1In de derde maand, na het uittrekken der kinderen Israëls uit Egypteland, ten zelfden dage kwamen zij in de woestijn Sinaï.stylusExodus 12:6, Exodus 16:1, Exodus 12:6, Exodus 16:1, Leviticus 23:162Want zij togen uit Rafidim, en kwamen in de woestijn Sinaï, en zij legerden zich in de woestijn; Israël nu legerde zich aldaar tegenover dien berg.stylusExodus 17:1, Exodus 3:1, Exodus 17:1, Exodus 3:1, Exodus 3:123En Mozes klom op tot God. En de Heere riep tot hem van den berg, zeggende: Aldus zult gij tot het huis van Jakob spreken, en den kinderen Israëls verkondigen:stylusExodus 3:4, Exodus 3:4, Handelingen 7:38, Handelingen 7:38, Exodus 24:154Gijlieden hebt gezien, wat Ik den Egyptenaren gedaan heb; hoe Ik u op vleugelen der arenden gedragen, en u tot Mij gebracht heb.stylusDeuteronomium 32:11, Deuteronomium 32:12, Deuteronomium 32:11, Deuteronomium 32:12, Jesaja 63:95Nu dan, indien gij naarstiglijk Mijner stem zult gehoorzamen, en Mijn verbond houden, zo zult gij Mijn eigendom zijn uit alle volken, want de ganse aarde is Mijn;stylusDeuteronomium 14:2, Deuteronomium 14:2, Deuteronomium 7:6, Deuteronomium 7:6, Deuteronomium 26:186En gij zult Mij een priesterlijk koninkrijk, en een heilig volk zijn. Dit zijn de woorden, die gij tot de kinderen Israëls spreken zult.stylusOpenbaring 5:10, Openbaring 5:10, 1 Petrus 2:9, 1 Petrus 2:9, 1 Petrus 2:57En Mozes kwam en riep de oudsten des volks, en stelde voor hun aangezichten al deze woorden, die de Heere hem geboden had.stylusExodus 4:29, Exodus 4:30, Exodus 4:29, Exodus 4:30, 1 Korintiërs 15:18Toen antwoordde al het volk gelijkelijk, en zeide: Al wat de Heere gesproken heeft, zullen wij doen! En Mozes bracht de woorden des volks weder tot den Heere.stylusExodus 24:7, Exodus 24:7, Exodus 24:3, Exodus 24:3, Exodus 20:199En de Heere zeide tot Mozes: Zie, Ik zal tot u komen in een dikke wolk, opdat het volk hore, als Ik met u spreek, en dat zij ook eeuwiglijk aan u geloven. Want Mozes had den Heere de woorden des volks verkondigd.stylusDeuteronomium 4:36, Deuteronomium 4:36, Exodus 19:16, Exodus 24:15, Exodus 24:1610Ook zeide de Heere tot Mozes: Ga tot het volk, en heilig hen heden en morgen, en dat zij hun klederen wassen,stylusHebreeën 10:22, Hebreeën 10:22, Leviticus 11:44, Leviticus 11:45, Leviticus 11:4411En bereid zijn tegen den derden dag; want op den derden dag zal de Heere voor de ogen van al het volk afkomen, op den berg Sinaï.stylusExodus 19:16, Exodus 19:16, Exodus 34:5, Deuteronomium 33:2, Exodus 34:512En bepaal het volk rondom, zeggende: Wacht u op den berg te klimmen, en deszelfs einde aan te roeren; al wie den berg aanroert, zal zekerlijk gedood worden.stylusHebreeën 12:20, Hebreeën 12:21, Hebreeën 12:20, Hebreeën 12:21, Jozua 3:413Geen hand zal hem aanroeren, maar hij zal zekerlijk gestenigd, of zekerlijk doorschoten worden; hetzij een beest, hetzij een man, hij zal niet leven. Als de ramshoorn langzaam gaat, zullen zij op den berg klimmen.stylusHebreeën 12:20, Exodus 19:19, Exodus 19:16, Hebreeën 12:20, Exodus 19:1914Toen ging Mozes van den berg af tot het volk, en hij heiligde het volk; en zij wiesen hun klederen.stylusExodus 19:10, Exodus 19:1015En hij zeide tot het volk: Weest gereed tegen den derden dag, en nadert niet tot de vrouw.stylusExodus 19:11, 1 Korintiërs 7:5, Exodus 19:11, 1 Korintiërs 7:5, 1 Samuël 21:416En het geschiedde op den derden dag, toen het morgen was, dat er op den berg donderen en bliksemen waren, en een zware wolk, en het geluid ener zeer sterke bazuin, zodat al het volk verschrikte, dat in het leger was.stylusHebreeën 12:18, Hebreeën 12:19, Hebreeën 12:18, Hebreeën 12:19, Hebreeën 12:2117En Mozes leidde het volk uit het leger, Gode tegemoet; en zij stonden aan het onderste des bergs.stylusDeuteronomium 4:10, Deuteronomium 4:10, Deuteronomium 5:5, Deuteronomium 5:518En de ganse berg Sinaï rookte, omdat de Heere op denzelven nederkwam in vuur; en zijn rook ging op, als de rook van een oven; en de ganse berg beefde zeer.stylusRichteren 5:5, Richteren 5:5, Psalmen 144:5, Psalmen 144:5, Openbaring 15:819Toen het geluid der bazuin gaande was, en zeer sterk werd, sprak Mozes; en God antwoordde hem met een stem.stylusPsalmen 81:7, Psalmen 81:7, Exodus 19:16, Exodus 19:16, Nehemia 9:1320Als de Heere nedergekomen was op den berg Sinaï, op de spits des bergs, zo riep de Heere Mozes op de spits des bergs; en Mozes klom op.stylusNehemia 9:13, Nehemia 9:13, Exodus 34:4, Exodus 34:2, Exodus 24:1221En de Heere zeide tot Mozes: Ga af, betuig dit volk, dat zij niet doorbreken tot den Heere, om te zien, en velen van hen vallen.stylus1 Samuël 6:19, 1 Samuël 6:19, Exodus 3:5, Exodus 3:5, Exodus 3:322Daartoe zullen ook de priesters, die tot den Heere naderen, zich heiligen, dat de Heere niet tegen hen uitbreke.stylusExodus 24:5, Exodus 24:5, Exodus 19:14, Exodus 19:15, Handelingen 5:1023Toen zeide Mozes tot den Heere: Het volk zal op den berg Sinaï niet kunnen klimmen, want Gij hebt ons betuigd, zeggende: Bepaal den berg, en heilig hem.stylusExodus 19:12, Exodus 19:12, Jozua 3:4, Jozua 3:5, Jozua 3:424De Heere dan zeide tot hem: Ga heen, klim af, daarna zult gij, en Aäron met u, opklimmen; doch dat de priesters en het volk niet doorbreken, om op te klimmen tot den Heere, dat Hij tegen hen niet uitbreke.stylusHebreeën 4:16, Hebreeën 4:16, Hebreeën 12:29, Hebreeën 12:18, Hebreeën 12:2525Toen klom Mozes af tot het volk, en zeide het hun aan.stylus