1Dit nu is de zaak, die gij hun doen zult, om hen te heiligen, dat zij Mij het priesterambt bedienen: neem een var, het jong eens runds, en twee volkomen rammen;stylusHebreeën 7:26, Exodus 12:5, 1 Petrus 1:19, Hebreeën 7:26, Exodus 12:52En ongezuurd brood, en ongezuurde koeken, met olie gemengd, en ongezuurde vladen, met olie bestreken; van tarwemeelbloem zult gij dezelve maken.stylusNumeri 6:15, Numeri 6:15, Exodus 12:8, Numeri 6:19, Leviticus 8:263En gij zult ze in een korf leggen, en zult ze in den korf toebrengen, met den var en de twee rammen.stylusLeviticus 8:26, Leviticus 8:2, Leviticus 8:31, Numeri 6:17, Leviticus 8:264Alsdan zult gij Aäron en zijn zonen doen naderen aan de deur van de tent der samenkomst; en gij zult hen met water wassen.stylusExodus 40:12, Exodus 40:12, Hebreeën 10:22, Hebreeën 10:22, Efeziërs 5:265Daarna zult gij de klederen nemen, en Aäron den rok, en den mantel des efods, en den efod, en den borstlap aandoen; en gij zult hem omgorden met den kunstelijken riem des efods.stylusLeviticus 8:7, Leviticus 8:8, Exodus 28:2, Exodus 28:8, Leviticus 8:76En gij zult den hoed op zijn hoofd zetten; de kroon der heiligheid zult gij aan den hoed zetten.stylusLeviticus 8:9, Leviticus 8:9, Exodus 28:36, Exodus 28:39, Exodus 28:367En gij zult de zalfolie nemen, en op zijn hoofd gieten; alzo zult gij hem zalven.stylusNumeri 35:25, Leviticus 21:10, Numeri 35:25, Leviticus 21:10, Jesaja 61:18Daarna zult gij zijn zonen doen naderen, en zult hen de rokken doen aantrekken.stylusLeviticus 8:13, Leviticus 8:13, Exodus 28:40, Exodus 28:409En gij zult hen met den gordel omgorden, namelijk Aäron en zijn zonen; en gij zult hun de mutsen opbinden, opdat zij het priesterambt hebben tot een eeuwige inzetting. Voorts zult gij de hand van Aäron vullen, en de hand zijner zonen.stylusNumeri 18:7, Numeri 18:7, Leviticus 8:22, Leviticus 8:28, Leviticus 8:2210En gij zult den var nabij brengen voor de tent der samenkomst; en Aäron en zijn zonen zullen hun handen op het hoofd van den var leggen.stylusLeviticus 8:14, Leviticus 1:4, Leviticus 8:14, Leviticus 1:4, Exodus 29:1511En gij zult den var slachten voor het aangezicht des Heeren, voor de deur van de tent der samenkomst.stylusLeviticus 9:8, Leviticus 9:12, Exodus 29:4, Leviticus 8:15, Leviticus 1:312Daarna zult gij van het bloed des vars nemen, en met uw vinger op de hoornen des altaars doen; en al het bloed zult gij uitgieten aan den bodem des altaars.stylusExodus 27:2, Exodus 27:2, Leviticus 9:9, Leviticus 8:15, Leviticus 9:913Gij zult ook al het vet nemen, hetwelk het ingewand bedekt, en het net over de lever, en beide nieren en het vet, dat aan dezelve is, en gij zult ze aansteken op het altaar.stylusLeviticus 3:3, Leviticus 3:4, Leviticus 3:3, Leviticus 3:4, 1 Samuël 2:1614Maar het vlees des vars, en zijn vel, en zijn drek, zult gij met vuur verbranden, buiten het leger; het is een zondoffer.stylusLeviticus 4:11, Leviticus 4:12, Leviticus 4:21, Leviticus 4:11, Leviticus 4:1215Daarna zult gij den enen ram nemen, en Aäron en zijn zonen zullen hun handen op het hoofd des rams leggen;stylusExodus 29:19, Exodus 29:19, Exodus 29:10, Exodus 29:3, Leviticus 1:416En gij zult den ram slachten, en gij zult zijn bloed nemen, en rondom op het altaar sprengen.stylusExodus 29:11, Exodus 29:12, Exodus 29:11, Exodus 29:1217En den ram zult gij in zijn delen delen; en gij zult zijn ingewand en zijn schenkelen wassen, en op zijn delen, en op zijn hoofd leggen.stylusLeviticus 1:9, Jeremia 4:14, Leviticus 9:14, Leviticus 1:13, Leviticus 