozes: Dien zou Ik uit Mijn boek delgen, die aan Mij zondigt.
Ezechiël 18:4, Ezechiël 18:4, Psalmen 69:28, Deuteronomium 29:20, Psalmen 69:28
34Doch ga nu heen, leid dit volk, waarheen Ik u gezegd heb; zie, Mijn Engel zal voor uw aangezicht gaan! doch ten dage Mijns bezoekens, zo zal Ik hun zonde over hen bezoeken!
Deuteronomium 32:35, Deuteronomium 32:35, Exodus 23:20, Exodus 23:20, Mattheüs 23:35
35Aldus plaagde de Heere dit volk, omdat zij dat kalf gemaakt hadden, hetwelk Aäron gemaakt had.
Handelingen 1:18, Handelingen 7:41, 2 Samuël 12:9, 2 Samuël 12:10, Mattheüs 27:3

Andere Boeken

ExodusLeviticusNumeri+

Andere Boeken

ExodusHfst. 32
LeviticusNumeriDeuteronomiumJozuaRichteren
Alle Boekenarrow_forward
auto_storiesSacrilo

Het Woord dichterbij brengen, vers voor vers. Ontworpen voor dagelijkse bezinning en geestelijke groei.

Sacrilo

Over onsContactBijbel App

Verbinden

© 2026 Sacrilo.

PrivacybeleidGebruiksvoorwaardenCookies
auto_stories

Latest Answers

What Is the Kingdom of God?
read_more

What Is the Kingdom of God?

What Is the Final Judgment?
read_more

What Is the Final Judgment?

What Is the Bible’s View of Love?
read_more

What Is the Bible’s View of Love?

What Is Teleology in Theology?
read_more

What Is Teleology in Theology?

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?
read_more

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?

What Is the Lord’s Supper / Communion?
read_more

What Is the Lord’s Supper / Communion?

View Allarrow_forward