8:2118Alzo zult gij den gehelen ram aansteken op het altaar; het is een brandoffer den Heere, tot een liefelijken reuk, het is een vuuroffer den Heere.stylusGenesis 8:21, Genesis 8:21, 1 Koningen 3:4, Genesis 22:13, Marcus 12:3319Daarna zult gij den anderen ram nemen, en Aäron en zijn zonen zullen hun handen op des rams hoofd leggen;stylusExodus 29:3, Exodus 29:3, Leviticus 8:22, Leviticus 8:29, Leviticus 8:2220En gij zult den ram slachten, en van zijn bloed nemen, en doen het op het rechter oorlapje van Aäron, en op het rechteroorlapje van zijn zonen, desgelijks op den duim hunner rechterhand, en op den groten teen huns rechtervoets; en dat bloed zult gij op het altaar sprengen, rondom heen.stylusJesaja 50:5, Jesaja 50:5, 1 Petrus 1:2, Hebreeën 9:19, Hebreeën 9:2321Dan zult gij nemen van het bloed, dat op het altaar is, en van de zalfolie, en gij zult op Aäron en op zijn klederen sprengen, en op zijn zonen en op de klederen zijner zonen met hem; opdat hij geheiligd zij, en zijn klederen, ook zijn zonen, en de klederen zijner zonen met hem.stylusHebreeën 9:22, Hebreeën 9:22, Leviticus 8:30, Exodus 29:7, Exodus 29:122Daarna zult gij van den ram nemen het vet mitsgaders den staart, ook het vet, dat het ingewand bedekt, en het net der lever en de beide nieren, met het vet, dat aan dezelve is, en den rechterschouder; want het is een ram der vulofferen;stylusExodus 29:13, Exodus 29:13, Leviticus 7:32, Leviticus 7:33, Leviticus 9:1923En een broodbol, en een koek geolied brood, en een vlade, uit den korf der ongezuurde broden, die voor het aangezicht des Heeren zijn zal;stylusExodus 29:2, Exodus 29:3, Exodus 29:2, Exodus 29:3, Leviticus 8:2624En leg ze alle op de handen van Aäron, en op de handen zijner zonen, en beweeg ze ten beweegoffer voor het aangezicht des Heeren.stylusLeviticus 7:30, Leviticus 7:30, Leviticus 8:27, Leviticus 8:27, Leviticus 9:2125Neem ze daarna van hun hand, en steek ze aan op het altaar, op het brandoffer, tot een liefelijken reuk voor het aangezicht des Heeren; het is een vuuroffer den Heere.stylusLeviticus 8:28, Leviticus 8:28, Exodus 29:41, Exodus 29:41, Leviticus 3:326En neem de borst van den ram der vulofferen, die van Aäron is, en beweeg hem ten beweegoffer voor het aangezicht des Heeren; en het zal u ten dele zijn.stylusLeviticus 8:29, Leviticus 8:29, Leviticus 7:31, Psalmen 99:6, Leviticus 7:3427En gij zult de borst des beweegoffers heiligen, en den schouder des hefoffers, die bewogen, en die opgeheven zal zijn van den ram des vuloffers, van hetgeen dat Aärons, en van hetgeen dat zijner zonen is.stylusLeviticus 10:15, Numeri 18:11, Leviticus 10:15, Numeri 18:11, Deuteronomium 18:328En het zal voor Aäron en zijn zonen zijn tot een eeuwige inzetting vanwege de kinderen Israëls; want het is een hefoffer; en het hefoffer vanwege de kinderen Israëls zal zijn van hun dankofferen; hun hefoffer zal voor den Heere zijn.stylusNumeri 18:29, Numeri 18:24, Leviticus 3:1, Leviticus 10:14, Leviticus 10:1529De heilige klederen nu, die van Aäron zullen geweest zijn, zullen van zijn zonen na hem zijn, opdat men hen in dezelve zalve, en dat men hun hand in dezelve vulle.stylusNumeri 18:8, Numeri 18:8, Numeri 35:25, Exodus 29:5, Exodus 29:730Zeven dagen zal hij ze aantrekken, die uit zijn zonen in zijn plaats priester zal worden, die in de tent der samenkomst gaan zal, om in het heilige te dienen.stylusNumeri 20:28, Numeri 20:28, Jozua 6:14, Jozua 6:15, Leviticus 13:531Gij zult den ram der vulling nemen, en gij zult zijn vlees in de heilige plaats zieden.stylusLeviticus 8:31, Leviticus 8:31, Ezechiël 46:20, Ezechiël 46:24, 1 Samuël 2:1332Aäron nu en zijn zonen zullen het vlees van dezen ram eten, en het brood, dat in den korf zal zijn, bij de deur van de tent der samenkomst.stylusMattheüs 12:4, Mattheüs 12:4, Exodus 29:2, Exodus 29:3, Exodus 29:2333En zij zullen die dingen eten, met welke de verzoening zal gedaan zijn, om hun hand te vullen, en om hen te heiligen; maar een vreemde zal ze niet eten, want ze zijn heilig.stylusNumeri 18:4, Numeri 18:4, Numeri 3:10, Leviticus 22:10, Leviticus 22:1334En indien er wat overblijven zal van het vlees der vulofferen, of van dit brood, tot aan den morgen, zo zult gij het overgeblevene met vuur verbranden; het zal niet gegeten worden, want het is heilig.stylusLeviticus 8:32, Exodus 12:10, Leviticus 8:32, Exodus 12:10, Exodus 29:2235Gij zult dan aan Aäron en aan zijn zonen alzo doen, naar alles, wat Ik u geboden heb; zeven dagen zult gij hun hand vullen.stylusLeviticus 14:8, Leviticus 14:11, Exodus 29:37, Exodus 40:12, Exodus 40:1636Gij zult ook des daags een var des zondoffers bereiden, tot de verzoeningen, en gij zult het altaar ontzondigen, mits doende de verzoening over hetzelve; en gij zult het zalven, om het te heiligen.stylusHebreeën 10:11, Hebreeën 10:11, Hebreeën 9:22, Hebreeën 9:23, Exodus 30:2837Zeven dagen zult gij verzoening doen voor het altaar, en zult het heiligen; alsdan zal dat altaar een heiligheid der heiligheden zijn; al wat het altaar aanroert, zal heilig zijn.stylusExodus 40:10, Exodus 40:10, Mattheüs 23:19, Mattheüs 23:19, Daniël 9:2438Dit nu is het, wat gij op het altaar bereiden zult: twee lammeren, die eenjarig zijn, des daags, geduriglijk.stylus1 Kronieken 16:40, Numeri 28:3, Numeri 28:8, 1 Kronieken 16:40, Numeri 28:339Het ene lam zult gij des morgens bereiden; maar het andere lam zult gij bereiden tussen de twee avonden.stylusEzechiël 46:13, Ezechiël 46:15, Ezechiël 46:13, Ezechiël 46:15, 2 Koningen 16:1540Met een tiende deel meelbloem, gemengd met een vierendeel van een hin gestoten olie; en tot drankoffer een vierde deel van een hin wijn, tot het ene lam.stylusFilippenzen 2:17, Filippenzen 2:17, Jesaja 57:6, Leviticus 23:13, Joël 2:1441Het andere lam nu zult gij bereiden tussen de twee avonden; gij zult daarmede doen gelijk met het morgenspijsoffer, en gelijk met het drankoffer deszelven, tot een liefelijken reuk; het is een vuuroffer den Heere.stylusEzechiël 46:13, Ezechiël 46:15, Ezechiël 46:13, Ezechiël 46:15, Ezra 9:442Het zal een gedurig brandoffer zijn bij uw geslachten, aan de deur van de tent der samenkomst, voor het aangezicht des Heeren; aldaar zal Ik met ulieden komen, dat Ik aldaar met u spreke.stylusExodus 25:22, Exodus 25:2243En daar zal Ik komen tot de kinderen Israëls; opdat zij geheiligd worden door Mijn heerlijkheid.stylus1 Koningen 8:11, 1 Koningen 8:11, Ezechiël 43:5, Exodus 40:34, Maleachi 3:144En Ik zal de tent der samenkomst heiligen, mitsgaders het altaar; Ik zal ook Aäron en zijn zonen heiligen, opdat zij Mij het priesterambt bedienen.stylusLeviticus 21:15, Leviticus 21:15, Leviticus 22:16, Leviticus 22:9, Johannes 10:3645En Ik zal in het midden der kinderen Israëls wonen, en Ik zal hun tot een God zijn.stylusLeviticus 26:12, Leviticus 26:12, 2 Korintiërs 6:16, Exodus 25:8, 2 Korintiërs 6:1646En zij zullen weten, dat Ik de Heere hun God ben, Die hen uit Egypteland uitgevoerd heb, opdat Ik in het midden van hen wonen zou; Ik ben de Heere, hun God.stylusExodus 20:2, Exodus 20:2, Jeremia 31:33, Jeremia 31:33, Leviticus 19:2